Noord-Irak, 2003. Twee weken na de val van Saddam Hussein. De 12-jarige jongen Ahmed volgt met tegenzin zijn grootmoeder op reis naar het zuiden. Nadat ze gehoord heeft dat daar krijgsgevangenen zijn aangetroffen, is ze vastbesloten te weten te komen wat er met haar zoon, Ahmeds vader, is gebeurd. Sinds de Golfoorlog staat hij als vermist opgegeven. Op de lange tocht, van de Koerdische bergen tot aan de woestijn van Babylon, ontmoeten ze vreemden en gelijkgestemden, met allemaal hetzelfde reisdoel. (Geschreven door Steadicam)