Berlinale 2026: filmfestijn in een politieke houdgreep

Berlinale 2026: filmfestijn in een politieke houdgreep

FilmTotaal doet uitgebreid verslag van de 76e editie van het internationaal filmfestival van Berlijn

In 2024 werd de Berlinale getekend door politieke en bestuurlijke onrust en in 2025 stonden de Duitse verkiezingen voor de deur. Het bleek bepaald niet de makkelijkste instap voor Tricia Tuttle, die precies tussen deze twee edities de artistieke leiding kreeg over het festival. Dit jaar spande de organisatie zich merkbaar in om de viering van het filmaanbod weer op één te krijgen. De overwegend sterke selectie en de goedgevulde zalen garandeerden een rijke en zorgeloze festivalbeleving, maar voor een deel was dat schijn: in aanloop naar de prijsuitreiking barstte de politieke bom alsnog.

De zesenzeventigste Berlinale had twee gezichten. Waar het in de filmzalen en tijdens Q&A's volledig om de makers en hun werk draaide, werden de persconferenties en online koppen opnieuw geregeerd door heikele kwesties. Hoppend van zaal naar zaal voelde het alsof het massaal toegestroomde publiek en alle pashouders samen in een grote zeepbel zaten en op elk moment iemand een punaise tevoorschijn kon toveren.

Geplaagd door het noodlot
Eerst de zeepbel. Nadat vorige keer de selectie voor de twee belangrijkste competities tegenviel, beloofden dit jaar de eerste titels in de hoofdcompetitie en het door Tuttle geïntroduceerde Perspectives (een selectie van bijzondere debuutfilms) beterschap. In de eerste van twee geslaagde competitiefilms over muzikanten speelt Anders Danielsen Lie (bekend van de films van Joachim Trier) jazzpianist Bill Evans. In 1961, een paar dagen nadat Evans in New York twee gevierde livesessies had afgewerkt, sloeg het noodlot genadeloos toe: basspeler en vriend voor het leven Scott LaFaro kwam om door een auto-ongeluk.

Everybody Digs Bill Evans draait om de gemoedstoestand van de muzikant in de nasleep van de tragedie en vermijdt daarmee de conventies van de meer gebruikelijke biopic. Sterker nog: we volgen een man die de zin van het spelen is kwijtgeraakt. "Soms is het tussenspel deel van de muziek", klinkt het in de film; de toetsen blijven lang onaangeroerd. Bill Pullman is in zijn element als vader Harry, die zichzelf als een groot golfer ziet en beschonken liederen inzet in een bekend café.

Het was een fijn toeval dat Everybody Digs Bill Evans aan het begin van het festival in première ging en The Loneliest Man in Town bijna aan het eind. Laatstgenoemde titel verhaalt nostalgisch en hartverwarmend over een bluesmuzikant die wordt weggepest uit het gebouw waar hij al sinds mensenheugenis woont. De cirkel voelde rond toen Evans' verdrietige jazz na een week filmkijken plaatsmaakte voor de beslommeringen van een Elvis-fan.


Tegenvallers en voltreffers
De meanderende hybride documentaire Dao maakt kijkers deelgenoot van een Frans-Afrikaanse gemeenschap die een trouwfeest viert in Parijs en een rouwproces doorloopt in Guinee-Bissau. Regisseur Alain Gomis schakelt met zijn dwarse montage niet alleen tussen plaatsen, maar ook tussen realisme en metacinema. "Welke rol wil je spelen?" vraagt hij aan een vrouw die aan zijn film meewerkt. Gevoelsmatig had Gomis dit soort intellectuele ingrepen helemaal niet nodig gehad: zijn portret van generaties straalt juist een dankbare authenticiteit uit.

In de tussentijd bewees het Chinese Light Pillar (geselecteerd voor Perspectives) dat het Japanse A New Dawn (geselecteerd voor de hoofdcompetitie) niet het beste was dat het festival op animatievlak te bieden had en fronste het de wenkbrauwen dat de voorspelbare genrefilm Nightborn (eveneens in competitie) niet gewoon was geprogrammeerd als middernachtspecial.

De keuzes van het programmateam lieten hier en daar dus te wensen over, maar die tegenvallers werden gecounterd door voltreffers. Zo liet de grimmige overlevingsthriller The Weight (met Ethan Hawke en Russell Crowe) een verbluffende indruk achter, mede dankzij het genadeloze geluidsontwerp. Liefhebbers van William Friedkins Sorcerer moeten de film zéker gaan zien.


Een onmogelijk dilemma
Ook in de hoofdcompetitie waren er meer hoogtepunten. De Hongaarse regisseur Kornél Mundruczó (Pieces of a Woman) kwam met het innemende At the Sea, een psychologisch drama over een getroebleerde vrouw (Amy Adams in optima forma) die geacht wordt het dansbedrijf van haar strenge vader over te nemen. Waar andere makers zich snel zouden wenden tot uitgebreide flashbacks om het trauma van het hoofdpersonage uit te diepen, gaat Mundruczó meer associatief te werk. Stilistisch is de film met zijn prettig dynamische cinematografie een lust voor het oog.

Gezien de titels had At the Sea de perfecte doublebill moeten vormen met Queen at Sea, maar gelukkig zat er een volle dag tussen de vertoningen van de twee films, want qua intensiteit en impact doet dit beklemmende kammerspiel over de relatie tussen dementie en seksuele intimiteit van Lance Hammer (na maar liefst achttien jaar terug met een nieuwe film) niet onder voor Michael Hanekes Amour of het recentere The Father.

Juliette Binoche speelt een van de beste rollen van haar rijke carrière als de bezorgde dochter van de dementerende Leslie, die ondanks haar almaar verslechterende conditie nog seksueel actief is met haar man Martin. Hammer speelt de opvatting van Martin ("Ik weet toch als allerbeste waar mijn vrouw nog naar verlangt?") en die van Binoches Amanda (die een duidelijke grens trekt bij seksueel contact) scherp tegen elkaar uit en laat het publiek met het medisch-ethische dilemma meedenken. De kijkervaring is evenzeer ontroerend als ongemakkelijk, met een aantal scènes die de meningen flink zullen verdelen.



Over kunst en politiek
Kort voordat Queen at Sea aan de pers zou worden vertoond kwam de punaise die de bubbel van een festivalervaring zonder randzaken doorprikte. Een open brief die gepubliceerd werd door Variety en ondertekend was door prominenten als Tilda Swinton, Javier Bardem en Mark Ruffalo ageerde fel tegen het handelen van de Berlinale-organisatie. Het festival zou makers en acteurs die zich uitspreken voor de vrijheid van Palestina en tegen het optreden van de Israëlische staat gericht censureren.

Kritiek op Israël ligt (extra) gevoelig bij de Berlinale vanwege de bestuurlijke en ideologische spagaat waarin het festival zich bevindt: het evenement valt onder de mantel van de Duitse overheid. Tuttle reageerde een dag later op de open brief. In gesprek met Screen Daily sprak ze van "misinformatie" en "inaccurate claims" en benadrukte ze dat de Berlinale een platform wil bieden voor eerlijke en beschaafde discussies.

Dat de directeur in de tweede week van het festival zo toch nog onder vuur kwam te liggen, is niet verrassend. Dat van deze onrust in de zalen en rond de vertoningen weinig te merken was wél. Of heeft het festival dat met zijn filmkeuzes zelf afgedwongen? Onder de tweeëntwintig competitiefilms waren zeker titels met een politieke lading, maar er zat geen film tussen die voor een aardverschuiving zorgde. Anders gesteld, deze editie had geen The Voice of Hind Rajab, dat afgelopen jaar in Venetië een publieke reactie uitlokte en het in zich had de jury te verdelen.



Twee Turkse winnaars
Juryvoorzitter van dienst was de geroutineerde Duitse filmmaker Wim Wenders, die aan het begin van het festival had aangegeven zich afzijdig te willen houden van politieke kwesties. Een houding die hem ter plaatse en vervolgens online op ferme kritiek kwam te staan. Op zaterdagochtend, de dag dat de winnaars bekend werden gemaakt, kreeg ondergetekende via zijn persmailing een open brief binnen van de Kameroense filmmaker Jean-Pierre Bekolo met de titel 'Wim Wenders en de Berlinale gaan over de schreef'.

Luttele uurtjes later maakten Wenders en zijn medejuryleden bekend dat het Turkse Yellow Letters de winnaar was van de hoofdprijs, de prestigieuze Gouden Beer. En daar werd het pas echt interessant. Yellow Letters (van de regisseur van Das Lehrerzimmer) is namelijk een uiterst politieke film. De synopsis zegt genoeg: twee theateracteurs verliezen hun huis en baan door inmenging van de staat.

Ook de 'tweede prijs' van de Berlinale, de Grote Juryprijs, ging naar een zwaarbeladen en politiek drama: het eveneens Turkse Salvation, over een religieus geïnspireerde clan die het pad van geweld inslaat. Hoe ironisch is het dat uitgerekend een juryvoorzitter die oproept tot het scheiden van kunst en politiek twee politieke films bekroont?



Kleur bekennen
Ook tijdens de prijsuitreiking bleef het onrustig. Net zoals in Venetië grepen meerdere filmmakers hun podiummoment aan om de vrijheid van Palestina te proclameren. Regisseur Abdallah Alkatib, die met Chronicles from the Siege de prijs voor beste documentaire won, kwam naar voren met een Palestijnse vlag en riep de Duitse overheid ter verantwoording. Op den duur roerde ook het publiek zich zodanig nadrukkelijk dat presentatrice Désirée Nosbusch zich genoodzaakt voelde om iedereen tot kalmte te manen.

Tuttle erkende in haar afsluitende speech dat het festival deze editie "publiek was uitgedaagd", maar deed haar best om sceptici niet te veroordelen. "Het voelde niet altijd goed, maar toch is het wel goed", sprak ze paradoxaal. "Het betekent dat mensen erom geven wat er op de Berlinale gebeurt." Tuttles zoektocht naar de juiste woorden typeert een festival dat in een onmogelijke politieke houdgreep zit.

Het onrustige verloop van de prijsuitreiking onderstreept nog maar eens hoe onmogelijk het is om kunst en politiek van elkaar los te trekken en dat de festivalbubbel geen neutraal terrein is. Maar is de oplossing dan ook om een festival als de Berlinale te boycotten of ondermijnen? Dat toch zeker niet. Juist als de wereld in brand staat, hebben we film en filmfestivals nodig om met een brede blik naar die wereld te blijven kijken. Ironisch genoeg bekritiseren de open brieven een evenement waar kleur bekennen nog een keuze is. Pas als die keuzevrijheid verdwijnt, is het einde écht in zicht.

NieuwsFilm

meest populair