Cannes 2026: een hoogst middelmatig festival zonder echte uitschieters, met een sterk Frans tintje
FilmTotaal doet uitgebreid verslag van de 79ste editie van het internationaal filmfestival van Cannes.
Het Festival van Cannes bestaat al 79 edities. Toch blijft het zichzelf telkens weer uitvinden, het ene jaar wat vindingrijker dan het andere. De editie van 2026 was er een die aanvankelijk weinig indruk maakte, maar in de tweede helft min of meer tot leven kwam. Geen schokkende revelaties, geen films die de filmgeschiedenis herschreven, maar wel een selectie die duidelijk maakte waar Cannes anno 2026 voor staat: een Europees, voornamelijk Frans getint festival.
Er waren in de 79ste editie nog minder Amerikaanse films dan in de vorige. De meest opvallende Yankee-aanwezigheid in de competitie was Paper Tiger van James Gray, met Adam Driver en Miles Teller. Een zeer degelijke film, die door zijn eerder klassieke benadering geen kans maakte op een prijs. De competitie kleurde overigens Franser dan ooit, met films van onder meer Cristian Mungiu, Asghar Farhadi en Ryusuke Hamaguchi die deels met Frans geld waren gemaakt.
Grote internationale sterren moest je vooral op de rode loper gaan zoeken of in de rand van het festival. Peter Jackson, Cate Blanchett en Tilda Swinton mochten anekdotes vertellen aan het publiek, John Travolta -- met ringbaardje, bril en baret -- kreeg onverwacht een ere-Palme d'Or, en Michael Fassbender en zijn echtgenote Alicia Vikander deden de rode loper aan van de Zuid-Koreaanse monsterfilm Hope. Niemand wist waarom ze daar waren. De laatste scènes maakten echter veel duidelijk.
De grote kanshebbers
De twee absolute topkandidaten voor de Gouden Palm stonden halverwege het festival vast. Fjord van Roemeen Cristian Mungiu vertelt het verhaal van een Roemeens-Noors conservatief gezin, dat in een afgelegen Noors dorp alle vijf kinderen ziet weggehaald worden door de kinderbescherming na een beschuldiging van mishandeling. Niet de vermeende mishandeling blijkt het eigenlijke onderwerp, maar de botsing tussen religieuze overtuiging en een samenleving die haar eigen normen als universeel beschouwt. De tien minuten durende staande ovatie na de première zei genoeg. Tweede Gouden Palm voor Mungiu.
Minotaur van de Russische ballingsfiguur Andrey Zvyagintsev, die jaren in Duitsland doorbracht na een bijna fatale covid-infectie, leverde de eerste gitzwarte satire van zijn carrière op. Deze remake van Chabrols La Femme infidèle groeit uit tot een afrekening met de Russische middenklasse die de oorlog in Oekraïne gewoon accepteert als een normale militaire operatie. Geen bloed, geen pathos, alleen de verstikkende stilte van mensen die beter zouden moeten weten.
Oorlog, verzet en collaboratie
Het Belgische Coward van Lukas Dhont speelt zich af tijdens WO I. Twee soldaten ontdekken een seksuele band te midden van de loopgraven. De sterkste scène is een optreden waarbij de ene soldaat in vrouwenkleren danst en de andere als Pierrot. Hun bevelvoerders kijken lachend toe tot de situatie vernederend wordt. Die scène had de springplank kunnen zijn naar iets onvergetelijks. In de plaats kiest Dhont voor een zacht melodrama dat zijn eigen spanning ondermijnt. Zijn twee debuterende hoofdrolspelers zijn echter prima. Als er iets is wat Dhont uitzonderlijk goed kan, is het casten.
Coward en Minotaur waren niet de enige films in de competitie die oorlog, in welke vorm dan ook, aankaarten. Er waren ook nog Moulin van Hongaar László Nemes, dat het duel schetst tussen de 'slachter van Lyon' Klaus Barbie en verzetsheld Jean Moulin, en Notre Salut over collaboratie tijdens het Vichy-regime. Het voelt aan alsof Frankrijk opnieuw naar zijn verleden kijkt met iets andere ogen.
Buiten competitie toonde het bikkelharde Vesna hoe het Russische leger terreur zaaide in Oekraïne. Een leuke verrassing bleek La Bataille de Gaulle: L'Âge de Fer. De grootste Franse blockbuster van het jaar verhaalt de eerste maanden van Charles De Gaulle als onbekend generaal die vanuit Londen Frankrijk tot verzet aanzette. De film valt niet geheel ernstig te nemen, maar is een ideale en zeer amusante geschiedenisles voor twaalfjarigen die iets willen bijleren over de Franse geschiedenis.
Competitiefilms die er niet thuishoorden
Met het peperdure Hope keerde de Zuid-Koreaan Na Hong-jin, tien jaar na The Wailing, terug in Cannes. Maar wat hij in de officiële competitie kwam doen, was niet geheel duidelijk. Deze sciencefictionfilm over een plaatselijk politiehoofd dat geconfronteerd wordt met een monster nabij de gedemilitariseerde zone aan de Noord-Koreaanse grens is in zijn eerste uur ronduit spectaculair. Na Hong-jin verlengt de gemiddelde actiesequentie van twintig minuten naar een volledig uur zonder dat de aandacht verslapt. Daarna valt de film helaas terug op slordige CGI en een over-the-top tweede uur.
Histoires de la Nuit van Léa Mysius bouwde een uur lang een behoorlijk beklemmende sfeer op, een mix van Key Largo en The Visitors, om dan in een compleet belachelijke climax in elkaar te zakken. Garance van Jeanne Herry had wel Adèle Exarchopoulos in haar beste rol in jaren, maar de film had een kwartier mogen zijn in plaats van twee uur. En Bitter Christmas van Almodóvar voelde voor het eerst in zijn carrière als een film die zichzelf niet helemaal gelooft: autobiografisch tot op het bot, maar te geconstrueerd.
Canal+ en AI
De sfeer op de Croisette werd dit jaar mede bepaald door een heuse rel. Om het schandaal te begrijpen moet je eerst weten wie Vincent Bolloré is. Bolloré is een radicaal-rechtse Franse mediamagnaat en grootaandeelhouder van Canal+, dat via Vivendi ook belangen heeft in meerdere Franse televisiezenders. Critici beschuldigen hem van het systematisch inzetten van zijn mediabedrijven om rechtse ideeën te verspreiden. Canal+ verwierf intussen een derde van de aandelen in UGC, een van de grootste bioscoopketens en productie- en distributiehuizen van Frankrijk. Dat is een enorme concentratie van macht.
Op de openingsavond van het festival reageerde de filmsector. Ongeveer zeshonderd Franse filmprofessionals, waaronder Juliette Binoche en regisseur Arthur Harari, ondertekenden een petitie die de groeiende greep van Bolloré op de Franse filmwereld aanklaagde. Niet veel later zei Canal+ CEO Maxime Saada dat Canal+ niet langer wilde samenwerken met iedereen die de petitie had ondertekend. Het effect was averechts. Duizenden namen werden toegevoegd aan de petitie, waaronder internationale sterren als Javier Bardem, Mark Ruffalo, Yorgos Lanthimos en Ken Loach. Tegen het einde van het festival stonden er meer dan drieduizend vijfhonderd namen op.
De entertainmentvakbond kondigde aan Canal+ voor de rechter te slepen wegens het blacklist-dreigement. En in de zalen zelf maakte het publiek zijn mening duidelijk. Telkens wanneer het Canal+-logo voor een film verscheen, klonk luid boegeroep door de zaal. De ironie is niet te missen: Canal+ is de grootste financier van de Franse filmindustrie. Zonder Canal+ bestaat een groot deel van de Franse cinema eenvoudigweg niet. En toch stond de hele Croisette te jouwen zodra zijn logo in beeld kwam. Dat is de paradox van de Franse filmwereld in 2026: volledig afhankelijk van een hand die ze niet willen schudden.
Naast het Canal+-protest was ook AI een gespreksthema. Peter Jackson bleek mild positief, maar het festival wilde er niets mee te maken hebben. Journalisten kregen een uitnodiging van het bedrijf Higgsfield AI om Hell Grind, een volledig AI-gegenereerde film van tachtig minuten die in veertien dagen gemaakt was, te bekijken. De film had geen band met Cannes. Festivalpresident Iris Knobloch verduidelijkte dat: "Een film is geen verzameling data." Ook de AI in de John Lennon-documentaire van Steven Soderbergh bleek een bron van irritatie, voor journalisten dan. De AI paste totaal niet bij de film.
Het palmares en wat het zegt
De jury onder leiding van Park Chan-wook beloonde acht films, een genereuze en coherente keuze. De Gouden Palm voor Fjord was de juiste beslissing. Mungiu wordt hiermee de tiende filmmaker ooit met twee Palmes d'Or. Voor Minotaur zorgde de Grand Prix voor een onmiskenbaar politiek signaal richting Rusland. De ex-aequo beste regie voor La Bola Negra en Fatherland was eerder een verrassing, gezien de kwaliteiten van die films meer bij het thema en de fotografie lagen.
Terugblikkend op deze editie valt één ding pijnlijk op: van de vijf competitiefilms geregisseerd door vrouwen waren er drie die er niets te zoeken hadden. Dat is geen argument tegen vrouwelijke regisseurs, maar wel tegen een festival dat vrouwelijke regisseurs alleen selecteert voor een quotum. Cannes zou beter af zijn met een genderneutrale selectie die films uit Un Certain Regard durft op te nemen in de hoofdcompetitie. De helft van de tweeëntwintig competitiefilms waren Frans of Frans gecoproduceerd. Thierry Frémaux's uitspraak dat Cannes geen Frans festival is, maar een festival dat plaatsvindt in Frankrijk kan je enigszins ironisch interpreteren.
Er waren in de 79ste editie nog minder Amerikaanse films dan in de vorige. De meest opvallende Yankee-aanwezigheid in de competitie was Paper Tiger van James Gray, met Adam Driver en Miles Teller. Een zeer degelijke film, die door zijn eerder klassieke benadering geen kans maakte op een prijs. De competitie kleurde overigens Franser dan ooit, met films van onder meer Cristian Mungiu, Asghar Farhadi en Ryusuke Hamaguchi die deels met Frans geld waren gemaakt.
Grote internationale sterren moest je vooral op de rode loper gaan zoeken of in de rand van het festival. Peter Jackson, Cate Blanchett en Tilda Swinton mochten anekdotes vertellen aan het publiek, John Travolta -- met ringbaardje, bril en baret -- kreeg onverwacht een ere-Palme d'Or, en Michael Fassbender en zijn echtgenote Alicia Vikander deden de rode loper aan van de Zuid-Koreaanse monsterfilm Hope. Niemand wist waarom ze daar waren. De laatste scènes maakten echter veel duidelijk.
De grote kanshebbers
De twee absolute topkandidaten voor de Gouden Palm stonden halverwege het festival vast. Fjord van Roemeen Cristian Mungiu vertelt het verhaal van een Roemeens-Noors conservatief gezin, dat in een afgelegen Noors dorp alle vijf kinderen ziet weggehaald worden door de kinderbescherming na een beschuldiging van mishandeling. Niet de vermeende mishandeling blijkt het eigenlijke onderwerp, maar de botsing tussen religieuze overtuiging en een samenleving die haar eigen normen als universeel beschouwt. De tien minuten durende staande ovatie na de première zei genoeg. Tweede Gouden Palm voor Mungiu.
Minotaur van de Russische ballingsfiguur Andrey Zvyagintsev, die jaren in Duitsland doorbracht na een bijna fatale covid-infectie, leverde de eerste gitzwarte satire van zijn carrière op. Deze remake van Chabrols La Femme infidèle groeit uit tot een afrekening met de Russische middenklasse die de oorlog in Oekraïne gewoon accepteert als een normale militaire operatie. Geen bloed, geen pathos, alleen de verstikkende stilte van mensen die beter zouden moeten weten.
Oorlog, verzet en collaboratie
Het Belgische Coward van Lukas Dhont speelt zich af tijdens WO I. Twee soldaten ontdekken een seksuele band te midden van de loopgraven. De sterkste scène is een optreden waarbij de ene soldaat in vrouwenkleren danst en de andere als Pierrot. Hun bevelvoerders kijken lachend toe tot de situatie vernederend wordt. Die scène had de springplank kunnen zijn naar iets onvergetelijks. In de plaats kiest Dhont voor een zacht melodrama dat zijn eigen spanning ondermijnt. Zijn twee debuterende hoofdrolspelers zijn echter prima. Als er iets is wat Dhont uitzonderlijk goed kan, is het casten.
Coward en Minotaur waren niet de enige films in de competitie die oorlog, in welke vorm dan ook, aankaarten. Er waren ook nog Moulin van Hongaar László Nemes, dat het duel schetst tussen de 'slachter van Lyon' Klaus Barbie en verzetsheld Jean Moulin, en Notre Salut over collaboratie tijdens het Vichy-regime. Het voelt aan alsof Frankrijk opnieuw naar zijn verleden kijkt met iets andere ogen.
Buiten competitie toonde het bikkelharde Vesna hoe het Russische leger terreur zaaide in Oekraïne. Een leuke verrassing bleek La Bataille de Gaulle: L'Âge de Fer. De grootste Franse blockbuster van het jaar verhaalt de eerste maanden van Charles De Gaulle als onbekend generaal die vanuit Londen Frankrijk tot verzet aanzette. De film valt niet geheel ernstig te nemen, maar is een ideale en zeer amusante geschiedenisles voor twaalfjarigen die iets willen bijleren over de Franse geschiedenis.
Competitiefilms die er niet thuishoorden
Met het peperdure Hope keerde de Zuid-Koreaan Na Hong-jin, tien jaar na The Wailing, terug in Cannes. Maar wat hij in de officiële competitie kwam doen, was niet geheel duidelijk. Deze sciencefictionfilm over een plaatselijk politiehoofd dat geconfronteerd wordt met een monster nabij de gedemilitariseerde zone aan de Noord-Koreaanse grens is in zijn eerste uur ronduit spectaculair. Na Hong-jin verlengt de gemiddelde actiesequentie van twintig minuten naar een volledig uur zonder dat de aandacht verslapt. Daarna valt de film helaas terug op slordige CGI en een over-the-top tweede uur.
Histoires de la Nuit van Léa Mysius bouwde een uur lang een behoorlijk beklemmende sfeer op, een mix van Key Largo en The Visitors, om dan in een compleet belachelijke climax in elkaar te zakken. Garance van Jeanne Herry had wel Adèle Exarchopoulos in haar beste rol in jaren, maar de film had een kwartier mogen zijn in plaats van twee uur. En Bitter Christmas van Almodóvar voelde voor het eerst in zijn carrière als een film die zichzelf niet helemaal gelooft: autobiografisch tot op het bot, maar te geconstrueerd.
Canal+ en AI
De sfeer op de Croisette werd dit jaar mede bepaald door een heuse rel. Om het schandaal te begrijpen moet je eerst weten wie Vincent Bolloré is. Bolloré is een radicaal-rechtse Franse mediamagnaat en grootaandeelhouder van Canal+, dat via Vivendi ook belangen heeft in meerdere Franse televisiezenders. Critici beschuldigen hem van het systematisch inzetten van zijn mediabedrijven om rechtse ideeën te verspreiden. Canal+ verwierf intussen een derde van de aandelen in UGC, een van de grootste bioscoopketens en productie- en distributiehuizen van Frankrijk. Dat is een enorme concentratie van macht.
Op de openingsavond van het festival reageerde de filmsector. Ongeveer zeshonderd Franse filmprofessionals, waaronder Juliette Binoche en regisseur Arthur Harari, ondertekenden een petitie die de groeiende greep van Bolloré op de Franse filmwereld aanklaagde. Niet veel later zei Canal+ CEO Maxime Saada dat Canal+ niet langer wilde samenwerken met iedereen die de petitie had ondertekend. Het effect was averechts. Duizenden namen werden toegevoegd aan de petitie, waaronder internationale sterren als Javier Bardem, Mark Ruffalo, Yorgos Lanthimos en Ken Loach. Tegen het einde van het festival stonden er meer dan drieduizend vijfhonderd namen op.
De entertainmentvakbond kondigde aan Canal+ voor de rechter te slepen wegens het blacklist-dreigement. En in de zalen zelf maakte het publiek zijn mening duidelijk. Telkens wanneer het Canal+-logo voor een film verscheen, klonk luid boegeroep door de zaal. De ironie is niet te missen: Canal+ is de grootste financier van de Franse filmindustrie. Zonder Canal+ bestaat een groot deel van de Franse cinema eenvoudigweg niet. En toch stond de hele Croisette te jouwen zodra zijn logo in beeld kwam. Dat is de paradox van de Franse filmwereld in 2026: volledig afhankelijk van een hand die ze niet willen schudden.
Naast het Canal+-protest was ook AI een gespreksthema. Peter Jackson bleek mild positief, maar het festival wilde er niets mee te maken hebben. Journalisten kregen een uitnodiging van het bedrijf Higgsfield AI om Hell Grind, een volledig AI-gegenereerde film van tachtig minuten die in veertien dagen gemaakt was, te bekijken. De film had geen band met Cannes. Festivalpresident Iris Knobloch verduidelijkte dat: "Een film is geen verzameling data." Ook de AI in de John Lennon-documentaire van Steven Soderbergh bleek een bron van irritatie, voor journalisten dan. De AI paste totaal niet bij de film.
Het palmares en wat het zegt
De jury onder leiding van Park Chan-wook beloonde acht films, een genereuze en coherente keuze. De Gouden Palm voor Fjord was de juiste beslissing. Mungiu wordt hiermee de tiende filmmaker ooit met twee Palmes d'Or. Voor Minotaur zorgde de Grand Prix voor een onmiskenbaar politiek signaal richting Rusland. De ex-aequo beste regie voor La Bola Negra en Fatherland was eerder een verrassing, gezien de kwaliteiten van die films meer bij het thema en de fotografie lagen.
Terugblikkend op deze editie valt één ding pijnlijk op: van de vijf competitiefilms geregisseerd door vrouwen waren er drie die er niets te zoeken hadden. Dat is geen argument tegen vrouwelijke regisseurs, maar wel tegen een festival dat vrouwelijke regisseurs alleen selecteert voor een quotum. Cannes zou beter af zijn met een genderneutrale selectie die films uit Un Certain Regard durft op te nemen in de hoofdcompetitie. De helft van de tweeëntwintig competitiefilms waren Frans of Frans gecoproduceerd. Thierry Frémaux's uitspraak dat Cannes geen Frans festival is, maar een festival dat plaatsvindt in Frankrijk kan je enigszins ironisch interpreteren.