In 2007 kreeg deze onsmakelijke filmposter zoveel kritiek te verduren dat zelfs de regisseur op het matje moest komen
Pas na een uitgebreide controle kon dit beeld toch worden gebruikt voor de poster.
Toen Hostel: Part II in 2007 verscheen, wilde Eli Roth zijn reputatie als shockregisseur verder uitbouwen. De eerste film was al een financieel succes, en met het vervolg moest alles groter, gruwelijker en vooral provocerender worden aangepakt.
Dat gold niet alleen voor de film zelf, maar zeker ook voor de marketingcampagne. De poster van de horrorfilm zorgde direct voor opschudding en werd door velen als extreem en zelfs misselijkmakend bestempeld, nog voordat het publiek één scène had gezien.
Realisme
De beruchte poster toonde een stuk vlees dat verdacht veel leek op menselijk weefsel. Dit beeld was zo realistisch en ongemakkelijk dat toezichthouders zich serieus afvroegen of het hier daadwerkelijk om mensenvlees ging.
De campagne werd bedacht door marketeer Tim Palen, die bewust wilde choqueren. Zijn doel was simpel: opvallen tussen de talloze filmposters en meteen een gevoel van ongemak oproepen bij potentiële kijkers.
Productie
Om het beeld te maken, kocht Palen verschillende stukken vlees bij een slager en fotografeerde deze in zijn eigen keuken. Uiteindelijk koos hij voor zwijnenvlees, omdat dit het meest overtuigend en verontrustend oogde op camera.
De Amerikaanse filmkeuring, de Motion Picture Association of America, geloofde het echter niet meteen. Pas toen Palen een kassabon van de slager kon overleggen, werd bewezen dat het geen menselijk materiaal betrof.
Memorabel
Achteraf wordt de campagne gezien als een van de meest controversiële ooit. Het bewijst dat een simpele afbeelding soms net zo veel impact kan hebben als de film zelf, zeker wanneer grenzen bewust worden opgezocht.
Dat gold niet alleen voor de film zelf, maar zeker ook voor de marketingcampagne. De poster van de horrorfilm zorgde direct voor opschudding en werd door velen als extreem en zelfs misselijkmakend bestempeld, nog voordat het publiek één scène had gezien.
Realisme
De beruchte poster toonde een stuk vlees dat verdacht veel leek op menselijk weefsel. Dit beeld was zo realistisch en ongemakkelijk dat toezichthouders zich serieus afvroegen of het hier daadwerkelijk om mensenvlees ging.
De campagne werd bedacht door marketeer Tim Palen, die bewust wilde choqueren. Zijn doel was simpel: opvallen tussen de talloze filmposters en meteen een gevoel van ongemak oproepen bij potentiële kijkers.
Productie
Om het beeld te maken, kocht Palen verschillende stukken vlees bij een slager en fotografeerde deze in zijn eigen keuken. Uiteindelijk koos hij voor zwijnenvlees, omdat dit het meest overtuigend en verontrustend oogde op camera.
De Amerikaanse filmkeuring, de Motion Picture Association of America, geloofde het echter niet meteen. Pas toen Palen een kassabon van de slager kon overleggen, werd bewezen dat het geen menselijk materiaal betrof.
Memorabel
Achteraf wordt de campagne gezien als een van de meest controversiële ooit. Het bewijst dat een simpele afbeelding soms net zo veel impact kan hebben als de film zelf, zeker wanneer grenzen bewust worden opgezocht.