Interview

Interview met Michael Dudok de Wit [interview]

De Oscarwinnende regisseur over zijn eerste lange animatiefilm: The Red Turtle.

Beste filmliefhebber,

Wij zien dat je een adblocker gebruikt. Dit vinden wij jammer, want FILMTOTAAL is dankzij onze advertenties gratis toegankelijk. Graag willen we je vragen een uitzondering te maken voor FILMTOTAAL. Hoe je dat moet doen lees je hier.

M.v.g FT

door Arjan Welles om 23:19 in Interview

De loopbaan van de Nederlandse animatieregisseur Michael Dudok de Wit gaat als een speer. Met zijn korte film The Monk and the Fish sleepte de animator uit Abcoude al een Oscarnominatie in de wacht. Zes jaar later, in 2000, ontving Dudok de Wit voor Father and Daughter zelfs een beeldje voor beste korte animatiefilm. Hiermee trok hij de aandacht van de internationale animatiestudio's. De vermaarde Japanse Studio Ghibli van Hayao Miyazaki vroeg hem een avondvullend speelfilm te regisseren en produceren. Het was voor het eerst dat een buitenlandse filmmaker met de Japanners samenwerkte. Het resultaat heet The Red Turtle en gaat over een schipbreukeling die op een onbewoond eiland oog in oog komt te staan met een gigantische en mysterieuze rode zeeschildpad. Dudok de Wit, die in Londen woont en een speciale prijs in Cannes won voor zijn beeldschone animatiefilm, was op bezoek in Amsterdam. FilmTotaal sprak met de bevlogen en bescheiden vertegenwoordiger van de animatie als auteursfilm.

De Japanse grootmeester Hiyao Miyazaki heeft wel eens verklaard dat animatie voor hem een middel is en geen doel.

"Oh ja, mooi gezegd. Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik vind animatie interessant omdat ik het met collega's heb over technische aspecten, maar voor mij is het een manier om me uit te drukken. Als ik een ander middel zou kunnen gebruiken dan had ik dat ook gedaan. Bij animatie kun je een geheel eigen filmtaal maken door er muziek en geluid aan toe te voegen."

Kun je animatie beter beïnvloeden dan live action?

"Anders. Live action heeft bepaalde kwaliteiten die je niet in animatie kunt gebruiken en andersom. Als we naar een scherm kijken zijn we verreweg het meest geïnteresseerd in gezichten, voornamelijk de ogen en de mond en daarnaast de handen. Zo zijn we biologisch geprogrammeerd waardoor we er heel gevoelig voor zijn. We luisteren wel naar wat mensen zeggen, maar we kijken naar alle kleine boodschapjes die mensen afgeven in hun gezicht; veel meer dan we ons realiseren. Die zijn veel makkelijker te vangen in live action. Je doet een mooie close-up en je vertelt alleen al met een gezicht dat rustig kijkt heel veel. Bij animatie moet je dat er allemaal uitlaten. Die microbewegingen van je ogen, wenkbrauwen en de spieren rondom je mond is allemaal gewoon te veel werk. Je moet dit stileren en vereenvoudigen waardoor je alleen het essentiële vertelt. Maar dan zoek ik compensatie. Zo blijf ik wat verder weg al hebben andere animatiefilms mooie close-ups. Ik blijf graag wat verder weg van de hoofdpersonen en plaats ze in hun omgeving."

In The Red Turtle heb je ook nog eens alle dialoog weggelaten.

"Die factor valt inderdaad ook nog eens weg. Lichaamstaal vind ik altijd heel rijk, zelfs als je stilzit. Gewoon de houding en de hoek van de nek. Is het licht laag met lange schaduwen? Al die details maken het expressief. Wat er in de scène net ervoor of erna gebeurt geeft de huidige scène ook een bepaalde kracht. Het komt dan allemaal samen. Eerlijk gezegd is dat niet eens zo heel moeilijk, want daar wen je al snel aan gewoon met je illustraties. In een vroeg stadium hadden we wel spreektaal, maar die hebben we er uitgelaten omdat dit nog interessanter was. We maken meteen duidelijk dat men geen zinnen hoeft te verwachten. In het begin van de film is de hoofdpersoon alleen en dan verwacht je ook niet dat hij iets zegt. Maar als hij andere mensen ontmoet, merk je dat ze niets zeggen."



De animatie van de bewegingen ziet er heel natuurlijk uit. Toch gebruikte je geen rotoscoop.

"Ik heb deze film niet geanimeerd. Wel heb ik heel veel tekeningen in de voorbereidingsfase gemaakt om de tekenaars zoveel mogelijk in een richting te beweging. We hebben een aantal acteurs gefilmd, omdat sommige bewegingen zo complex en gevoelig zijn. Het klinkt vreemd, maar iemand die gewoon loopt maar wordt gefilmd met hoog geplaatste camera is heel moeilijk te doen voor een animator. Dat perspectief is moeilijk om overtuigend over te brengen. Dat soort zaken hebben we gefilmd, zoals ook natuurlijke bewegingen van iemand die ligt en zich omdraait. De acteurs hebben ook ideeën gegeven aan de animators. Ik wilde geen rotoscopie want dat is stijf. Sommige tekenaars hebben veel naar de beelden gekeken en anderen hebben het vrij vlot naast zich neergelegd."

De bewegingen zijn alleen niet heel grotesk, maar heel vloeiend.

"Dat was mijn uitdrukkelijk opdracht: geen cartoon. Sommige bewegingen zijn wel wat groter gemaakt. Acteurs zijn ook heel goed met mooie natuurlijke gebaren. Als ze mij hadden gefilmd was het heel plat geworden."

Je bent beland bij Studio Ghibli, dat oneerbiedig gezegd toch een industrie vertegenwoordigt. Hoe heb je je eigen identiteit als filmmaker weten te bewaken?

"Daarop heb ik geen zwart-wit antwoord. Ik vind niet dat ik onaangename compromissen heb moeten sluiten. Als ik dat had moeten doen dan was het heel moeilijk geweest. Dan had ik spijt gekregen. Zo is de film niet begonnen, ik heb volledige carte blanche gekregen. De Japanse producenten hebben ook nooit gezegd dat ik het in de stijl van Ghibli moest doen. We hebben daar niet eens over gesproken. Dat was ook nooit een optie. Ze wilden mijn eigen stempel zoals ze die in mijn korte films, met name Father and Daughter zien. Zij begrijpen dat ook, want alleen als je het in je eigen stijl doet dan wordt het mooi. Dat is vrij opvallend, want de zoon van Miyazaki heeft films gemaakt waar zijn vader het niet mee eens is. De oude Miyazaki doet dingen in zijn films die hij zelf niet eens kan uitleggen. Er is niemand die hem zegt dat hij iets niet kan en zijn films worden ook nooit getest voor een publiek. Ghibli is heel gevoelig voor de auteursfilm, maar deze zijn ook heel riskant. Auteurs kunnen ook beslissingen nemen die niet werken."

Hoe vraag je dan om reflectie als je je eigen gang mag gaan?

"Het arbeidsintensieve aspect van animatie zorgt daarvoor. Als je met je ploeg begint dan kun je niet meer terug. Je kunt dingen wel overdoen, maar dan verlies je heel veel weken werken. Het ontwikkelingsproces bij animatie is lang en daar kan en mag je alle fouten maken en verbeteren. Je verliest dan wel een maand, maar dat is niets vergeleken met een hele ploeg die een maand verliest. In dat stadium heb ik veel feedback gevraagd. In het begin van mijn loopbaan had ik de houding dat niemand zich met me moest bemoeien. Bij deze lange film heb ik van meet af aan om feedback gevraagd. Zowel van de Japanse als de Franse producenten, maar ook van vrienden en mijn vrouw. Ik vond deze taak te groot om het in mijn eentje aan te kunnen."



Hoe is het je bevallen dat je niet meer achter de tekentafel kon kruipen?

"Dat was jammer, want ik ben een echte tekenaar, maar ik vond compensatie. Ik was voor The Red Turtle riskant ambitieus, want het is geen gemakkelijke stijl om te animeren. Ik had een hele sterke visie van een realistische stijl en bewegingen. Er zijn niet veel animators die dat kunnen en zelf vind ik dat ook moeilijk. Gelukkig waren er een aantal mensen die net klaar waren met The Illusionist van Sylvain Chomet. Dat was weliswaar geen realistische stijl, maar wel een hele lastige productie. Die topanimators kon ik meteen benaderen. Mijn in zekere zin arrogante instelling was dat ik hoopte dat ze net zo goed waren als ik. In werkelijkheid waren ze niet zo goed, ze waren veel beter dan ik. Dat was een enorme opluchting. Ik kreeg zo vaak een nieuwe scène op mijn scherm en ik vond het dan fantastisch. Ik zag het eindresultaat en dacht: gelukkig dat ik het niet zelf geanimeerd heb. Als animator ben je heel kwetsbaar. Het is een voortdurend gevecht en je probeert jezelf voortdurend uit te dagen het beter te doen. Dat zorgde voor een sterke band met de animators die heel vriendschappelijk, haast intiem was."

Dat klinkt alsof je jezelf continu moet overwinnen.

"Ja dat klopt, maar dat is ook een leuke uitdaging, omdat het ook steeds lukt. Dat heb ik mijn hele carrière alsmaar ontdekt en bij mijn collega's is dat ook zo."

Kun je meer vertellen over de stijl die je voor The Red Turtle hebt gehanteerd? Ik zie overeenkomsten, zoals het gebruik van schaduwen, maar ook veel verschillen, vooral qua kleurgebruik.

"De aanwezigheid van schaduw is in al mijn films belangrijk geweest. Dat deze film meer gedetailleerd moest zijn, vooral qua personages maar ook qua omgevingen, wist ik gelijk al. De stijl van Father and Daughter paste perfect bij die film, maar een hele film in die stijl is voor de kijker nogal een experiment. Het gebruik van kleuren was ook gelijk duidelijk voor me. In Californië en bij Ghibli gebruiken ze alle kleuren van de regenboog en dat doen ze ook heel goed, maar dat is niet mijn persoonlijke smaak."

Het viel me op dat vaak een bepaalde kleur overheerst.

"Dat was ook mijn opdracht aan de animators. Ik wilde alle kleuren die we mooi vonden gebruiken. We hebben storyboards gemaakt waarin je precies zag wanneer een bepaalde kleur overheerste. Ik wilde steeds een dominante kleur met variaties daarvan. Zo is het bos alle schakeringen groen. Zo is het leven ook. In animatie is er de tendens om heel kleurrijk te zijn. Dit komt door de traditie dat animatiefilms voor kinderen zijn en die houden van kleur."

Ook opvallend was de animatie van water. Water is een belangrijk element, tijdens de storm in de opening en later bij de tsunami. Dat lijkt me heel moeilijk om uit te voeren.

"We hadden een team dat alleen maar met water bezig is geweest. Anderhalf jaar lang. Vooral het tekenen van het water dat op het strand kabbelt was in elke scène anders. Een jongedame heeft daar heel lang over gedaan. Toch blijft het heel onopvallend, omdat je er nauwelijks naar kijkt. Het is belangrijk om water goed te doen, maar je moet tegelijkertijd ook vereenvoudigen want water is te complex. Een lichteffect op het water is digitaal gedaan en dat ging belachelijk snel in een uur, maar de rest kostte heel veel tijd ondanks de versimpeling. Ik heb altijd water in mijn films. Ik weet niet waarom, maar ik vind water heel mooi omdat het reflectie kent. Het is daardoor grafisch heel interessant, maar ook onder water kun je veel mooie dingen doen.[/i]

Tot slot, wie is nou niet gaan houden van de krabbetjes?

"Ik heb al eens geopperd dat mijn volgende lange film alleen maar over de krabbetjes gaat."

» Lees ook onze recensie van The Red Turtle.

0 Reacties

account_circleLog in of registreer om mee te praten.

nieuwslaatste nieuws