FilmTotaal in gesprek met cast en crew van Mijn Beste Vriendin Anne Frank

"Geen icoon, niet die heilige, maar een echt meisje van vlees en bloed."

Ruud Vos 11 september 2021 10:32 in Interview
Er zijn al veel Anne Franks geweest op het witte doek. Eén in de gedaante van Audrey Hepburn, een Italiaans sprekende, Annes in kleur en zwartwit, en zelfs een getekende uit Japan. Maar in alle decennia sinds ze wereldwijd het gezicht werd van alle Holocaust-slachtoffers, is er nooit eerder een Nederlandse bioscoopfilm geweest over het leven van Anne Frank. Nu is die er wel. FilmTotaal sprak de regisseur, de producent/schrijver en de twee hoofdrolspeelsters van Mijn Beste Vriendin Anne Frank.

In een kantoortje van distributeur Dutch FilmWorks schuiven we aan tafel met producent Paul Ruven die samen met Marian Batavier ook het script schreef op basis van gesprekken met de tweeënnegentigjarige Hannah Goslar die vroeger beste vriendinnen was met Anne Frank. Naast hem zit regisseur Ben Sombogaart, die eerder al klassiekers afleverde zoals Het Zakmes, De Tweeling en Abeltje. Ook spreken we de twee getalenteerde jonge hoofdrolspelers Josephine Arendsen, die de rol van Hannah vertolkt, en onze nieuwe Anne: Aiko Mila Beemsterboer.


"Het tragische is dat Anne nooit haar dromen heeft kunnen najagen."


De echte Anne Frank schreef in haar wereldberoemde dagboek: "Het is een groot wonder, dat ik niet al mijn verwachtingen heb opgegeven, want ze lijken absurd en onuitvoerbaar. Toch houd ik ze vast, ondanks alles". Dit is ook een kant van haar waar Beemsterboer zich in herkent: "Anne wordt sowieso al neergezet als een inspirerend persoon. Ze was van: ik ben hier en ik wil dat de wereld mij ziet. Dat vind ik zelf heel inspirerend. Durven dromen en je ambities durven na te streven. Sowieso was ik erg op zoek naar: waar komen wij overeen? Ik heb ook een bepaalde drive en een ambitie, ik ga mijn dromen achterna. Bij Anne is het tragische dat ze dat uiteindelijk niet heeft kunnen doen. En met haar heel veel anderen ook niet."


Een authentieke Anne

Een dergelijke herkenning was er niet alleen bij haar. Ruven illustreert het door te vertellen over hoe de twee jonge acteurs op Facetime een ontmoeting hadden met de echte Hannah Goslar, die nu in Jeruzalem woonachtig is. "Hannah zei tegen Aiko: 'Jij bent precies Anne. Misschien niet helemaal het uiterlijk, maar hoe je bent en hoe je doet is exact haar.' Dat gaf Aiko heel veel zelfvertrouwen", aldus de producent. Het zorgt ook voor een mate van authenticiteit, die toepasselijk is. Want dat authentieke paste precies bij wat de regisseur in eerste instantie aantrok in dit project.

Sombogaart: "Toen ik het script las, zag ik een andere kant van Anne Frank: dat ze niet alleen die heilige was die we nu in haar zien, dat icoon. Ze was gewoon een meisje van vlees en bloed. Soms net zo nukkig als andere meisjes, net zo lief én net zo onaardig. Ik dacht sowieso: hier zie ik twéé meisjes die levensecht zijn. Dat is een perfect uitgangspunt om zo'n aangrijpend verhaal te vertellen. De kijker kan zich met hen identificeren, en gaat meevoelen als-ie ziet wat er in die periode in 1942 gebeurt. En wat er later met Hannah in het kamp in Bergen-Belsen gebeurt."


Volgens Beemsterboer was het ook heel erg een balans zoeken tussen hoe de wereld Anne Frank ziet, en hoe Hannah haar toen zag. Ze vertelt: "Ja, dat is natuurlijk echt een grote druk. Dus we moesten repeteren, echt heel veel repeteren en discussiëren daarover. Ik denk dat we én dat dromerige en avontuurlijke hebben wat we in haar dagboek kunnen lezen, én hoe Hannah haar ziet." Waren ze nog bang dat iemand opstaat en zegt: 'Zo was Anne niet!'? De regisseur: "Natuurlijk! Voortdurend, want je werkt met een heilige, met een icoon. Het leuke was dat onze Aiko dat heel goed begreep. Die voelde een enorme verantwoordelijkheid."

"Een toppertje!"

Het verhaal staat of valt ook bij de casting van een goede Hannah, want het verhaal wordt door haar ogen verteld. "Josephine Arendsen sprong er gewoon uit!", zegt Sombogaart. "Eens in de tien jaar kom je zo'n kindacteur tegen. Dat was Olivier Tuinier (uit Het Zakmes, red.) ooit en ik heb er nog wat meer gezien, maar zoals zij... Alles wat ze denkt, alles wat ze voelt wordt ook in haar gezicht uitgedrukt! En wat heel belangrijk is: daar hoeft ze geen moeite voor te doen. Josephine was onverstoorbaar: op een set waar je wordt omringd door tientallen mensen, blijft ze gewoon wie ze is. En ze is in staat om zich te verplaatsen in de ander. Ze kon zich heel goed eigen maken, op basis van het script, wie Hannah was."


"Eens in de tien jaar kom je zo'n kindacteur zoals Josephine tegen."


Ook voor Arendsen was er een bijzondere mate van herkenning, zegt ze: "Toen ik vroeger net zo oud was als Hannah in de film, was ik best wel preuts en niet zo heel erg met jongens bezig. Ik was erg dat blije meisje, bla-bla-bla. Op een gegeven moment zegt Anne tegen haar : 'Jij wilt toch verpleegster worden, je kan niet eens tegen bloed...' Ik kan ook niet tegen bloed! Nu valt het mee, ik ben er overheen aan het groeien, maar ik kan er gewoon van flauwvallen." En natuurlijk was er de ontmoeting met de echte Goslar op FaceTime, die haar extra motiveerde. "Wel zonder beeld, omdat haar camera toen stuk was", lacht Arendsen. "Wat ik daar vooral uit haalde was dat ze zo'n powervrouw is, dat zorgde ervoor dat ik het extra goed wou doen! Elke keer als het lastig werd, dacht ik terug aan dat moment en ook: ik doe het ook voor haar. Dus ik haalde daar veel steun uit."


Het respect dat de regisseur voor haar heeft is overigens wederzijds. Arendsen: "Ik had gewoon echt een hele goede klik met Ben. Hij is echt zo'n fijne regisseur, want hij vertelt alles heel persoonlijk. Vanuit zijn eigen ervaringen." Beemsterboer vult aan: "En Ben staat ook overal voor open. Als je je eigen ideeën met hem wil delen, staat hij er ook echt voor open om te sparren. Ik denk dat we de film zo alleen nog maar mooier hebben kunnen maken, dus ik vond het heel fijn dat hij er zo in stond." Arendsen haakt ook weer in: "En ik spreek Ben nog steeds heel vaak, want hij woont niet heel ver van waar ik op school zit. Als ik een tussenuurtje heb of zo, ga ik even naar hem toe. Kopje koffie erbij. Ben is gewoon een toppertje!" Beemsterboer begint te gniffelen en vult aan: "Paul is ook een toppertje, hoor."

Onderlinge chemie

En natuurlijk moet er ook een goede chemie zijn tussen de twee acteurs onderling. Ruven en Sombogaart zeggen daarover in koor: "Die was er meteen!" "Ja, meteen", pakt de regisseur 'm verder op. "Ze zijn ook heel anders, twee totaal verschillende karakters. Maar ze hadden meteen een wederzijds respect voor elkaars vakmanschap. Kijk, acteurs voelen meteen aan: 'Dit is gelijkwaardig. Als ik met jou speel, gaat het niet ten koste van mij. En ik hoef geen rekening met je te houden. Ik kan spelen wat ik wil, en jij kan spelen wat jij wil.' En dat telde echt op."

Beemsterboer: "Die chemie was er gelijk tijdens mijn auditie. Wij hebben een dynamiek waarbij we heel veel energie uit elkaar halen, een soort tik-tak. Ik wil samen spelen, en samen die top bereiken in elke scène. En Joos heeft dat ook heel erg! Dus als we een scène spelen waarin we heel erg aan het giechelen zijn, dan zijn we ook gewoon écht aan het giechelen met elkaar." Daar is Arendsen het mee eens: "Er zijn ook acteurs; die spelen het, en dan lijkt het alsof er een soort van muur zit. En dan moet je daar tegenop elke keer. En dat is heel vermoeiend ook. Maar bij ons was het steeds van: kom maar!"


"Toen de jodenster op de kostuums kwam, werd het ineens heel echt."


Maar hoe plezierig deze samenwerking ook was, de ernst van het verhaal dat ze probeerden te vertellen kwam ook hard binnen. Arendsen noemt bijvoorbeeld: "Dat merkte je ook al met het passen van de kostuums. Dan krijg je van dat ouderwetse ondergoed aan. Ouderwetse jurkjes en vestjes. Dan denk je: 'O, wat schattig allemaal!' En op een gegeven moment deed Linda, de kostuumontwerper, de jodenster erop. Dan was het ineens allemaal niet meer schattig. Dan was het echt." Haar tegenspeelster valt haar bij: "Bijna onmenselijk is het, en het is ook heel moeilijk om te bevatten. Het schept een soort gevoel bij alle dingen die je leest in de geschiedenisboeken. En doet weer heel veel met het kader dat je hebt. Ik denk dat een nieuwe generatie - ik merk dat bij mezelf trouwens ook heel erg - heel veel moeite heeft om te begrijpen hoe het echt was. Ik denk dat dat ook nooit volledig kan. Maar zo'n film biedt wel een hele goede stap om dichter bij dat gevoel te komen."

Filmset in coronatijd

Een van de uitdagingen waar de productie mee te maken kreeg in maart 2020 was dat de covid-pandemie uitbrak. Ruven weet nog: "We draaiden net vijf dagen in Hongarije, en we moesten stoppen. We waren daar in maart, want we wilden dat het koud was. Maar uiteindelijk hebben we de kampscènes pas gedraaid in de zomer." Regisseur Sombogaart herinnert zich nog dat filmjournalist Ab Zagt van het AD opbelde, toen in Nederland de boel op slot ging. "Hij zei: 'Hier ligt alles plat. Niemand doet meer iets, alles ligt op slot. En jullie gaan maar door.' Toen heb ik snel met de producenten gebeld, die op dat moment over datzelfde aan het nadenken waren. En die ochtend nog hebben we binnen anderhalf uur besloten: we gaan hier weg", vertelt hij.


Sombogaart: "Het was zaak om de Nederlandse crew met de acteurs terug naar Nederland te krijgen. Dat is best even lastig. In drie dagen zijn we toen geëvacueerd, en de vierde dag ging het vliegveld in Hongarije op slot." De grootste zorg was waar je misschien niet meteen over zou nadenken. Ruven: "Dat - omdat we vijf maanden later weer wilden gaan draaien, toch? - dat Aiko en Josephine allebei zouden groeien."

Sombogaart: "Ja, dat was natuurlijk heel eng! Meisjes op die leeftijd."

Ruven: "Je denkt: 'O god! O god!' Maar da's niet gebeurd, gelukkig."

Sombogaart: "Ja, we moesten toen nog het eerdere deel draaien, 1942, dat in Amsterdam was."

Ruven: "En als ze daar ineens langer waren dan in '45..." Vul inderdaad zelf maar in, dat ziet er niet uit.

Maar het resultaat is een film waar ook de inspirator, Hannah Goslar zelf, erg blij mee is. Ruven hield met medeschrijver Batavier het voornaamste contact met de Holocaust-overlever: "Ze was zeer geroerd door de film. Hannah kon na de screening zelf even niet zo goed praten tegen ons. Toen heeft ze het in Hebreeuws tegen haar dochter gezegd, die had meegekeken. We hoorden alleen al aan haar stem dat ze erg ontroerd was." De scriptschrijvers legden al tien jaar geleden het eerste contact met haar, en ze was al een beetje bang geworden dat ze de releasedatum niet meer zou halen. Sombogaart vertelt: "Ze zei steeds maar: 'Schiet op met die film! Ik wil 'm zien!'"

En hierna?

Voor de acteurs Beemsterboer en Arendsen is dit uiteraard nog maar een vroeg stadium in hun carrières. Wat staat hen in de toekomst te wachten? Arendsen zegt erover: "Ik wil vooral de dingen spelen die ik nog niet heb gedaan. Maar het is ook ontdekken, want ja, hoe gevarieerder hoe leuker." Ze heeft al een achtergrond in de musicalwereld, maar "nu neigt het wat meer naar de filmkant, omdat ik dat nu heel erg interessant vind om te doen. Maar eigenlijk weet ik het allemaal nog niet zo goed; ik vind dansen ook erg leuk en dat soort dingen. Maar nu merk ik: ik wil gewoon verhalen vertellen!"


"Ik hoop dat ik een keer mee mag werken aan een sciencefictionproductie. Ik doe hierbij een oproep."


Beemsterboer voelt hetzelfde: "Ook al ben ik nu acht jaar bezig, ik heb het gevoel dat ik nog net begin! Ik wil echt nog van alles spelen." Maar één ding weet ze zeker: "Ik vind sciencefiction echt supervet! En ik hoop dat ik een keer mee mag werken aan een sciencefiction-productie. Of dat ik 'm zelf mag maken." Ruven doet nog een duit in het zakje: "Misschien moet je aan Aiko vragen wat ze in Amerika allemaal wil doen. Ik zie in haar wel een nieuwe, en andere, Jennifer Lawrence." Ze reageert: "Hahaha, nee, nee, nee! Kijk, ik weet niet hoe het allemaal gaat lopen en waar het schip strandt. Ik ben net klaar met de middelbare school! En ik ben echt aan het genieten van de dingen die ik nu mag maken. Ik zie wel wat er op mijn pad komt."

Maar scifi blijft wel het sleutelwoord. Beemsterboer: "Elke keer als ik dat woord in mijn mond neem, hoop ik dat iemand in Nederland het leest en zegt: ik wil nú een sciencefictionfilm maken. Dit is een oproep, haha!"

Lees ook onze recensie van Mijn Beste Vriendin Anne Frank.

NieuwsFilm