Wanneer Tarantino praat over Eastwood, komt hij vaak uit bij de spaghettiwestern The Good, the Bad and the Ugly. Volgens de regisseur is die film niet alleen zijn favoriete Eastwood-avontuur, maar zelfs "de grootste cinematografische prestatie uit de filmgeschiedenis". Een enorme lofzang.
Plot
De film uit 1966 werd geregisseerd door de Italiaanse filmmaker Sergio Leone en vormt het slotstuk van zijn beroemde Dollars-trilogie. Eastwood speelt opnieuw de mysterieuze "Man with No Name", een zwijgzame revolverheld die verwikkeld raakt in een jacht op verborgen goud.
Naast Eastwood schitteren ook Eli Wallach en Lee Van Cleef in de film, die bekendstaat om zijn epische spanningsopbouw en iconische muziek van Ennio Morricone. Met een budget van ongeveer 1,2 miljoen dollar groeide de film uit tot een wereldwijde kaskraker destijds.
Nieuwe stijl
Voor Tarantino zit de kracht vooral in de manier waarop Eastwood een nieuw soort westernheld neerzette. Volgens hem waren eerdere cowboys stoer en heldhaftig, maar zelden echt cool. Eastwood bracht plots een mysterieuze, stijlvolle en bijna mythische uitstraling naar het scherm toe.
Die aanpak inspireerde Tarantino zichtbaar bij het schrijven van zijn eigen personages. Figuren als Jules Winnfield uit Pulp Fiction of de premiejagers in Django Unchained dragen dezelfde combinatie van dreiging, charisma en droge humor. De erfenis van Leone en Eastwood blijft voelbaar.
Blijvende impact
Meer dan een halve eeuw na de première wordt The Good, the Bad and the Ugly nog altijd gezien als één van de invloedrijkste westerns ooit. Voor Tarantino blijft het het ultieme voorbeeld van cinema die tegelijk ruig, heldhaftig en onvergetelijk aanvoelt.