21: Las Vegas
Recensie

21: Las Vegas (2008)

Matige actiefilm met Kevin Spacey.

in Recensies
Leestijd: 2 min 46 sec
Regie: Robert Luketic | Cast: Jim Sturgess (Ben Campbell), Kate Bosworth (Jill Taylor), Kevin Spacey (Prof. Mickey Rosa), Laurence Fishburne (Cole Williams) | Speelduur: 123 minuten | Jaar: 2008.

Gokken is hot en is dat altijd al geweest; de kans op veel geld in korte tijd is een droom die voor weinig gelukvogels waarheid wordt. Maar wat als gokken verandert in logica, het ‘simpelweg’ optellen en aftrekken van getallen? 21: Las Vegas is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de Amerikaanse student Jeff Ma die midden jaren negentig in de weekenden in Las Vegas kaarten telde zodat hij nooit meer een rotbaantje hoefde aan te nemen om aan geld te komen.

In 21: Las Vegas is hoofdpersonage Ben Campbell (Jim Sturgess) een briljante MIT-student in Boston die alle kwaliteiten bezit om een fantastische universitaire carrière te starten. Helaas heeft hij één probleem: hij zal zes jaar fulltime moeten werken om het collegegeld van driehonderdduizend dollar bij elkaar te sprokkelen. Hij probeert aanspraak te maken op een kostendekkende beurs, maar hij heeft niets wat hem werkelijk van de rest onderscheidt. Hij zal dus op meerdere paarden moeten wedden. Gelukkig komt hij in contact met professor Mickey Rosa. Deze charismatische man heeft een groepje zeer begaafde studenten aangetrokken om samen met hem grof geld verdienen in Las Vegas door blackjack te spelen op een systematische manier: het tellen van kaarten zonder opgemerkt te worden door de casino-eigenaars. Rosa wil Ben inzetten als belangrijkste speler in het team. Ben, eerlijk als hij is, besluit het aanbod af te slaan en op een andere manier aan geld te komen totdat hem duidelijk wordt dat dit echt de snelste én makkelijkste manier is. Hij belooft zichzelf om bij de driehonderdduizend dollar te stoppen, maar de verleiding is groot. Geld is immers een sleutel tot succes en kan van een grijze muis een populair persoon maken. Als het geld hem dan ook in zijn macht krijgt, keert niet alleen het jaloerse teamlid Fisher zich tegen hem, maar ook mentor Rosa en ‘Big Brother’ casinobeveiliger Cole Williams.

Ondanks de potentie van het verhaal en de meer dan degelijke uitvoering van de acteurs, blijft de film hangen in de middelmatigheid. Dit heeft vooral te maken met de slechte timing, stereotypering en de onduidelijkheid wat de makers met het verhaal aanwillen. De slechte timing komt voort uit de structuur. Driekwart van de film wordt besteed aan het schetsen van Bens situatie in Boston, de verslechterde relatie met zijn vrienden en zijn veranderende levensstijl. Pas in het laatste half uur wordt er vaart achter gezet waardoor er te laat een actiegerichte spanningsboog ontstaat en het je als kijker allemaal weinig meer kan schelen. Dat is zeer betreurenswaardig omdat in dit laatste half uur de écht tirannieke Mickey Rosa (Spacey op zijn best) tevoorschijn komt als Ben een grote som geld heeft verspeeld: “You know what I am capable of doing, don’t you?”. Pas dan ontstaat er een redelijk kat-en-muisspel dat helaas nogal moralistisch afloopt. Goed staat lijnrecht tegenover slecht, terwijl bevrediging vaak voorkomt uit het schemergebied daartussenin. Met opgeheven vingertje wordt het clichématige ‘geld maakt niet gelukkig’ over de hele film uitgesmeerd. Het Rolling Stonesnummer “You can’t always get what you want” zegt wat dat betreft genoeg. Typerend, want Jeff Ma kreeg wél wat hij wilde en dat maakt de uitwerking van deze film tot een gemiste kans.