1900
Recensie

1900 (1976)

Een groots en intelligent epos dat zijn weerga in de (Italiaanse) filmgeschiedenis niet kent.

in Recensies
Leestijd: 4 min 14 sec
Regie: Bernardo Bertolucci | Cast: Robert De Niro (Alfredo Berlinghieri), Gérard Depardieu (Olmo Dalco), Dominique Sanda (Ada), Donald Sutherland (Attila), Burt Lancaster (Alfredo Berlinghieri, sr.), Sterling Hayden (Leo Dalco) e.a. | Speelduur deel 1: 162 minuten | Speelduur deel 2: 154 minuten | Jaar: 1976

1900 is een absoluut meesterwerk en het magnum opus van regisseur Bernardo Bertolucci. Het is niet zijn succesvolste, controversieelste of met de meeste prijzen overladen werk, maar wel zijn beste. Na het kritisch bejubelde Il Conformista kreeg Bertolucci door het succes van het beruchte, veelbesproken Last Tango in Paris het geld en de middelen voor dit project, dat pas na jarenlang werk in 1976 voor het eerst werd uitgebracht. Het resultaat werd een groots en meeslepend epos over de Italiaanse geschiedenis van het jaar 1900 tot aan de bevrijding van het fascisme in 1945. Bertolucci, die medeverantwoordelijk was voor het script, slaagde erin om die geschiedenis tot leven te laten komen in allegorische personages, die symbool stonden voor de verschillende standen en politieke stromingen binnen de Italiaanse samenleving, terwijl het ook nog eens mensen van vlees en bloed bleven.

In 1900 worden in Noord-Italië twee jongens geboren. De één is Alfredo Berlinghieri, de kleinzoon van de rijke landeigenaar Alfredo Berlinghieri sr. De ander is Olmo Dalco, een bastaardzoon van een van de families die het land van de Berlinghieri’s bewerken. Doordat ze zo dichtbij elkaar wonen, groeien ze samen op. Er ontstaat een moeizame vriendschap tussen de twee tegenpolen. Alfredo is timide, naïef en passief, terwijl Olmo dapper, boos en actief is. En dan is er natuurlijk nog het verschil in maatschappelijke positie. Dat drijft naarmate het duo ouder wordt steeds meer een wig tussen hen. Olmo wordt een soort leider voor de steeds armer wordende boeren en Alfredo groeit uit tot landeigenaar waar diezelfde boeren zo’n hekel aan hebben.

Hun relatie wordt nog eens extra onder druk gezet doordat de boeren in opstand komen tegen hun bazen, beginnen te staken en het communisme omarmen. De rijken reageren hierop door fascisten in te zetten en de boeren weer onder controle te krijgen. Deze worden verpersoonlijkt door de vileine Attila, die na de Eerste Wereldoorlog door de Berlinghieri’s als opzichter wordt ingehuurd. Alfredo laat hem zijn gang gaan tot op het punt waar Olmo moet vluchten en de fascisten zo machtig zijn geworden, dat Alfredo niets meer te vertellen heeft over Attila. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog hebben de fascisten verloren en moeten zij en de landeigenaren daarvoor de prijs betalen.

Wat 1900 tot zo’n meesterwerk maakt, is de manier waarop Bertolucci een halve eeuw Italiaanse geschiedenis verwerkt in een verhaal over twee mannen en hun leefsituatie. Hij doet dat niet door allemaal belangrijke gebeurtenissen te verweven in het leven van de mannen, zoals dat op een beetje geforceerde manier in de recente filmhuishit La Meglio Gioventù gebeurde, maar door de grote politieke stromingen en sociale klassen intrinsiek te maken aan de personages. Zo worden die personages archetypes, die af en toe zelfs mythische of karikaturale vormen aannemen. Toch slaagt Bertolucci erin om ze ook nog mensen van vlees en bloed te laten zijn, zodat je als kijker met hen kan meeleven en je door het verhaal kan laten meeslepen. Bertolucci spreekt zowel de hersenen als het hart aan.

Daarvoor kon hij bogen op een internationale sterrencast en een uitmuntende crew. Alfredo wordt in zijn volwassen jaren gestalte gegeven door een nog jonge Robert De Niro, die op bijzondere wijze van zijn personage een sympathieke maar tegelijkertijd misselijkmakende man heeft gemaakt. Een jonge, nog slanke Gerard Depardieu is in de rol van Olmo zijn uitstekende tegenspeler. Donald Sutherland heeft in zijn carrière heel wat engerds gespeeld, maar hij was nooit zo angstaanjagend als hier, als brute fascist Attila. Hij mag zich uitleven met het vermoorden van poesjes, kleine jongetjes en arme oudjes. De rest van de cast doet niet voor hen onder.

Ennio Morricone voorziet de film op zijn eigen unieke wijze van de juiste, epische muziek, zonder zich te buiten gaat aan enorme melodramatische orkestratie. Vittorio Storaro, die later nog Apocalypse Now zou filmen, schiet prachtige plaatjes en voorziet de verschillende fases van het epos van passende kleurpaletten: een zomerse sfeer voor de jeugd, herfst en winter voor de volwassenwording en de komst en overheersing van het fascisme en lente voor de overwinning van de communistische partizanen.

Aan het eind van de film gaat Bertolucci toch nog even in de fout. Hij laat de briljante mix van persoonlijk drama en politieke allegorie achterwege en kiest puur voor het laatste. Dit levert een bevreemdend slot op waardoor de film met een onzuivere noot wordt afgesloten. Dit is eigenlijk het enige echte gebrek van 1900. Zelfs de manier waarop Bertolucci gaandeweg openlijk de kant van de communisten kiest, is niet storend, omdat hij daarbij enige nuance gebruikt en de communisten zeker niet als helden afschildert. Uiteindelijk heeft hij een fantastische film gemaakt. Een groots en intelligent epos dat zijn weerga in de (Italiaanse) filmgeschiedenis eigenlijk niet kent.



[doemaarrood]Vanwege het dertigjarig bestaan van 1900 en het aansluitende zomerprogramma rondom Robert De Niro, brengt het Filmmuseum de film in een nieuwe kopie opnieuw uit.[/doemaarrood]