Walk the Line
Recensie

Walk the Line (2005)

Degelijke film over de vroege jaren van Johnny Cash, die toch iets beters verdiend had.

in Recensies
Leestijd: 3 min 54 sec
Regie: James Mangold | Cast: Joaquin Phoenix (Johnny Cash), Reese Witherspoon (June Carter), Ginnifer Goodwin (Vivian Cash), Robert Patrick (Ray Cash) e.a. | Tijdsduur: 137 minuten

Voor vele mensen is Johnny Cash een legende, zeker in de Verenigde Staten. Hij was ‘The Man in Black’, die zong en speelde voor iedereen die niemand anders had; de man die zichzelf als mens en muzikant opnieuw uitvond toen hij samen met June Carter Cash voor gevangenen ging optreden. Minder bekend is het verhaal van Cash dat zich voor die tijd afspeelde, toen hij zijn eerste stappen zette als beroemde muzikant maar bijna compleet ten val kwam voordat hij verlossing vond en tien jaar lang afwisselend wel én niet een zeer complexe relatie met June Carter had. Walk The Line gaat over die jaren, vanaf zijn jeugd tot en met zijn beroemde optreden in Folsom Prison, en concentreert zich daarbij op de liefdesgeschiedenis van John en June. Zij hebben de film overigens niet meer kunnen zien; zij stierven allebei in de eerste helft van 2003, een paar maanden na elkaar.

Johnny Cash wordt tijdens de Depressie geboren in het arme zuiden van de Verenigde Staten. Zijn oudere broer sterft als Johnny een jaar of tien is, wat een grote klap is voor zijn familie, die het al zo moeilijk heeft. Op achttienjarige leeftijd gaat Johnny het leger in, en daarna trouwt hij met Vivian en probeert hij aan de bak te komen als huis-aan-huis verkoper. Ondertussen ontwikkelt hij zijn vaardigheden als countrymuzikant. Hij doet een auditie bij Sun Records en krijgt een platencontract aangeboden. Hij neemt een aantal hits op in dezelfde studio waar Elvis Presley, Jerry Lee Lewis en Carl Perkins de rock-‘n-roll aan het grootmaken zijn. De geest van die muziek is ook terug te horen in het unieke geluid van Cash. Samen met die mannen reist hij door het land van optreden naar optreden, en tijdens een van die eerste tournees komt hij in aanraking met de peppillen, waar hij tot eind jaren ’60 aan verslaafd zou zijn.

Hij ontmoet tijdens die tournees ook countryzangeres June Carter. Op het podium ontstaat er een band tussen de twee, maar allebei zijn ze al getrouwd met een ander. Mede daardoor raakt Johnny steeds meer verslingerd aan de drugs en hij ontspoort helemaal als zij na een scheiding met een ander trouwt. Ondertussen loopt ook zijn eigen huwelijk op de klippen en belandt hij in een diep dal, zowel muzikaal als emotioneel (en ook qua drugsgebruik). Met behulp van June klimt hij daar uit, doet hij zijn verslaving in de ban en hervindt hij zichzelf als artiest.

Om gestalte te geven aan het beroemde koppel hebben Joaquin Phoenix en Reese Witherspoon zich meer dan een half jaar lang voorbereid. Omdat regisseur Mangold erop stond dat de wilde, energieke geest van de muziek van Cash niet door middel van playbacken op film zou kunnen worden overgebracht, moesten de acteurs leren spelen en zingen. Ze moesten niet proberen de stemmen van de overleden sterren te imiteren, maar hun eigen muziekstem te vinden door de muziek van hun personages te spelen en te zingen. Phoenix ontdekte in deze tijd dat hij een extra octaaf lager kon praten en zingen dan hij ooit voor mogelijk had gehouden, en of hij het nou probeert of niet, zijn stem komt in de film behoorlijk in de buurt van die van Cash. Hij lijkt overigens niet alleen qua stemgeluid op de man in het zwart, maar ook de lichaamstaal, houding en dubbele persoonlijkheid van de beroemde zanger zijn terug te zien in Phoenix zijn fenomenale acteerprestatie. Witherspoon doet niet voor hem onder en bewijst eindelijk weer dat ze meer kan dan in dertien in een dozijn romantische komedies maken. En allebei bespelen ze hun instrumenten ook nog eens solide, zodat het met de muziek in de film wel goed zit. Zeker omdat de meer dan bekwame T Bone Burnett de score componeerde.

Het liefdesdrama van John & June wordt goed neergezet en enkele hartverwarmende én verscheurende scènes worden daarbij op een juiste manier ingezet. Daarnaast zijn ook de persoonlijke problemen van Cash goed uitgewerkt en wordt het begin van zijn muzikale loopbaan adequaat behandeld. Toch voelt Walk The Line wat te gladjes en te braaf aan, en lijkt eigenlijk in net iets teveel opzichten op Ray, de muzikale Amerikaanse biografiefilm die vorig jaar veel geprezen werd. Echte Cash adepten zullen zich ook aan bepaalde details storen, vooral de keuze van de momenten waarop bepaalde liedjes worden gezongen is op sommige momenten voor de echt fans een bron van irritatie. Walk The Line is een meer dan degelijke verfilming van de vroege jaren van Johnny Cash, maar de beste man had toch eigenlijk net wat beters verdiend.