Pather Panchali
Recensie

Pather Panchali (1955)

De Indiase film vormde in de tijd dat hij uitkwam een sterk contrast met de mierzoete films van de Bollywoodindustrie.

in Recensies
Leestijd: 2 min 53 sec
Regie: Satyajit Ray | Cast: Karuna Banerjee (Sarbajaya Ray), Kanu Banerjee (Harihar Ray), Subir Banerjee (Apu), Uma Dasgupta (Durga), Chunibala Devi (Indir Thakrun) | Speelduur:115 minuten | Jaar: 1955

In de jaren vijftig maakte Satyajit Ray de film Pather Panchali en behaalde hiermee overal succes behalve in het land van oorsprong, India. Tot de toenmalige trend behoorden vooral de Hindifilms uit Bombay. De Bengaalse overheid besloot Ray financieel niet te ondersteunen omdat men bezorgd was dat de film over het leven van een arme familie het positieve beeld van India zou verstoren. In het buitenland deed de film het echter uitstekend en ontving onder andere de prijs voor Best Human Document in Cannes.

Pather Panchali is het eerste deel van de zogeheten Apu-trilogie en gaat over een familie in armoede, gespeeld door een niet-professionele cast (behalve de bejaarde tante) en vormde in de tijd dat de film uitkwam een sterk contrast met de mierzoete films van de Bollywoodindustrie aangezien de regisseur niet wilde romantiseren maar enkel observeren. De familie waar het om draait leeft in een dorpje net buiten de stad in het ouderlijk huis van Harihar, de vader. Als schrijver weet hij de familie niet te voorzien van een inkomen en daarom trekt hij dagelijks naar de stad op zoek naar een baan. Moeder Sarbojaya daarentegen is het vaste punt om wie alle personages heen bewegen en is naast het huishouden slechts op één ding gericht, het verzorgen van de maaltijd. De kinderen Durga en Apu zijn zich minder bewust van de erbarmelijke omstandigheden en ontvluchten hun verplichtingen maar al te graag. Apu, die in de volgende delen (Aparajito en Apur Sansar) de hoofdrol zal spelen, is hier een klein levenslustig jongetje dat nog niet veel zegt, maar vooral veel in zich opneemt.

De onervaren Satyajit Ray bewerkte de roman van Bibhutibhushan Bandyopadhyay met de gelijknamige titel tot een scenario en begon met behulp van vrienden en kennissen aan de opnames die zo’n tweeënhalf jaar in beslag namen. De lange duur lag vooral aan het feit dat Ray geen financiële steun kreeg van de filmmaatschappijen en de overheid, omdat de film armoede zou exploiteren om internationale prijzen te winnen (zoals Italiaanse neorealistische films als Ladri di Biciclette en Umberto D die in die tijd veel indruk maakten op Ray).

De vertragingen waren voor hem echter geen groot obstakel want hij had op deze manier genoeg tijd om zijn film op de beste manier in elkaar te zetten, zonder de stress van deadlines. In de loop van de opnames maakte Ray zich het vak eigen en volgens hem is dat dan ook te zien aan het feit dat de film beter loopt in het tweede deel. Verder legt hij uit dat sommige effecten niet behaald werden omdat ze bepaalde cameralenzen niet tot hun beschikking hadden.

De film heeft iets weg van een documentaire doordat de filmmaker zich richt op het dagelijkse leven van de personages en niet zozeer op wat ze allemaal wel niet meemaken. De observatie is compositorisch vaak erg fraai en op zulke momenten vergeet je de problemen waarmee de familie te kampen heeft. De scène waarin Durga en Apu door een korenveld de rookwalm van een locomotief achterna rennen, verleent de film, naast vele andere scènes, een dromerige kwaliteit. Het is echter te hopen dat we de volgende keer een gerestaureerde versie voorgeschoteld krijgen, want de beeldkwaliteit van Pather Panchali laat erg veel te wensen over. Hij doet daarentegen wel erg authentiek aan.