Drijfzand
Recensie

Drijfzand (2021)

Drijfzand intrigeert en irriteert, maar echt pakkend wordt het nooit.

in Recensies
Leestijd: 3 min
Regie: Margot Schaap | Scenario: Margot Schaap | Cast: Hanna van Vliet (Suze), Elsie de Brauw (Helena), Elin Koleci (Juul), Simeoni Sundja (Luukas), e.a. | Speelduur: 113 minuten | Jaar: 2021

Suze heeft niet alleen een moeder, ze is het zelf ook. Moeder van een jonge dochter die ze samen met haar Estse man Luukas heeft. Met haar kleine gezinnetje woont ze in een klein huisje op Texel, waar ze aardbeien uit eigen tuin eet en iedere ochtend haar kind achterop naar school brengt, door de weilanden. Ver van de drukte, ver van het vasteland en ver van Amsterdam. Maar vooral woont ze daar ver van haar bijzonder ingewikkelde moeder. Tot deze op een ochtend van de pont stapt; nog steeds zonder volwassen gedrag, maar met een hersentumor en geen flauw idee wat nu.

Het wordt al snel duidelijk waarom Suze op Texel is gaan wonen. Helena, haar moeder, is namelijk een onuitstaanbaar mens, dat geen moment rekening houdt met haar omgeving. Vanaf het moment dat Helena de Texelse moestuin in komt wandelen is het of Drijfzand in een grote bak jeukpoeder wegzakt. Hoewel het knap wordt weergegeven, is deze tenenkrommende mate van intensiteit ook lastig. Het dwingt je direct in een spagaat. Kan iemand zo onsympathiek zijn, dat je haar de hulp die ze ineens nodig heeft als terminaal patiënt misgunt?

De gerenommeerde theateractrice vindt het namelijk maar gedoe, die tumor, en neemt de hele ziekte en alles wat daarbij komt geen moment serieus. Toch trekt de ziekte langzaam steeds meer sporen in haar leven en moet haar omgeving hierdoor alsmaar meer rekening gaan houden met haar. Ritjes naar het ziekenhuis, plannen voor een moment dat hulp minder vanzelfsprekend zal worden of iets simpels als het onthouden van haar tekst op het toneel; bij alles waar de tumor de aandacht eist moet iemand anders het voortouw nemen. Die ander is dan haar op een eiland wonende dochter.

Die dochter staat het water echter al gauw aan de lippen door deze plotselinge hoosbui. Het schipperen tussen gezin op het eiland en terminale moeder in de stad is natuurlijk een logistieke nachtmerrie, maar daarnaast krijgt ze ook weer last van dwangmatig gedrag. Obsessieve handelingen die door deze situatie en haar moeder weer worden opgewekt. Niet alleen zijzelf, maar ook haar perfecte gezinnetje heeft eronder te lijden en blijkt steeds minder perfect te worden. De band met haar eigen dochter staat al gauw onder spanning, wat onherroepelijk invloed heeft op het gedrag van de half-Estse kleuter.

Zo trekt Drijfzand je door een woud van beschadigde mensen en vreemde theatertypes, terwijl de enige die voor de kijker nog iets van balans of rust zou kunnen blijken, Luukas, letterlijk onverstaanbaar is. Suze is de enige die in het drijfzand van de titel echt aan het verdrinken is; als kijker ben je meer toeschouwer dan dat je zelf in verdrinkingsnood komt. Daarvoor is de film te erg een parade van excentriciteit en hysterie; een bont schouwspel, zonder dat het uitnodigt erin mee te lopen.

Het verhaal en de vertelling zijn intens en soms zeker ook intrigerend, maar echt pakkend wordt het niet. Momenten waarop de film een kans heeft een paar ijzige vingers naar je strot te bewegen, zoals de scène waarin je moeder en dochter vol in het gezicht kijkt bij het horen van de diagnose, worden overschaduwd door de opgeklopte persoonlijkheden. De uitgesproken karakters zijn continu belangrijker dan de situaties waar ze door zichzelf of door het leven mee te maken krijgen. En dat is jammer, juist omdat de momenten waarop de irritatie van maar vooral door de karakters wel klopt, ontegenzeggelijk de moeite waard zijn.