Bon Bini Holland 3
Recensie

Bon Bini Holland 3 (2022)

Een matig plot als vehikel om Jandino's typetjes naar het witte doek te brengen. Leuk voor de fans, maar veel van hetzelfde.

in Recensies
Leestijd: 4 min 8 sec
Regie: Pieter van Rijn | Scenario: Michel Bonset, Jandino Asporaat, Maarten Swart, Anjali Taneja | Cast: Jandino Asporaat (Robertico/Judeska/Gerrie), Lamara Strijdhaftig (Zoë), Tygo Gernandt (Daniël), Sergio Romero IJssel (Norwin/Nolti), Phi Nguyen (Ping Ping), Alpha Oumar Barry (Kofi), e.a. | Speelduur: 84 minuten | Jaar: 2022

De kracht van Jandino's humor, en dus ook die van de Bon Bini-filmreeks, is dat hij zo lekker ongecompliceerd is. Critici zullen terecht opperen dat de humor veel te voorspelbaar is, en dat het verstoppen achter typetjes om eigenlijk best wel racistische grappen te maken van weinig vakmanschap getuigt. Dit is natuurlijk ook wel zo, maar de drie Gouden Kalveren uit naam van de publieksjury getuigen ervan dat hier wel degelijk vraag naar is. Voor trouwe fans zal dit vierde deel aan de verwachtingen voldoen. Juist omdat het zo voorspelbaar is. Hou je echter niet van Jandino's humor dan kun je de film ervaren als een klap in het gezicht, van Judeska, met een pan.

Na het succes van Bon Bini Holland 1 en 2, en de spin-off Judeska in da House, is het ditmaal aan Pieter van Rijn om met Jandino's geliefde typetjes aan de slag te gaan. Afgezien van de nieuwe regisseur is het concept verder exact hetzelfde gebleven; een niet al te gecompliceerd verhaal, absurdistische humor, 'onbeskofte' typetjes en vooral heel veel Jandino. Uiteraard zijn alle oudgedienden, inclusief publieksfavorieten Gerrie en Judeska, van de partij. Tygo Gernandt, Lamara Strijdhaftig en een hele hoop verrassende gastoptredens versterken de vaste cast.

Robertico probeert met een leugen(tje) indruk te maken op knappe advocate Zoë. Hij doet zich voor als de eigenaar van F.C. Kip en onderhandelt een mogelijke overname door de Amerikaanse Fastfoodketen Wicked Chicken. Om de deal te beklinken, en kennis te maken met het bedrijf, wordt de gehele crew overgevlogen naar New York. Gerrie pakt ondertussen haar koffers want ook zij steekt de oceaan over, maar dan per cruiseschip.

Het leidend motief komt verder redelijk overeen met dat van de eerste film. Afgezien van een nieuw krokant jasje en een Amerikaans sausje is het dezelfde portie gefrituurde kip. Joella is vervangen door Zoë, het jaloerse vriendje door een creepy baas. Het gaat echter nog steeds over Robertico die achter de feiten van zijn leugen aanrent, terwijl hij het hart van het meisje probeert te winnen.

Het ironische is dat dit helemaal niet uitmaakt, want het verhaal doet er niet echt toe. Het dient slechts als vehikel om Judeska en haar kompanen naar het witte doek te brengen. Mensen die deze film gaan zien doen dat omdat ze fan zijn van Jandino's typetjes, en deze komen ruimschoots voldoende aan bod.

Het ontbreken van een sterk verhaal is zelfs een pluspunt. Het maakt het mogelijk dat de film lekker vlot en luchtig blijft, en dat de kijker niet blijft hangen in eventuele gaten in het plot. Ook biedt het de mogelijkheid om allerlei gastoptredens in de film te verwerken. De film is verstoken van elke vorm van pretentie, en daarom ben je bereid een groot deel van de tekortkomingen door de vingers te zien.

De Bon Bini-films moeten het vooral hebben van de humor rondom de diverse typetjes. Het uitgangspunt van de F.C. Kip crew in Amerika lijkt dan ook een inkoppertje. Helaas blijkt het vooral een gemiste kans. De wrijving tussen Jandino's typetjes en het grote Amerika had de sketches naar een nieuw en wellicht hoger niveau kunnen tillen. In plaats daarvan blijft het veilig en voorspelbaar, maar dat is misschien ook wel de kracht van Jandino's humor. Het ligt er allemaal zó dik bovenop dat het grappig wordt. Een beetje zoals een hele slechte openingszin werkt, juist omdat hij zo fout en voor de hand liggend is.

Naast dat het natuurlijk je type humor moet zijn, bepaalt met name één ding of je deze film kunt waarderen of niet. Een drempel die je moet nemen om met overgave van de film te kunnen genieten, en die voor veel komedies een omgekeerde valkuil blijkt te zijn: het idee dat je ongelimiteerd aan geloofwaardigheid kunt inleveren ten behoeve van de grap. Dit kan natuurlijk goed uitpakken, maar Bon Bini 3 weet net niet de juiste balans te vinden.

Aan de hand van hoofdpersonage Robertico is er duidelijk gepoogd een rode draad in de film aan te brengen. Deze draad is echter flinterdun, waardoor de 'serieuze' kijker in een soort van limbo blijft hangen tussen geïnvesteerd raken in het plot versus zich overgeven aan de absurditeit van met name Judeska en Gerrie. Paradoxaal genoeg doet juist het succes van de typetjes ze de das om. Onze bekendheid met Judeska en haar karakteristieke gedrag legt een strop om elke persoonlijke ontwikkeling van het personage. Hierdoor lijkt de vertaalslag van de sketchvorm naar het witte doek helaas een brug te ver.

Bon Bini Holland 3 is als een maaltijd van F.C. Kip: voor de één licht verteerbaar en een verwennerij op zijn tijd, voor de ander een zware kluif die je desondanks met een onverzadigd gevoel achterlaat.