Recensie

Beraber (2023)

Arthouse voor jongeren: een freerunner probeert vrienden te maken in Turkije.

in Recensies
Leestijd: 2 min 56 sec
Regie: Mete Gümürhan | Scenario: Chris Westendorp | Cast: Alihan Sahin (Zeki), Sinan Eroglu (Mahir), Hayat van Eck (Kemal), Mina Demirtas (Azra), Lorin Merhart (Cihan), Melek Öden (Mamut), Hasan Kivanc Emur (Aygir), Zeynep Eylül Demirpehlivan (Çakal) e.a. | Speelduur: 84 minuten | Jaar: 2023

Zeki verhuist met zijn pa terug naar Turkije. Maar eigenlijk had hij voor zijn gevoel net zo goed in een gevangenis kunnen wonen, en niet alleen vanwege de slechte wifi. Vader Mahir heeft dankzij zijn Nederlandse ervaring een goede baan. Als je rijk bent, ga je niet tussen het gewone volk wonen. En dan vertelt hij Zeki ook nog dat die geen voet mag zetten buiten de hoge, streng beveiligde muren van de 'gated community' waar ze wonen. Zoiets zeg je niet tegen een veertienjarige freerunner.

Als arthousefilm voor een jongerenpubliek werkt Beraber vooral doordat hij diepte weet te vinden in heel eenvoudige en makkelijk leesbare motivaties. Zeki klimt over de muren van de hekwerkwijk en ontsnapt, want hij wil simpelweg vrienden maken. En hij vindt het niet erg als zijn nieuwe vriendengroep spannende dingen doet, zoals winkeldiefstal, zakkenrollen en huizen beroven. Zeki mist Rotterdam gewoon, en ook zijn vrienden daar en natuurlijk zijn recent overleden moeder.

Beraber betekent 'samen', wat toepasselijk is voor de eerste Nederlands-Turkse coproductie. Regisseur Mete Gümürhan kiest voor grauwe, korrelige beelden en een bijna documentaire-achtige manier van filmen en monteren. Hij neemt je mee in de dynamiek en laat de camera meedeinen op de muziek wanneer Zeki met zijn vriendengroep danst. Maar Gümürhan kiest ook voor genoeg afstand om Zeki's freerunkunsten voor zichzelf te laten spreken. Je gaat mee in gevoelsscènes, maar de actie is nergens overmatig gestileerd.

Met Alihan Sahin heeft de regisseur een sympathieke hoofdpersoon waar je bevriend mee wil raken. En dan heeft Zeki ook nog eens uitstekende chemie met Kemal, de leider van wat zich als een Turkse jeugdbende ontpopt. Vooral een fijnzinnige verhaalkeuze is dat Zeki goed kan freerunnen, maar niet bovenmenselijk goed. Hij heeft genoeg kunstjes om zijn nieuwe Turkse vrienden te imponeren, maar hij moet duidelijk ook trainen.

Deze film is bereid volgens een recept dat ogenschijnlijk probeert om jongeren naar het filmhuis te lokken. Behalve dat zijn sporthobby eigentijds is, worstelt Zeki ook met zijn identiteit in ontwikkeling. Zo doet hij tegen zijn nieuw gevonden Turkse vriendengroep alsof hij van net zo'n arme komaf is als zij. Maar of deze modern aanvoelende verhaalelementen werken als kattenkruid voor Generatie Z, zullen we nog maar moeten zien. Gelukkig doen ze op het witte doek in elk geval een stuk minder cynisch aan dan ze op papier klinken.

Het grootste nadeel van deze aanpak echter is dat het waarschijnlijk nog moeilijker wordt om een doelgroep naar de film te trekken die de arthousefilm al heeft omarmd, namelijk een publiek op leeftijd. De vaderrol van Mahir is weliswaar aanwezig, maar wel vooral als een kleine bijrol. Tegen het einde zien we meer van hem, en dan is het al te laat om zijn personage van diepte te voorzien. Mahir kan niet genoeg als instap dienen voor iedereen die zelf kinderen heeft. Vooral wrang daaraan is dat hij nog wel als enige het titelwoord 'beraber' uitspreekt in de film. Want sámen moeten ze het doen, dit nieuwe leven opbouwen in Turkije.

De kijker is voortdurend bij Zeki, op een behoorlijk geslaagde manier, maar ook een die Beraber als publieksfilm beperkt. Maar een fundamentelere aanklacht is eigenlijk: dit soort films wordt te weinig gemaakt. En dát is wat jongeren van de arthousetheaters vervreemdt.