An
Recensie

An (2015)

Fijne film over de passie voor lekker eten maken en stigma's rondom lepra.

in Recensies
Leestijd: 3 min
Regie: Naomi Kawase | Cast: Kirin Kiki (Tokue), Masatoshi Nagase (Sentaro), Kyara Uchida (Wakana), e.a. | Speelduur: 113 minuten | Jaar: 2015

Eten bereiden moeten we allemaal, tenzij we anderen daarvoor betalen. In dat geval moeten zij het werk doen. Hoe dan ook moeten ingrediënten verwerkt en gerechten gemaakt worden. Voor sommigen van ons is dat slechts een middel om het doel van consumptie te bereiken, voor anderen is het een kunst die met liefde bedreven moet worden. In Naomi Kawases An wordt die notie over eten vermengd met maatschappelijk engagement rondom de behandeling van leprozen in de Japanse samenleving. Een simpele doch zeer effectieve en ontroerende oproep tot tolerantie en het creëren en genieten van lekker eten.

An of anko is de Japanse naam voor adukibonenpasta. Adukibonen zijn Japanse zoete rode bonen en de pasta die je daarvan kunt maken, wordt gebruikt als vulling van een aantal (deeg)gerechten. Bij sommige Japanse restaurant(keten)s in Nederland vind je het bijvoorbeeld in zogenaamde sesamballetjes. In An runt kok Sentaro een klein zaakje waarin hij alleen dorayaki verkoopt. Dorayaki is een soort zoet broodje dat bestaat uit twee pannenkoekjes van castelladeeg, met daartussen de an. De an die Sentaro gebruikt is niet bepaald bijzonder, en de zaak loopt niet zo goed, op een paar vaste klanten na. Eén daarvan is het eenzame meisje Wakana, die altijd aan het eind van de dag de mislukte dorayaki's meekrijgt.

Dan reageert de veel oudere Tokue op het ´hulp gevraagd´-bordje in de tent en verandert het leven van zowel Sentaro als Wakana. Tokue is al achterin de zeventig, en pas nadat Sentaro haar superieure bonenpasta proeft, neemt hij haar aan. Daarop volgt het hoogtepunt van de film: een twintig tot dertig minuten lange sequentie waarin Tokue aan Sentaro laat zien hoe ze de an maakt. Inclusief het lief toespreken dan wel instrueren van de bonen en het zorgvuldig maken van de stroop die gemengd wordt met de bonen om de pasta te maken. Nadat die bij elkaar worden gegoten, moet Sentaro tot zijn verbazing twee uur wachten. Want, zo legt Tokue uit, de bonen en de stroop moeten elkaar eerst leren kennen. Net als nieuwe geliefden: eerst gaat het ongemakkelijk, totdat ze elkaar beter leren kennen en harmonieus samen komen.

Deze fijne opeenvolging van scènes waarin de bonenpasta wordt gemaakt, is niet alleen fantastisch omdat Naomi Kawase met het gedetailleerd in beeld brengen van het hele proces je hongerig naar het voedsel maakt. Het is ook een ode aan liefdevol eten bereiden en die passie brengt Kawase sterk over. Ze neemt de tijd om te laten zien dat deze manier van koken veel tijd kost, maar die investering wel waard is. Of je daar zelf in het dagelijks leven nu wel of niet de tijd en/of het geduld voor hebt, Kawase maakt de passie voelbaar.

Daarnaast gebruikt ze het levensverhaal van Tokue ook om zonder opgeheven vinger de behandeling van – en het stigma rondom – leprozen in Japan aan te kaarten, die tot tien jaar geleden nog gedwongen werden in quarantaine te leven. Tokue leed ooit als tiener aan lepra en werd daarom ook afgezonderd, maar is al een halve eeuw niet besmettelijk en het enige dat ze eraan overhield is dat ze haar handen niet helemaal kan openen of soepel bewegen. Het is slim hoe Kawase via de nieuwsgierigheid voor en bezorgdheid over het lot van Sentaro en Wakana de geschiedenis van lepralijders in Japan in de twintigste eeuw vertelt, zonder daarbij een boodschap te forceren. De laatste scènes zijn misschien wat sentimenteel en zoet, maar dat past bij de smaak van An.