The Foreigner
Recensie

The Foreigner (2017)

Warrige thriller komt eigenlijk tweeënhalf decennium te laat.

in Recensies
Leestijd: 4 min 20 sec
Regie: Martin Campbell | Cast: Jackie Chan (Quan Ngoc Minh), Pierce Brosnan (Liam Hennessy), Michael McElhatton (Jim Kavanagh), Liu Tao (Keyi Lam), Charlie Murphy (Maggie/Sara McKay) e.a.| Speelduur: 114 minuten | Jaar: 2017

The Foreigner kwam in januari 2016 onbedoeld in het nieuws, toen een voor deze productie gefilmde explosie werd aangezien voor een terroristische aanslag. Het geënsceneerde tafereel betrof een rode dubbeldekker die de lucht ingaat terwijl hij in hartje Londen de Thames oversteekt; veel Engelser dan dat wordt het haast niet. Een dikke anderhalf jaar later is de Britse hoofdstad meerdere malen opgeschrikt door echte aanslagen die hier qua symboliek weinig voor onderdoen. The Foreigner lijkt daarmee goed aan te haken bij de actualiteit, maar opvallend genoeg blijkt al snel dat de terroristische dreiging in deze film niet afkomstig is uit extreem-islamitische hoek, maar van een oude vijand die al bijna vergeten leek: de IRA. Of nou ja, een fictieve nieuwe opleving daarvan genaamd 'the Authentic IRA'. Maar goed, wat is het verschil nou helemaal?

The Foreigner doet hierdoor denken aan thrillers uit de jaren negentig waarin de IRA als bedreiging werd opgevoerd, zoals Patriot Games, The Crying Game en The Devil's Own. Heel vreemd is dat niet, want het bronmateriaal is een boek dat uitkwam in 1992, een tijd waarin het escalerende geweld van de IRA de gemoederen flink bezighield. De vraag is echter: wat moeten we hier anno 2017 nog mee? De paramilitaire organisatie heeft zijn wapens al lang neergelegd en volop stappen gezet richting vrede met het Verenigd Koninkrijk, dus de kans is klein dat de bloedige strijd spoedig weer zal oplaaien. De methode voor het bewerken van een dergelijk boek is aldus doodeenvoudig: maak een film die gesitueerd is in 1992. Maar helaas: het verhaal is verplaatst naar het heden, resulterend in een scenario dat zich in allerlei bochten moet wringen om enigszins te kunnen werken.

Dat neemt niet weg dat de warrige vertelling enkele aardige ideeën bevat. Zo wordt redelijk ingegaan op hoe terreurorganisaties als de IRA na het tekenen van de vrede salonfähig worden en hun doelen via het politieke traject proberen te realiseren, zonder volledige rekenschap af te leggen voor het vele bloedvergieten uit het verleden. In The Foreigner wordt dit gegeven gepersonifieerd door de Noord-Ierse vicepremier Liam Hennessy, die regeert namens Sinn Féin; door velen gezien als de politieke tak van de IRA. Hoewel vertolker Pierce Brosnan in zijn poging tot een Noord-Iers accent blijft hangen in iets wat klinkt als permanente verontwaardiging, is dit in de basis een vrij intrigerend personage. Des te spijtiger dus dat de film niet goed weet of hij als held of schurk fungeert, maar evenmin op de hoogte lijkt dat het niet altijd zo zwart-wit hoeft te zijn.

Hennessy krijgt het aan de stok met de Chinese immigrant Quan, nadat die bij een bomaanslag van de nieuwe IRA zijn dochter heeft verloren. Hij verwijt de politicus de verantwoordelijken voor de aanslag de hand boven het hoofd te houden vanwege zijn IRA-verleden en blijkt bereid tot drastische maatregelen om van hem de namen van deze bommenleggers te verkrijgen. Het gekke aan deze situatie is dat al heel snel klip en klaar is dat Hennessy niet weet wie dit zijn en daar net zo graag als Quan achter wil komen. En hoewel de man niet van onbesproken gedrag is, wordt hij consequent neergezet als iemand die geleerd heeft van zijn fouten en zich nu probeert zich te profileren als pacifistische bruggenbouwer. Niet bepaald iemand wiens leven nou zo nodig door de wraakzuchtige Chinees dient te worden verpest.

De logische gevolgtrekking lijkt aldus dat niet Hennessy maar Quan de schurk is in dit verhaal. Het betreft immers een man die met het verlies van zijn laatste familielid (zijn vrouw en twee andere dochters is hij al eerder op tragische wijze kwijtgeraakt) niets meer heeft om voor te leven behalve zijn wraakgevoelens, wat leidt tot een vorm van vergelding die nauwelijks afwijkt van klassiek IRA-terrorisme. Maar waarschijnlijk zagen de Chinese investeerders dat niet zitten en dus mag Jackie Chan het personage neerzetten als een tragische held wiens gewelddadige eenmansmissie volkomen gerechtvaardigd is. Quan ontpopt zich al gauw tot het Chinese equivalent van John Rambo (inclusief Vietnamoorlogsverleden), die de kijker mag plezieren met de talloze huis-, tuin- en keukentrucjes waarmee hij zijn tegenstanders weet uit te schakelen.

De associatie met Rambo is ironisch, want het voornaamste manco van de film (de onhandig uitgevoerde ambiguïteit) doet denken aan hoe de eerste film met dit iconische personage daar destijds mee omging. In het boek dat de inspiratie vormde voor First Blood was namelijk volkomen onduidelijk of de getraumatiseerde Vietnamveteraan de held of de schurk was en hetzelfde gold voor de sheriff die hem het leven zuur maakte. Bij de verfilming ging dat gegeven overboord en werd al bij aanvang ingeseind wie welke rol vervulde. Daartoe verloor Rambo zijn onsympathieke trekjes en kreeg zijn tegenstander er juist een paar bij, wat resulteerde in een niet bijster genuanceerde maar wel lekker overzichtelijke film. The Foreigner had daar mogelijk een voorbeeld aan kunnen nemen. Niet elke film behoeft een traditioneel heldere scheiding van protagonist en antagonist, maar met dit soort geknoei van halfslachtige ambiguïteit, was dat waarschijnlijk een preferabele opzet geweest.