'The Furious': dit lompe staaltje van de allerbeste Aziatische vechtkunstcinema voel je in je hele lijf (2025)
Rondvliegende ledematen in een ultiem ballet van vechtchoreografie, zoals ze dat alleen in Azië kunnen.
Regie: Kenji Tanigaki | Scenario: Tin Shu Mak, Zhilong Lei, Kwan-Sin Shum & Frank Hui | Cast: Miao Xie (Wang Wei), Joe Taslim (Navin), Enyou Yang (Rainy), Brian Le (Ho), Yayan Ruhian (Tak), JeeJa Yanin (Matia), Joey Iwanaga (Paklung), Sahajak Boonthanakit (Mr. Song) e.a. | Speelduur: 113 minuten | Jaar: 2025
Als zijn vrouw, tevens collega, tijdens een reportage vermist raakt, volgt journalist Navin haar spoor in de wereld van de Aziatische handel in jonge kinderen. Zijn pad kruist dat van de mysterieuze Wei, een man zonder verleden die zijn jonge dochtertje Rainy uit de klauwen van dezelfde slechteriken probeert te redden. Wat volgt is een groot ballet van rondzwaaiende ledematen, waarbij elk omvallend domineesteentje escaleert in een nieuw, groter en uitzinniger staaltje martiale acrobatiek.
De ultieme vechtkunstfilm, zo luidde de missie van producent Bill Kong. Een korte blik op de aftiteling van The Furious verraadt dat half Azië lijkt samen te spannen om die ambitie waar te maken. De filmploeg bevat Chinese, Japanse, Indonesische, Thaise en Koreaanse namen, en dat is nog maar wat in een snelle oogopslag te herkennen valt. De invloed van soortgelijke vechtfilms uit Hongkong is enorm, net als die van beide delen van The Raid en de Ip-Man-reeks.
Toch voelt dit ook nieuw aan, als iets eigenzinnigs en vooral ontzettend lomps. Vergelijkingen met John Wick liggen voor de hand, maar zijn op zijn best oppervlakkig. Ja, ook hier is er een grote voorkeur voor spectaculair stuntwerk in het zicht van de camera, met hoofdpersonen die bovenmenselijk veel pijn te verduren krijgen. Maar er is een subtiel en essentieel verschil: John Wick is geregisseerd door oud-stuntmensen, The Furious door een vechtchoreograaf. Het inventieve gebruik van willekeurige voorwerpen uit de omgeving heeft bovendien meer weg van Jackie Chan dan van Keanu Reeves.
De cast bestaat uit een indrukwekkende verzameling Aziatische actiesterren. Hoofdrolspeler Joe Taslim en de met pijl en boog uitgeruste schurk Yayan Ruhian zijn vooral bekend van The Raid, al hadden ze ook kleine rollen in Hollywoodproducties. Menselijke sloopkogel en stuntman Brian Le roept hooguit een 'o ja!' van herkenning op dankzij zijn rolletje in Everything Everywhere All At Once. Hoofdacteur Miao Xie en de ultieme eindbaas Joey Iwanaga zijn vermoedelijk minder bekend, tenzij je al diep in de Aziatische vechtcinema zit.
Deze topvechters dragen hier zelf het verhaal. Alle camerawerk en montage staan in dienst van wat voor geweldigs deze vechtersbazen in huis hebben. De eerste gevechtsscènes zijn al net zo uitzinnig als de spectaculaire actiefinale van menig andere vechtfilm. Vervolgens doet elke nieuwe situatie er nog een schep bovenop in schaal, dynamiek en onvoorstelbare atletisch vermogen.
Toch maakt niet de visuele verbluffing de grootste impact. The Furious is vooral een van de lompst aanvoelende actiefilms in tijden. Het is nagenoeg onmogelijk om deze film niet in je lichaam te voelen, mede dankzij het geluidsontwerp en de dynamische cameravoering. Elke keer dat de actie dreigt te versmelten tot een onoverzichtelijke brij, gebeurt er weer iets wat je bij de kladden grijpt. Iets waardoor je bijna niet anders kunt dan lichamelijk reageren.
Hierdoor krijg je nog meer het gevoel naar iets heel bijzonders te kijken. En vooral naar iets wat buiten Azië nauwelijks op deze schaal voor elkaar is te krijgen. Laat The Furious vooral geen eindeloze reeks vervolgen krijgen, want het plot heeft te weinig om het lijf voor langdurig uitmelken. Maar laat deze groep mensen vooral nieuwe films maken zolang hun lichamen en creatieve enthousiasme het toelaten.
De vechtactie gaat niet ten koste van het verhaal, ze ís het verhaal. En wel op een manier die je tot en met de spectaculaire vijfkoppige eindvechtpartij doet schudden op je grondvesten. The Furious is een nieuw ijkpunt in een lange keten van meesterlijke actiefilms. Deze titel zingt waarschijnlijk nog jaren rond in cinefiele kringen.
Als zijn vrouw, tevens collega, tijdens een reportage vermist raakt, volgt journalist Navin haar spoor in de wereld van de Aziatische handel in jonge kinderen. Zijn pad kruist dat van de mysterieuze Wei, een man zonder verleden die zijn jonge dochtertje Rainy uit de klauwen van dezelfde slechteriken probeert te redden. Wat volgt is een groot ballet van rondzwaaiende ledematen, waarbij elk omvallend domineesteentje escaleert in een nieuw, groter en uitzinniger staaltje martiale acrobatiek.
De ultieme vechtkunstfilm, zo luidde de missie van producent Bill Kong. Een korte blik op de aftiteling van The Furious verraadt dat half Azië lijkt samen te spannen om die ambitie waar te maken. De filmploeg bevat Chinese, Japanse, Indonesische, Thaise en Koreaanse namen, en dat is nog maar wat in een snelle oogopslag te herkennen valt. De invloed van soortgelijke vechtfilms uit Hongkong is enorm, net als die van beide delen van The Raid en de Ip-Man-reeks.
Toch voelt dit ook nieuw aan, als iets eigenzinnigs en vooral ontzettend lomps. Vergelijkingen met John Wick liggen voor de hand, maar zijn op zijn best oppervlakkig. Ja, ook hier is er een grote voorkeur voor spectaculair stuntwerk in het zicht van de camera, met hoofdpersonen die bovenmenselijk veel pijn te verduren krijgen. Maar er is een subtiel en essentieel verschil: John Wick is geregisseerd door oud-stuntmensen, The Furious door een vechtchoreograaf. Het inventieve gebruik van willekeurige voorwerpen uit de omgeving heeft bovendien meer weg van Jackie Chan dan van Keanu Reeves.
De cast bestaat uit een indrukwekkende verzameling Aziatische actiesterren. Hoofdrolspeler Joe Taslim en de met pijl en boog uitgeruste schurk Yayan Ruhian zijn vooral bekend van The Raid, al hadden ze ook kleine rollen in Hollywoodproducties. Menselijke sloopkogel en stuntman Brian Le roept hooguit een 'o ja!' van herkenning op dankzij zijn rolletje in Everything Everywhere All At Once. Hoofdacteur Miao Xie en de ultieme eindbaas Joey Iwanaga zijn vermoedelijk minder bekend, tenzij je al diep in de Aziatische vechtcinema zit.
Deze topvechters dragen hier zelf het verhaal. Alle camerawerk en montage staan in dienst van wat voor geweldigs deze vechtersbazen in huis hebben. De eerste gevechtsscènes zijn al net zo uitzinnig als de spectaculaire actiefinale van menig andere vechtfilm. Vervolgens doet elke nieuwe situatie er nog een schep bovenop in schaal, dynamiek en onvoorstelbare atletisch vermogen.
Toch maakt niet de visuele verbluffing de grootste impact. The Furious is vooral een van de lompst aanvoelende actiefilms in tijden. Het is nagenoeg onmogelijk om deze film niet in je lichaam te voelen, mede dankzij het geluidsontwerp en de dynamische cameravoering. Elke keer dat de actie dreigt te versmelten tot een onoverzichtelijke brij, gebeurt er weer iets wat je bij de kladden grijpt. Iets waardoor je bijna niet anders kunt dan lichamelijk reageren.
Hierdoor krijg je nog meer het gevoel naar iets heel bijzonders te kijken. En vooral naar iets wat buiten Azië nauwelijks op deze schaal voor elkaar is te krijgen. Laat The Furious vooral geen eindeloze reeks vervolgen krijgen, want het plot heeft te weinig om het lijf voor langdurig uitmelken. Maar laat deze groep mensen vooral nieuwe films maken zolang hun lichamen en creatieve enthousiasme het toelaten.
De vechtactie gaat niet ten koste van het verhaal, ze ís het verhaal. En wel op een manier die je tot en met de spectaculaire vijfkoppige eindvechtpartij doet schudden op je grondvesten. The Furious is een nieuw ijkpunt in een lange keten van meesterlijke actiefilms. Deze titel zingt waarschijnlijk nog jaren rond in cinefiele kringen.