November Man
Recensie

November Man (2014)

Deze romanverfilming zit tjokvol plotelementen en voert langs diverse Europese locaties. Geïsoleerd beschouwd vormen de actiescènes de sterkste momenten.

in Recensies
Leestijd: 2 min 56 sec
Regie: Roger Donaldson | Cast: Pierce Brosnan (Devereaux), Luke Bracey (Mason), Olga Kurylenko (Alice), Bill Smitrovich (Hanley), e.a. | Speelduur: 108 minuten | Jaar: 2014

Als de zesde acteur die gestalte gaf aan geheimagent James Bond transformeerde Pierce Brosnan 007 om tot een halve actieheld. Compleet met mitrailleurs en veel andere toeters en bellen, was er van de oorspronkelijke spion die geestelijk vader Ian Fleming voor ogen had weinig meer over. Een diversiteit aan rollen en genres ten spijt, het Bond-imago heeft Brosnan daarna nooit meer van zich af weten te schudden. De projecten die hij na Die Another Day aannam waren dikwijls twijfelachtig van aard en kwaliteit. Met het Bond-etiket dat nog aan zijn kont hangt, proberen de makers van de Europese actiethriller November Man bewust te spelen. Zoals de titel al aangeeft, is Brosnan in de herfst van zijn leven en carrière aanbeland. Maar hij kan beter niet meer de actieheld uithangen.

Deze conclusie wordt niet eens ingegeven door Brosnans eenenzestig lentes. Dienstdoend regisseur Roger Donaldson, die eerder al eens met zijn hoofdrolspeler samenwerkte voor rampenfilm Dante’s Peak, weet eigenlijk niet zo goed wat hij met de hoofdpersoon aanmoet. CIA-agent in ruste Devereaux moet zowel de nestor als de onpeilbare held uithangen; een dubieuze combinatie die uiterst ongelukkig uitpakt. In een proloog krijgen we nog te zien hoe Devereaux groentje Mason klaarstoomt voor het grote werk. Devereaux is de man met de ervaring en de bezinning, die doorgaans op de juiste momenten risico’s durft te nemen, maar toch een fikse inschattingsfout maakt. Mason is onbezonnen en een ongeleid projectiel met het hart op de juiste plek.

Jaren later komen de twee lijnrecht tegenover elkaar te staan. Een corrupte Russische presidentskandidaat moet erbij worden gelapt en Devereaux wordt door een voormalig collega op de klus gezet. Helaas zijn de andere agenten niet op de hoogte van zijn missie. Zij zien de pensionado dan ook als een fikse stoorzender die hun plannetjes dwarsboomt. Donaldson heeft zijn sporen verdiend als regisseur van gesjeesde actieproducties als The Bankjob en The Recruit. Met deze ervaring op zak zou er van November Man toch een heleboel te maken moeten zijn. Oblivion-schrijver Karl Gadjusek heeft samen met zijn coscenarist echter een enorm potje gemaakt van de romanbewerking van Bill Granger en hiermee ook de regiebeslissingen van Donaldson beïnvloed. Zwak zijn de momenten waarop Donaldson één voor één bijfiguren introduceert met wie hij niet veel later wat van plan is. Hij switcht hierbij met het tempo van de hoofdstukken van een Dan Brown-roman van locatie, setting en gezichtspunt. Donaldson bouwt niet lekker op en lijkt primair te leunen op het kortetermijngeheugen van de kijker.

Het gevolg is dat November Man een wedstrijdje vergelijkingen maken wordt. Een groot deel van het verhaal beslaat het contact tussen Devereaux en de Oost-Europese juriste Alice wat doet denken aan de Robert Langdon-boeken van Brown. Qua actie en locatiegebruik wordt er aangehaakt bij de Jason Bourne-reeks. Zodra Devereauxs dochter in de gehaaide spelletjes van zowel de Russen als de Amerikanen betrokken wordt, zijn associaties met Taken onvermijdelijk. Gevolg is dat Donaldson te weinig eigen smoel aan zijn actievehikel weet mee te geven. Hij excelleert alleen in de actiescènes die op zichzelf staand nog wel wat vertier weten te bieden. Ertussendoor sijpelen te veel lachwekkende onwaarschijnlijkheden, stereotiepe model-Russen, een afgezaagde vader-zoonrelatie die er met de haren bij wordt gesleept, een oorlogstrauma en als verrotte kers op de ingestorte taart nog wat goedkope plotwendingen. Deze overdaad aan plotelementen leidt tot een zeer summiere uitwerking. Misschien was het boek toch beter?