Ninja Turtles
Recensie

Ninja Turtles (2014)

De reboot van de Teenage Mutant Ninja Turtles is vooral voor jeugdige bioscoopgangers interessant. Of dit ook de bedoeling van de makers was valt te bezien.

in Recensies
Leestijd: 3 min 45 sec
Regie: Jonathan Liebesman | Cast: Megan Fox (April O’Neil), Will Arnett (Vernon Fenwick), William Fichtner (Eric Sacks), Alan Ritchson (Raphael), Noel Fisher (Michelangelo), Jeremy Howard (Donatello), Johnny Knoxville (Leonardo - stem), Tony Shalhoub (Splinter - stem), Whoopi Goldberg (Bernadette Thompson), Minae Noji (Karai), e.a. | Speelduur: 101 minuten | Jaar: 2014

Het is zaterdagavond en je mag als achtjarig jochie in je pyjama met natgekamde haartjes en een bakje paprikachips extra lang opblijven om naar de Teenage Mutant Hero Turtles (zoals ze in de jaren negentig bij ons heetten) te kijken. Dan zijn gemuteerde ninjaschildpadden supercool. Voor volwassenen ligt het anders. Voor hen zijn de vechtreptielen in een live-actionuitvoering net zo belachelijk als ze klinken. Er zijn onderhand vier pogingen gedaan om de Turtles naar de bioscoop te brengen. Voor het laatst in 2007, maar toen kwam alles uit de computer rollen. Zoals het bij superhelden wel vaker gebeurt vonden Michael Bay en consorten het nodig om de serie te rebooten. Na Transformers helpt Bay samen met regisseur Jonathan Liebesman wederom een jeugdherinnering om zeep.

Aan de andere kant van de Atlantische Plas kennen de vier gemaskerde reptielenbroers nog een heuse fanbase. Daar liep men witheet aan toen bleek dat de nieuwe Turtles-film simpelweg Ninja Turtles zou gaan heten. Daar moest toch echt Teenage en Mutant aan vooraf gaan. In ons land houden we het maar bij de korte titel. Waarschijnlijk geen Hollandse ziel die er om taant en als je je er wel om druk om maakt dan heb je écht te veel vrije tijd over. Met de moderne digitale technieken van vandaag de dag zou er zelfs van de Ninja Turtles nog wel iets te maken moeten zijn. Het lukt immers ook met de tamelijk onrealistische Vleermuisman, de Spinnenman en al die andere superhelden waar de filmganger warm voor loopt. Maar zelfs met de nieuwste technieken als motion capture binnen handbereik weet Liebesman niet het kleuterniveau te ontstijgen. Zijn schildpadden en hun sensei, de uit de kluiten gewassen rat Splinter, zien er lachwekkend beroerd uit. Hetzelfde gaat op voor schurk Shredder, die zo lijkt te zijn weggelopen uit een slecht videospel.

Het duurt trouwens wel even voor Raphael, Donatello, Michelangelo en Leonardo hun groene gezichten laten zien. Meer centraal staat namelijk het ambitieuze reportertje April O’Neil, gespeeld door een plastisch opgekalefaterde Megan Fox, die nagenoeg elke scène meent te moeten bevolken. Bimbo April heeft genoeg van het maken van suffe cameraverslagjes en denkt een flinke scoop te pakken te hebben. New York wordt geterroriseerd door de Foot Clan en hun leider Shredder. Op haar fietsje belandt April middenin een criminele exercitie van de boeven en is getuige van een geheimzinnige burgerwacht die later de Turtle-clan blijkt te zijn. Haar bazin, een veel te kleine rol van Whoopi Goldberg, gelooft er geen moer van en stuurt April de laan uit. Dan blijkt dat de wetenschapper en stadweldoener Sacks er ook nog iets mee te maken heeft en April meer van de heldhaftige schildpadden weet dan ze aanvankelijk dacht.

Het scenario van de Turtles-reboot is kinderlijk simpel gehouden, maar het valt te bezien of dit een pre is. Er is een criminele bende die stout wil zijn en angst wil zaaien. Er is een welvarende meneer die nog rijker wil worden en bovendien heel veel macht hoopt te vergaren. Het middel om deze ambitieuze doelen te bereiken is een virus dat over New York dreigt te worden uitgestort en waartegen alleen het bloed van de schildpadden helpt. Helaas is de kinderlijke simpelheid ook doorgevoerd in de personages en de humor waarmee ze het publiek aan het lachen moeten zien te krijgen. De Turtles houden van pizza: houd ze een negenennegentigkazenvariant onder hun neus en ze verklappen zelfs hun grote geheim. Wachtend in de lift beginnen ze een hiphopsessie. Het jongetje van acht moet er wellicht om schaterlachen, maar een volwassen bioscooppubliek is waarschijnlijk vroegtijdig op zoek naar zijn jas of - schande! - zijn mobieltje.

Wat er dan overblijft zijn de actiescènes en daarmee zou Liebesman nog wat schamele doch broodnodige punten kunnen scoren, ware het niet dat ze onoverzichtelijk en rommelig zijn opgebouwd. In het geval van een glijpartij in de sneeuw en een gevecht bovenop een wolkenkrabber duren ze bovendien veel te lang en wordt elke stilte volgebazeld door de Turtles. Zelfs in tijden van nood en bij noodzaak tot opperste concentratie moeten er humoristisch bedoelde dialogen tegenaan gegooid worden. Dit maakt Ninja Turtles tot een uiterst vermoeiende ervaring. Dit zijn honderd minuten die je nooit meer terugkrijgt. Cowabunga!