Fraai boek - Industrial Light & Magic: The Art of Innovation

Een blik op de indrukwekkende VFX studio achter films als Jurassic Park, Terminator 2, Transformers en The Avengers.

Bekijk de afbeelding
Titel: Industrial Light & Magic: The Art of Innovation | Auteur: Pamela Glintenkamp | Uitgever: Abrams | Druk: 1 | Pagina's: 360 | Release: November 2011 | Uitvoering: Hardcover | ISBN: 9780810998025

In 1993 verbaasde Steven Spielberg vriend en vijand met de verbluffende digitale dinosauriërs in de film Jurassic Park. De stop-motion- en go-motion-technieken werden vervangen door zeer vloeiende Computer-generated images (CGI), die over de gehele wereld met bewondering werden aanschouwd. Het in 1975 door George Lucas opgerichte Industrial Light & Magic (ILM) was dé partij achter het visuele geweld in Spielbergs film. Het was voor de visual effects studio, die voor Jurassic Park zijn dertiende Oscar in ontvangst nam, de eerste keer dat er in een speelfilm dieren werden vertoond via visual effects (VFX). In die jaren die volgden werden praktisch alle blockbusters voorzien van de nieuwe techniek en uiteraard verzorgde ILM, die in WETA Digital de grootste "concurrent" heeft, de CGI van een enorme reeks kaskrakers. Het boek Industrial Light & Magic: The Art of Innovation van Pamela Glintenkamp zoomt met veel beeldmateriaal en quotes in op de laatste zestien jaar van de studio, die met het Oscarwinnende Rango (2011) onlangs hun eerste animatiefilm produceerde.

Het book opent met een voorwoorden van regisseurs John Favreau, de man achter de Iron Man films en Cowboys & Aliens, en Gore Verbinski (Pirates of the Caribbean 1-3, Rango). Aangezien de periode van Casper (1995) tot en met Rango centraal staat in Industrial Light & Magic: The Art of Innovation wordt de periode 1975 - 1994 samengevat in het hoofdstuk "The First Two Decades". Met een inleiding en een aantal quotes van onder meer George Lucas, enkele belangrijke visual effects bazen en oud-directeuren krijgen we een beeld op de beleving binnen het bedrijf en de invloed van de studio op de filmindustrie. Uiteraard spelen Lucas' Star Wars films een belangrijke rol in de beginjaren van ILM. In "Timeline: The Early Years" wordt er kort stilgestaan bij de belangrijkste filmprojecten tot 1995, met titels als Raiders of the Lost Ark (1981), E.T.: The Extra-Terrestrial (1982), Star Trek II: The Wrath of Khan (1982), Cocoon (1985), The Golden Child (1986), Who Framed Roger Rabbit (1988), The Abyss (1989), Terminator 2: Judgment Day (1991) en The Mask (1994). Ook wordt er aangegeven welke films er voor een Oscar werden genomineerd of wonnen in de categorie "Best Visual Effects".

Vanaf pagina 32 wordt er van 43 films met woord en beeld verteld wat de bijdrage van ILM was. Dit gaat veelal via quotes van de betrokken professionals en zijn de begeleidende foto's veelal bedoeld als een snelle impressie van de VFX werkzaamheden aan de titel. Zo zijn de ondersteunende foto's bij The Mummy (1999) erg fraai om te zien, aangezien ze duidelijk in beeld brengen dat er bij de visual effects meer komt kijken dan alleen een computer. Bij andere titels is er minder ruimte voor onderbouwing, waardoor het een erg beperkte indruk achterlaat. Bij het doorbladeren van het flinke boekwerk valt met name op dat de films steeds meer uit VFX gaan bestaan. Waar het bij Casper (1995) nog gaat om een paar digitale spookjes zijn de visual effects in de latere titels als Transformers (2007) en Avatar (2009) in een veelvoud aanwezig. Het afsluitende Rango bestaat zelfs volledig uit CG beelden. Tussen de bespreking van de verschillende titels is er ook ruimte voor een viertal korte, meer techische artikelen, onder meer over de start van VFX en performance capture.

Hieronder een viertal foto's uit Industrial Light & Magic: The Art of Innovation dat 360 pagina's telt. In slechts een paar pagina's wordt de periode tussen 1975 en 1995 besproken. De werkzaamheden aan de vele titels worden in een paar regels samengevat en enkele afbeeldingen zijn ter illustratie meegegeven. ILM maakte bijvoorbeeld ook de indrukwekkende scenes in Robert Zemeckis' Forrest Gump (1994).

Bekijk de afbeelding

Na Jurassic Park doken de CG dieren op in vele films. Een van de eerste films die VFX flink toepaste was Jumanji (1995). Veel van de ontsnapte dieren kwamen uit de "computer" van ILM.

Bekijk de afbeelding

In Pirates of the Caribbean: Dead Man's Chest (2006) was het personage Davy Jones een even opvallende als indrukwekkende verschijning. ILM maakte zich bij de motion capture er met name druk over of ze de emotie in de ogen van acteur Bill Nighy kon overbrengen.

Bekijk de afbeelding

ILM was ook betrokken bij het visuele hoogstandje Avatar. De studio werd ingevlogen om WETA te helpen bij de afronding van de kaskraker van regisseur James Cameron, die in 1991 ook aan het roer stond van Terminator 2: Judgment Day, waar al enkele baanbrekende VFX van ILM te zien waren. Bij Avatar was ILM met name verantwoordelijk voor de CG voertuigen en gevechten.

Bekijk de afbeelding

Het boek Industrial Light & Magic: The Art of Innovation laat vooral zien aan welke films de studio heeft gewerkt. Met veel beeldmateriaal en een beperkte onderbouwing, veelal quotes, wordt duidelijk dat de veelvuldig bekritiseerde George Lucas in 1975 een mooi bedrijf opstartte en dat er in een kleine veertig jaar veel is veranderd in de wereld van de visual effects. Voor ILM was de eigen animatiefilm Rango van verleden jaar misschien wel een van de meest indrukwekkende hoogtepunten. In 2012 verzorgde ILM de VFX voor The Avengers en het aanstaande Clous Atlas. Ook bij Guillermo del Toro's Pacific Rim (2013) is ILM betrokken. Met ruim 40 euro heeft Industrial Light & Magic: The Art of Innovation een redelijk prijskaartje. Met dank aan uitgever Abrams voor het recensie-exemplaar.

Hieronder een promofilmpje van NVIDIA, waarin de VFX werkzaamheden van ILM voor enkele recente blockbusters wordt besproken:


NieuwsFilm

meest populair