'The Odyssey': Nolans nieuwste maakt aangekondigde belofte waar, zowel in negatieve als positieve zin (2026)
Biedt precies wat je verwacht, dus niemand wordt teleurgesteld, maar ook niemand aangenaam verrast.
Regie: Christopher Nolan | Scenario: Christopher Nolan | Cast: Matt Damon (Odysseus), Tom Holland (Telemachus), Anne Hathaway (Penelope), Robert Pattinson (Antinoüs), Lupita Nyong'o (Helena, Klytaimnestra), Zendaya (Athene) e.a. | Speelduur: 172 minuten | Jaar: 2026
Christopher Nolans verfilming van Homeros' Odyssee biedt precies wat ervan verwacht kan worden. Waarschijnlijk zullen zijn fans niet teleurgesteld zijn en de sceptici niet van mening veranderen.
Odysseus, de Griekse koning die met zijn mannen Troje ten val bracht, zwerft al jaren over zee. Na de triomf (dankzij de door hem verzonnen list met het paard) blijkt de terugkeer naar huis een lange en gevaarlijke reis. Poseidon is Odysseus niet gunstig gezind.
Op zijn thuiseiland Ithaka heeft een groot aantal vrijers zich verzameld om te dingen naar de hand van zijn vrouw Penelope. Dit tot frustratie van zijn zoon Telemachus, die echter niets onderneemt tegen de lompe horken die elke avond in Odysseus' paleis zitten te zuipen.
Telemachus gaat op zoek naar nieuws over zijn vader en hoort verhalen over diens daden van Menelaüs, koning van Sparta. Ondertussen zit Odysseus zelf op een eiland met de nimf Kalypso, die hem wil laten vergeten waar hij vandaan komt en terug naartoe wil.
Net als het oorspronkelijke gedicht wordt het verhaal achronologisch verteld. We zien de avonturen van Odysseus veelal in episodische flashbacks. De mensenetende cycloop, de sirenen met hun onweerstaanbare gezang, het verblijf bij de tovenares Kirke: Nolan slaagt er niet helemaal in de 'en toen, en toen'-factor te vermijden. Ook komt er soms een overbodige bijzaak tussendoor, zoals een minisubplot over Klytaimnestra, de halfzus van Helena. Lupita Nyong'o krijgt in beide rollen te weinig te doen.
Maar er valt te genieten van Nolans interpretaties. In de passage rond de cycloop ontpopt hij zich tot een heel aardig horrorregisseur, die begrijpt waar de kracht van het monster in zit. Dat geldt minder voor latere scènes met de sirenen en het monster Scylla. Vaak is wat je níet ziet het meest griezelig, maar Nolan had wel íets meer mogen tonen; zijn ambitie de mythe zo 'realistisch' mogelijk te vertellen leidt te vaak tot een ontkenning van het eenvoudige plezier dat Homeros' epos óók biedt.
Spektakel is er natuurlijk, waarvoor vooral dank aan Hoyte van Hoytema, Nolans vaste cameraman sinds Interstellar. In de eerste volledig op 70mm met IMAX-camera's geschoten film laat Van Hoytema zich inspireren door schilderkunst (Francisco Goya komt voorbij), maar laat hij bovenal de natuur voor zichzelf spreken. De zee en de bergen zíjn overweldigend, en zelden is dat zo getrouw op beeld vastgelegd. De actiescènes ontberen dan weer impact door de rommelige montage. Een scène waarin de chaos van een schip in een nachtelijke storm overgebracht moet worden, levert vooral hoofdpijn op.
Indrukwekkender dan de grootse momenten zijn een paar intieme dialoogscènes. Van Hoytema bewijst waarom juist drama een groot scherm verdient met een rauw prachtshot van een schitterende Anne Hathaway als Penelope. Het beeld verliest soms scherpte, alsof haar emoties te sterk zijn voor de lens.
Door de combinatie van natuurlijk acteren en camerawerk wordt Penelope niet alleen een mythologische figuur, maar een mens. Nolan maakt op zo'n moment zijn ambitie waar om de mythe 'in de echte wereld' te plaatsen, invoelbaar te maken voor hedendaags publiek. De soms 'moderne' taal helpt daarbij: het pseudo-Victoriaanse Engels dat Hollywoodverfilmingen van mythes vaak wat potsierlijk maakt, wordt vermeden.
Helaas voldoet The Odyssey wel aan een andere merkwaardige conventie van films over de klassieke wereld: de paleizen lijken meer op hoe ze er nú uitzien, dan op paleizen in gebruik. Alsof Odysseus in een ruïne gewoond zou hebben. Daarmee plaatst Nolan zijn film visueel toch weer in de ongeloofwaardige wereld van de Hollywoodclichés.
Nolan combineert drie soms conflicterende tradities: de klassieke mythologie, het ouderwetse Hollywood-epos en de 'realistische' blockbuster. Bij vlagen leidt dat tot een interessant resultaat, maar vaak zitten zijn ambities elkaar in de weg. Het vervelendst is zijn poging Odysseus een sympathieker personage te maken door hem een schuldgevoel te geven over zijn daden tijdens de oorlog. Zoals vaak bij Nolan wordt de psychologie tot in de treure uitgelegd in veelal platte dialogen.
Nolans The Odyssey maakt de belofte van de aankondiging dus helemaal waar, in zowel positieve als negatieve zin. Wie eerder genoot van het onmiskenbare gevoel voor groots filmmaken dat Nolan en Van Hoytema delen, moet de film in elk geval op een zo groot mogelijk scherm gaan bekijken.
Christopher Nolans verfilming van Homeros' Odyssee biedt precies wat ervan verwacht kan worden. Waarschijnlijk zullen zijn fans niet teleurgesteld zijn en de sceptici niet van mening veranderen.
Odysseus, de Griekse koning die met zijn mannen Troje ten val bracht, zwerft al jaren over zee. Na de triomf (dankzij de door hem verzonnen list met het paard) blijkt de terugkeer naar huis een lange en gevaarlijke reis. Poseidon is Odysseus niet gunstig gezind.
Op zijn thuiseiland Ithaka heeft een groot aantal vrijers zich verzameld om te dingen naar de hand van zijn vrouw Penelope. Dit tot frustratie van zijn zoon Telemachus, die echter niets onderneemt tegen de lompe horken die elke avond in Odysseus' paleis zitten te zuipen.
Telemachus gaat op zoek naar nieuws over zijn vader en hoort verhalen over diens daden van Menelaüs, koning van Sparta. Ondertussen zit Odysseus zelf op een eiland met de nimf Kalypso, die hem wil laten vergeten waar hij vandaan komt en terug naartoe wil.
Net als het oorspronkelijke gedicht wordt het verhaal achronologisch verteld. We zien de avonturen van Odysseus veelal in episodische flashbacks. De mensenetende cycloop, de sirenen met hun onweerstaanbare gezang, het verblijf bij de tovenares Kirke: Nolan slaagt er niet helemaal in de 'en toen, en toen'-factor te vermijden. Ook komt er soms een overbodige bijzaak tussendoor, zoals een minisubplot over Klytaimnestra, de halfzus van Helena. Lupita Nyong'o krijgt in beide rollen te weinig te doen.
Maar er valt te genieten van Nolans interpretaties. In de passage rond de cycloop ontpopt hij zich tot een heel aardig horrorregisseur, die begrijpt waar de kracht van het monster in zit. Dat geldt minder voor latere scènes met de sirenen en het monster Scylla. Vaak is wat je níet ziet het meest griezelig, maar Nolan had wel íets meer mogen tonen; zijn ambitie de mythe zo 'realistisch' mogelijk te vertellen leidt te vaak tot een ontkenning van het eenvoudige plezier dat Homeros' epos óók biedt.
Spektakel is er natuurlijk, waarvoor vooral dank aan Hoyte van Hoytema, Nolans vaste cameraman sinds Interstellar. In de eerste volledig op 70mm met IMAX-camera's geschoten film laat Van Hoytema zich inspireren door schilderkunst (Francisco Goya komt voorbij), maar laat hij bovenal de natuur voor zichzelf spreken. De zee en de bergen zíjn overweldigend, en zelden is dat zo getrouw op beeld vastgelegd. De actiescènes ontberen dan weer impact door de rommelige montage. Een scène waarin de chaos van een schip in een nachtelijke storm overgebracht moet worden, levert vooral hoofdpijn op.
Indrukwekkender dan de grootse momenten zijn een paar intieme dialoogscènes. Van Hoytema bewijst waarom juist drama een groot scherm verdient met een rauw prachtshot van een schitterende Anne Hathaway als Penelope. Het beeld verliest soms scherpte, alsof haar emoties te sterk zijn voor de lens.
Door de combinatie van natuurlijk acteren en camerawerk wordt Penelope niet alleen een mythologische figuur, maar een mens. Nolan maakt op zo'n moment zijn ambitie waar om de mythe 'in de echte wereld' te plaatsen, invoelbaar te maken voor hedendaags publiek. De soms 'moderne' taal helpt daarbij: het pseudo-Victoriaanse Engels dat Hollywoodverfilmingen van mythes vaak wat potsierlijk maakt, wordt vermeden.
Helaas voldoet The Odyssey wel aan een andere merkwaardige conventie van films over de klassieke wereld: de paleizen lijken meer op hoe ze er nú uitzien, dan op paleizen in gebruik. Alsof Odysseus in een ruïne gewoond zou hebben. Daarmee plaatst Nolan zijn film visueel toch weer in de ongeloofwaardige wereld van de Hollywoodclichés.
Nolan combineert drie soms conflicterende tradities: de klassieke mythologie, het ouderwetse Hollywood-epos en de 'realistische' blockbuster. Bij vlagen leidt dat tot een interessant resultaat, maar vaak zitten zijn ambities elkaar in de weg. Het vervelendst is zijn poging Odysseus een sympathieker personage te maken door hem een schuldgevoel te geven over zijn daden tijdens de oorlog. Zoals vaak bij Nolan wordt de psychologie tot in de treure uitgelegd in veelal platte dialogen.
Nolans The Odyssey maakt de belofte van de aankondiging dus helemaal waar, in zowel positieve als negatieve zin. Wie eerder genoot van het onmiskenbare gevoel voor groots filmmaken dat Nolan en Van Hoytema delen, moet de film in elk geval op een zo groot mogelijk scherm gaan bekijken.