'Sense and Sensibility': brave verfilming van Jane Austens klassieker uit 1811 verbleekt bij Ang Lees versie (2026)
Dit zijn niet de acteurs die de komende decennia het smoelwerk van de Britse cinema zullen vormen.
Regie: Georgia Oakley | Scenario: Diana Reid | Cast: Daisy Edgar-Jones (Elinor Dashwood), Esmé Creed-Miles (Marianne Dashwood), George MacKay (Edward Ferrars), Herbert Nordrum (Kolonel Brandon), Frank Dillane (Willoughby), Bodhi Rae Breathnach (Margaret Dashwood), e.a. | Speelduur: 131 minuten | Jaar: 2026
De vorige verfilming van Jane Austens debuutroman dateert alweer van meer dan dertig jaar geleden. In 1995 werd Hugh Grant in Los Angeles gearresteerd vanwege een pleziertje in de auto met prostituee Divine Brown en verliet collega-hoofdrolspeler Emma Thompson haar man Kenneth Branagh omdat hij met Helena Bonham Carter tussen de lakens dook. Het was een roerige tijd. Het drama buiten de set was nog smeuïger dan op het scherm, maar dat nam niet weg dat Ang Lees Sense and Sensibility een hit werd, luid geprezen door pers en publiek.
De nieuwe productie ontkomt niet aan een vergelijking met de Oscarwinnaar (Beste Script door Thompson) van weleer. Die vergelijking pakt niet uit in het voordeel van Georgia Oakleys versie. Het script is minder gewiekst en gecondenseerd, de beelden zijn minder levendig en de acteurs minder talentvol. Harriet Walter was een heerlijk vileine Fanny, terwijl Stacy Martin eerder mild irritant is; Kate Winslet toonde haar ongebreidelde kunsten, waar Esmé Creed-Miles in de rol van Marianne vaak nogal gekunsteld overkomt; en over de superioriteit van wijlen Alan Rickman kan een boek worden geschreven. Wat een man!
Zo beschouwd verbleekt Sense and Sensibility naast zijn voorganger, maar hoe houdt deze film zich staande los van die vergelijking? Op zich kan het geen kwaad om het eeuwenoude verhaal uit 1811 van de toen nog anonieme Austen om de zoveel tijd opnieuw te vertellen. Elke generatie verdient een eigen Elinor Dashwood, Edward Ferrars en rokkenjagende Willoughby, want ook al lijken de thema's en problematiek in dit verhaal meer en meer tot een ver verleden te behoren, wat is er mooier dan wat escapisme in de bioscoop?
In Sense and Sensibility maken de zussen Dashwood zich druk om het vinden van de geschikte levenspartner, waarbij elk van de drie er andere criteria op na houdt. De oudste en meest gedecideerde zoekt een metgezel die ze moreel hoog kan achten, de middelste wil een relatie met een gepassioneerde man en de jongste droomt (zoals zo vaak in die tijd) gewoon van een goede financiële partij. Dat laatste is ook wel nodig, want het testament van hun zojuist overleden vader laat hen vrijwel niets achter en hun halfbroer kan niet wachten om de zussen uit hun vertrouwde en gerieflijke huis te zetten.
Hoewel er altijd wel parallellen te trekken zijn met het huidige tijdperk, blijft Sense and Sensibility vooral een verhaal van een andere tijd en plaats. Oakley respecteert dat gegeven. Anders dan het (vermakelijke) Wuthering Heights is dit geen vrije, hevig gemoderniseerde hervertelling, maar een verfilming die zeer dicht bij het bronmateriaal ligt, soms zelfs een stuk meer dan Lees versie die zich de nodige aanpassingen en frivoliteiten veroorloofde. Zo ontstaat een degelijk kostuumdrama dat wel gebaat zou zijn geweest bij een meer inventieve benadering of, zoals Marianne graag zou hebben gezien, een meer gepassioneerde.
De jonge Esmé Creed-Miles is geen jonge Kate Winslet, maar ze is wel de emotionele blikvanger van de film en heeft talent om door te groeien. Dat kan helaas niet gezegd worden van Daisy Edgar-Jones die haar plafond lijkt te hebben bereikt en niet in staat is om de gereserveerde, maar toch intrigerende Elinor goed aan de man te brengen. De mannelijke acteurs spelen overigens foutloos, maar toch ontbreekt er iets, à la Grant of Rickman. Desondanks is Sense and Sensibility een aardige film geworden, met mooie landschappen, prachtige muziek en heel veel shots van dieren, groot en klein. Laat ze dat over dertig jaar nog maar eens evenaren.
De vorige verfilming van Jane Austens debuutroman dateert alweer van meer dan dertig jaar geleden. In 1995 werd Hugh Grant in Los Angeles gearresteerd vanwege een pleziertje in de auto met prostituee Divine Brown en verliet collega-hoofdrolspeler Emma Thompson haar man Kenneth Branagh omdat hij met Helena Bonham Carter tussen de lakens dook. Het was een roerige tijd. Het drama buiten de set was nog smeuïger dan op het scherm, maar dat nam niet weg dat Ang Lees Sense and Sensibility een hit werd, luid geprezen door pers en publiek.
De nieuwe productie ontkomt niet aan een vergelijking met de Oscarwinnaar (Beste Script door Thompson) van weleer. Die vergelijking pakt niet uit in het voordeel van Georgia Oakleys versie. Het script is minder gewiekst en gecondenseerd, de beelden zijn minder levendig en de acteurs minder talentvol. Harriet Walter was een heerlijk vileine Fanny, terwijl Stacy Martin eerder mild irritant is; Kate Winslet toonde haar ongebreidelde kunsten, waar Esmé Creed-Miles in de rol van Marianne vaak nogal gekunsteld overkomt; en over de superioriteit van wijlen Alan Rickman kan een boek worden geschreven. Wat een man!
Zo beschouwd verbleekt Sense and Sensibility naast zijn voorganger, maar hoe houdt deze film zich staande los van die vergelijking? Op zich kan het geen kwaad om het eeuwenoude verhaal uit 1811 van de toen nog anonieme Austen om de zoveel tijd opnieuw te vertellen. Elke generatie verdient een eigen Elinor Dashwood, Edward Ferrars en rokkenjagende Willoughby, want ook al lijken de thema's en problematiek in dit verhaal meer en meer tot een ver verleden te behoren, wat is er mooier dan wat escapisme in de bioscoop?
In Sense and Sensibility maken de zussen Dashwood zich druk om het vinden van de geschikte levenspartner, waarbij elk van de drie er andere criteria op na houdt. De oudste en meest gedecideerde zoekt een metgezel die ze moreel hoog kan achten, de middelste wil een relatie met een gepassioneerde man en de jongste droomt (zoals zo vaak in die tijd) gewoon van een goede financiële partij. Dat laatste is ook wel nodig, want het testament van hun zojuist overleden vader laat hen vrijwel niets achter en hun halfbroer kan niet wachten om de zussen uit hun vertrouwde en gerieflijke huis te zetten.
Hoewel er altijd wel parallellen te trekken zijn met het huidige tijdperk, blijft Sense and Sensibility vooral een verhaal van een andere tijd en plaats. Oakley respecteert dat gegeven. Anders dan het (vermakelijke) Wuthering Heights is dit geen vrije, hevig gemoderniseerde hervertelling, maar een verfilming die zeer dicht bij het bronmateriaal ligt, soms zelfs een stuk meer dan Lees versie die zich de nodige aanpassingen en frivoliteiten veroorloofde. Zo ontstaat een degelijk kostuumdrama dat wel gebaat zou zijn geweest bij een meer inventieve benadering of, zoals Marianne graag zou hebben gezien, een meer gepassioneerde.
De jonge Esmé Creed-Miles is geen jonge Kate Winslet, maar ze is wel de emotionele blikvanger van de film en heeft talent om door te groeien. Dat kan helaas niet gezegd worden van Daisy Edgar-Jones die haar plafond lijkt te hebben bereikt en niet in staat is om de gereserveerde, maar toch intrigerende Elinor goed aan de man te brengen. De mannelijke acteurs spelen overigens foutloos, maar toch ontbreekt er iets, à la Grant of Rickman. Desondanks is Sense and Sensibility een aardige film geworden, met mooie landschappen, prachtige muziek en heel veel shots van dieren, groot en klein. Laat ze dat over dertig jaar nog maar eens evenaren.