'Whalefall': onwaarschijnlijke overlevingsstrijd in de maag van een walvis is tamelijk amusant (2026)
Matige survivalthriller toont aan dat creativiteit en stupiditeit behoorlijk dicht bij elkaar liggen.
Regie: Brian Duffield | Scenario: Brian Duffield | Cast: Austin Abrams (Jay Gardiner), Josh Brolin (Mitt Gardiner), Elizabeth Shue (Zara Gardiner), John Ortiz (Hewey), e.a. | Speelduur: 106 minuten | Jaar: 2026
In 1891 verscheen in Amerikaanse kranten het onvoorstelbare verhaal van walvisvaarder James Bartley. De zeevaarder beweerde tijdens een expeditie in de buurt van de Falklandeilanden na een aanval van een gigantische potvis in de maag van het dier te zijn beland. Dagen later kwam het zeezoogdier om het leven tijdens de jacht en werd Bartley heelhuids in de maag van de potvis gevonden. Deze moderne variant van het Bijbelverhaal van Jona werd al snel naar het rijk der fabelen verwezen.
Potvissen zijn enorme walvissen die een lengte van zo'n twintig meter kunnen bereiken. Hun spijsverteringsstelsel is taai omdat ze gigantische vechtlustige pijlinktvissen zonder te kauwen verorberen. Een mens past in theorie door de slokdarm en in de maag van een potvis. Dit gegeven inspireerde schrijver Daniel Kraus tot het schrijven van zijn in 2023 verschenen bestseller Whalefall. Een filmbewerking leek niet lang weg en overdrijven bleek een kunst. In de verfilming van regisseur Brian Duffield moet de walvis wel zo'n veertig meter lang zijn, te oordelen naar de schaal waarop alles zich afspeelt in zijn binnenste.
Dat we het gegeven van de gulzige walvis met een hele oceaan aan zout moeten nemen, moge duidelijk zijn. Hoofdpersoon Jay is een rouwende maar niet al te beste duiker die op zoek gaat naar de restanten van zijn verdronken maar nooit teruggevonden vader. Afdalend in de diepe oceaan raakt Jay door een kabel verstrikt met een pijlinktvis die bejaagd wordt door een uit de kluiten gewassen potvis. De jongen belandt in de maag en komt al snel tot het lumineuze inzicht dat een potvis te reduceren valt tot twee mogelijke uitgangen. Ondertussen heeft hij nog zo'n veertig minuten aan zuurstof.
Terwijl de ongeloofwaardigheden zich opstapelen, is de voornaamste drijfveer om door te kijken de vraag hoe Duffield deze onzinnigheden tot een solide survivalthriller weet te smeden. Het enige licht in de maag van de potvis komt van een lichtgevende kwal, nauwelijks groter dan Jays hand. Wanneer de hoofdpersoon een uitstapje maakt naar het darmstelsel is het neteldier in geen velden of wegen te bekennen, maar toch zit Jay niet in het donker. Ook lijken de zure maagsappen en gassen in de maag nauwelijks effect te hebben op de gedwongen maaltijd van de potvis.
Om de boel nog een beetje van context te voorzien en ook claustrofobische kijker aan boord te houden, wisselt Duffield Jays overlevingsmissie af met terugblikken naar de momenten met zijn vader. Wat Josh Brolin heeft bezield om deze rol op zich te nemen is al net zo'n groot raadsel als potvissen die sullige duikers lusten. Vader Mitt Gardiner vindt dat zijn zoon een echte kerel moet zijn. Hij onderhoudt een moeizame relatie met Jay, maar voorziet hem wel van tegeltjeswijsheden die op de juiste momenten in Jay opborrelen in de borrelende maag van de potvis.
We zullen het maar houden op hallucinaties, want Jay gaat zijn gastheer gaandeweg steeds meer vereenzelvigen met zijn overleden vader. Het dier spreekt dan zelfs tot hem met de stem van Mitt. Het valt Duffield te prijzen dat hij van een gegeven dat in een boek waarschijnlijk beter werkt toch ruim anderhalf uur vermaak en walging weet te maken. De makers van Whalefall bouwden de maag van het zeezoogdier na in enkele sets en de organische omgeving werkt zeker beklemmend en is op momenten uiterst smerig. Bovendien ligt het hart van een potvis naast de maag. Daardoor zijn we ons, naast de peristaltische bewegingen, voortdurend bewust van de hartslag en van het feit dat Jay zich in een levend organisme bevindt.
De term 'whalefall' verwijst naar de dood van een walvis, waarvan de resten een heel ecosysteem in stand houden. De matige overlevingsthriller toont vooral aan dat creativiteit en stupiditeit behoorlijk dicht bij elkaar liggen.
In 1891 verscheen in Amerikaanse kranten het onvoorstelbare verhaal van walvisvaarder James Bartley. De zeevaarder beweerde tijdens een expeditie in de buurt van de Falklandeilanden na een aanval van een gigantische potvis in de maag van het dier te zijn beland. Dagen later kwam het zeezoogdier om het leven tijdens de jacht en werd Bartley heelhuids in de maag van de potvis gevonden. Deze moderne variant van het Bijbelverhaal van Jona werd al snel naar het rijk der fabelen verwezen.
Potvissen zijn enorme walvissen die een lengte van zo'n twintig meter kunnen bereiken. Hun spijsverteringsstelsel is taai omdat ze gigantische vechtlustige pijlinktvissen zonder te kauwen verorberen. Een mens past in theorie door de slokdarm en in de maag van een potvis. Dit gegeven inspireerde schrijver Daniel Kraus tot het schrijven van zijn in 2023 verschenen bestseller Whalefall. Een filmbewerking leek niet lang weg en overdrijven bleek een kunst. In de verfilming van regisseur Brian Duffield moet de walvis wel zo'n veertig meter lang zijn, te oordelen naar de schaal waarop alles zich afspeelt in zijn binnenste.
Dat we het gegeven van de gulzige walvis met een hele oceaan aan zout moeten nemen, moge duidelijk zijn. Hoofdpersoon Jay is een rouwende maar niet al te beste duiker die op zoek gaat naar de restanten van zijn verdronken maar nooit teruggevonden vader. Afdalend in de diepe oceaan raakt Jay door een kabel verstrikt met een pijlinktvis die bejaagd wordt door een uit de kluiten gewassen potvis. De jongen belandt in de maag en komt al snel tot het lumineuze inzicht dat een potvis te reduceren valt tot twee mogelijke uitgangen. Ondertussen heeft hij nog zo'n veertig minuten aan zuurstof.
Terwijl de ongeloofwaardigheden zich opstapelen, is de voornaamste drijfveer om door te kijken de vraag hoe Duffield deze onzinnigheden tot een solide survivalthriller weet te smeden. Het enige licht in de maag van de potvis komt van een lichtgevende kwal, nauwelijks groter dan Jays hand. Wanneer de hoofdpersoon een uitstapje maakt naar het darmstelsel is het neteldier in geen velden of wegen te bekennen, maar toch zit Jay niet in het donker. Ook lijken de zure maagsappen en gassen in de maag nauwelijks effect te hebben op de gedwongen maaltijd van de potvis.
Om de boel nog een beetje van context te voorzien en ook claustrofobische kijker aan boord te houden, wisselt Duffield Jays overlevingsmissie af met terugblikken naar de momenten met zijn vader. Wat Josh Brolin heeft bezield om deze rol op zich te nemen is al net zo'n groot raadsel als potvissen die sullige duikers lusten. Vader Mitt Gardiner vindt dat zijn zoon een echte kerel moet zijn. Hij onderhoudt een moeizame relatie met Jay, maar voorziet hem wel van tegeltjeswijsheden die op de juiste momenten in Jay opborrelen in de borrelende maag van de potvis.
We zullen het maar houden op hallucinaties, want Jay gaat zijn gastheer gaandeweg steeds meer vereenzelvigen met zijn overleden vader. Het dier spreekt dan zelfs tot hem met de stem van Mitt. Het valt Duffield te prijzen dat hij van een gegeven dat in een boek waarschijnlijk beter werkt toch ruim anderhalf uur vermaak en walging weet te maken. De makers van Whalefall bouwden de maag van het zeezoogdier na in enkele sets en de organische omgeving werkt zeker beklemmend en is op momenten uiterst smerig. Bovendien ligt het hart van een potvis naast de maag. Daardoor zijn we ons, naast de peristaltische bewegingen, voortdurend bewust van de hartslag en van het feit dat Jay zich in een levend organisme bevindt.
De term 'whalefall' verwijst naar de dood van een walvis, waarvan de resten een heel ecosysteem in stand houden. De matige overlevingsthriller toont vooral aan dat creativiteit en stupiditeit behoorlijk dicht bij elkaar liggen.