'Jackass: Best and Last': een Knoxville verliest nooit zijn streken, wel zijn wilde haren (2026)
Na ruim vijfentwintig jaar houden de jackasses het voor gezien. Deze laatste film is vooral een herhaling van oude fragmenten.
Regie: Jeff Tremaine | Cast: Johnny Knoxville, Steve-O, Jason 'Wee Man' Acuña, Chris Pontius, Dave England, Preston Lacy, e.a. | Speelduur: 92 minuten | Jaar: 2026
Johnny Knoxville en zijn clubje lefgozers missen drie vrij essentiële genen om in leven te blijven, namelijk die voor angst, remming en goede smaak. Het is deze merkwaardige combinatie van eigenschappen, of noem het gerust biologische defecten, die de mannen van Jackass zo uitermate succesvol heeft gemaakt. De bende stuntmannen begon in 2000 met hun capriolen voor MTV. Na drie seizoenen volgde een reeks bioscoopfilms. Met Jackass: Best and Last is het voorgoed over en uit met de pret.
Het is niet de eerste keer dat Knoxville, die eigenlijk Philip John Clapp heet, dat beweert. Maar de stuntman, die inmiddels ver in de vijftig is en door het leven gaat met grijze lokken, wordt ook een dagje ouder. Bovendien is de Amerikaan nooit echt hersteld van een stunt waarin hij bijna werd gespiesd door de hoorns van een dolle stier; een scène die nog eens in de herhaling gaat in deze laatste film. Je kunt het zo gek niet bedenken of de crew van Jackass heeft het wel uitgevoerd. Intussen is de moderne wereld met viral video's, memes en bizarre online uitdagingen voorgoed veranderd.
Verwacht geen filosofische, laat staan moralistische overpeinzingen over de vraag hoe de stunts van Jackass in deze moderne tijd passen. Ook geen verhandeling over de vraag of je het eigenlijk nog wel kunt maken om je leven te wagen voor een goede grap of uitdaging. De term woke komt niet voor in het woordenboek van mannen als Knoxville, Steve-O en Chris Pontius. Er is niets mis met je een beetje bewust zijn van mensen die anders zijn dan jij, maar het past niet in de stijl en werkwijze van de mannen. Dus wordt er ook in deze laatste film zonder enige terughoudendheid de draak gestoken met mensen met dwerggroei of obesitas. Ongemakkelijk wordt het vooral wanneer er dieren aan te pas komen.
De diehardfan van Jackass zal zich wellicht wat bedrogen voelen, al geeft de titel al de nodige hints weg. Best and Last is namelijk meer een 'best of' dan een film die veel nieuwe stunts toevoegt aan het uitgebreide repertoire van de stuntgroep. We zien de mannen weliswaar ook in hun laatste opnames, maar de toeren die ze hier uithalen steken schril af tegen het lef van weleer. Sommige stunts zijn nooit uitgezonden en daar is vaak ook best een reden voor. Zo start de film met een opname uit het eerste seizoen waarin Knoxville Russische roulette speelt en een pistool tegen zijn borst houdt.
Een stuk suffer zijn de nooit eerder vertoonde beelden van Knoxville in een oranje gevangenispak, terwijl hij een ijzerhandel binnenloopt op zoek naar een zaag om zijn handboeien door te zagen. Het veroorzaakte behoorlijk wat ophef en zelfs een jarenlang gebiedsverbod in West-Hollywood, maar wereldschokkend is het vandaag de dag niet bepaald. Daarvoor moeten de mannen zich verlagen tot explicietere taferelen, met poep en kots als voornaamste ingrediënten. Een bezoek aan een Dixie-toilet of een potje Twister zal nooit meer hetzelfde zijn. Iedereen had prima zonder deze ongebreidelde gorigheden gekund.
Dit soort momenten is Jackass op zijn zwakst. Het onvrijwillig vloeien van lichaamssappen en de overdreven obsessie voor het mannelijke geslachtsdeel degraderen de reeks tot treurige aandachttrekkerij, maar viezigheid verkoopt kennelijk. Je moet echt houden van dit soort expliciete humor en wansmaak, al zullen de tegenstanders hiervan toch al geen kaartje voor de bioscoop aanschaffen. Daar valt Jackass: Best and Last dan ook niet op af te rekenen; wel op het uitvoerig en gemakzuchtig herkauwen van oud materiaal. Mochten of wilden ze dan echt niet nog een laatste keer flink los?
Het is verleidelijk om Jackass met een opgeheven moreel vingertje de maat te nemen, maar als Knoxville en de zijnen opeens zouden gaan reflecteren op hun oeuvre en hun moreel kompas, hadden ze elke vorm van geloofwaardigheid verloren. Tijdens de laatste opnamedag verzucht Knoxville dat hij na vijfentwintig jaar nog steeds niets heeft geleerd. Zo is het maar net en we hadden eigenlijk ook niet anders verwacht.
Johnny Knoxville en zijn clubje lefgozers missen drie vrij essentiële genen om in leven te blijven, namelijk die voor angst, remming en goede smaak. Het is deze merkwaardige combinatie van eigenschappen, of noem het gerust biologische defecten, die de mannen van Jackass zo uitermate succesvol heeft gemaakt. De bende stuntmannen begon in 2000 met hun capriolen voor MTV. Na drie seizoenen volgde een reeks bioscoopfilms. Met Jackass: Best and Last is het voorgoed over en uit met de pret.
Het is niet de eerste keer dat Knoxville, die eigenlijk Philip John Clapp heet, dat beweert. Maar de stuntman, die inmiddels ver in de vijftig is en door het leven gaat met grijze lokken, wordt ook een dagje ouder. Bovendien is de Amerikaan nooit echt hersteld van een stunt waarin hij bijna werd gespiesd door de hoorns van een dolle stier; een scène die nog eens in de herhaling gaat in deze laatste film. Je kunt het zo gek niet bedenken of de crew van Jackass heeft het wel uitgevoerd. Intussen is de moderne wereld met viral video's, memes en bizarre online uitdagingen voorgoed veranderd.
Verwacht geen filosofische, laat staan moralistische overpeinzingen over de vraag hoe de stunts van Jackass in deze moderne tijd passen. Ook geen verhandeling over de vraag of je het eigenlijk nog wel kunt maken om je leven te wagen voor een goede grap of uitdaging. De term woke komt niet voor in het woordenboek van mannen als Knoxville, Steve-O en Chris Pontius. Er is niets mis met je een beetje bewust zijn van mensen die anders zijn dan jij, maar het past niet in de stijl en werkwijze van de mannen. Dus wordt er ook in deze laatste film zonder enige terughoudendheid de draak gestoken met mensen met dwerggroei of obesitas. Ongemakkelijk wordt het vooral wanneer er dieren aan te pas komen.
De diehardfan van Jackass zal zich wellicht wat bedrogen voelen, al geeft de titel al de nodige hints weg. Best and Last is namelijk meer een 'best of' dan een film die veel nieuwe stunts toevoegt aan het uitgebreide repertoire van de stuntgroep. We zien de mannen weliswaar ook in hun laatste opnames, maar de toeren die ze hier uithalen steken schril af tegen het lef van weleer. Sommige stunts zijn nooit uitgezonden en daar is vaak ook best een reden voor. Zo start de film met een opname uit het eerste seizoen waarin Knoxville Russische roulette speelt en een pistool tegen zijn borst houdt.
Een stuk suffer zijn de nooit eerder vertoonde beelden van Knoxville in een oranje gevangenispak, terwijl hij een ijzerhandel binnenloopt op zoek naar een zaag om zijn handboeien door te zagen. Het veroorzaakte behoorlijk wat ophef en zelfs een jarenlang gebiedsverbod in West-Hollywood, maar wereldschokkend is het vandaag de dag niet bepaald. Daarvoor moeten de mannen zich verlagen tot explicietere taferelen, met poep en kots als voornaamste ingrediënten. Een bezoek aan een Dixie-toilet of een potje Twister zal nooit meer hetzelfde zijn. Iedereen had prima zonder deze ongebreidelde gorigheden gekund.
Dit soort momenten is Jackass op zijn zwakst. Het onvrijwillig vloeien van lichaamssappen en de overdreven obsessie voor het mannelijke geslachtsdeel degraderen de reeks tot treurige aandachttrekkerij, maar viezigheid verkoopt kennelijk. Je moet echt houden van dit soort expliciete humor en wansmaak, al zullen de tegenstanders hiervan toch al geen kaartje voor de bioscoop aanschaffen. Daar valt Jackass: Best and Last dan ook niet op af te rekenen; wel op het uitvoerig en gemakzuchtig herkauwen van oud materiaal. Mochten of wilden ze dan echt niet nog een laatste keer flink los?
Het is verleidelijk om Jackass met een opgeheven moreel vingertje de maat te nemen, maar als Knoxville en de zijnen opeens zouden gaan reflecteren op hun oeuvre en hun moreel kompas, hadden ze elke vorm van geloofwaardigheid verloren. Tijdens de laatste opnamedag verzucht Knoxville dat hij na vijfentwintig jaar nog steeds niets heeft geleerd. Zo is het maar net en we hadden eigenlijk ook niet anders verwacht.