'La Vita Va Così': het waargebeurde verhaal van een Sardijnse herder die zich niet laat verjagen van zijn boerderij (2025)
Gemakzuchtig drama waarin een herder van eenvoudige komaf de macht van het grote geld en ruw beton weerstaat.
Regie: Riccardo Milani | Scenario: Riccardo Milani en Michele Astori | Cast: Giuseppe Ignazio Loi (Efisio Mulas), Virginia Raffaele (Francesca Mulas), Diego Abatantuono (Giacomo), Aldo Baglio (Mariano), e.a. | Speelduur: 118 minuten | Jaar: 2025
Rond de millenniumwisseling was Sardijn Ovidio Marras wereldnieuws, toen hij een verbeten strijd tegen het beton voerde. De familie van de herder van eenvoudige komaf woonde al eeuwen op het Italiaanse eiland en is verknocht aan de boerderij. Maar Sardinië raakte steeds meer in de ban van het toerisme. Projectontwikkelaars zouden er maar wat graag een luxe resort neerzetten, maar stuitten op het onderkomen van Marras. De herder was echter niet van zijn plek te krijgen, hoeveel geld er ook werd geboden.
Marras overleed in het voorjaar van 2024 op drieënnegentigjarige leeftijd. Zijn verhaal verbeeldt de archetypische strijd tussen David en Goliath. In de gefictionaliseerde verfilming van Marras' levensverhaal heet de herder Efisio Mulas, maar de strijdlust is er niet minder om geworden. Elke ochtend drijft Efisio zijn tien runderen naar het zuidelijk gelegen strand Bellasalamanna. Ruim zevenhonderd kilometer noordelijker smeedt projectontwikkelaar Giacomo ambitieuze plannen om een groot resort uit de grond te stampen bij het strand. Die ene herder koopt hij wel af met een paar miljoen lire.
In de verfilming van het waargebeurde verhaal over de vraag of met geld werkelijk alles te koop is wil filmmaker Riccardo Milani de vele tegenstellingen tussen stad en platteland maar al te gretig vet aanzetten. De contrasten mogen overduidelijk zijn; in zijn scènekeuze en montage doet Milani er nog een flinke schep bovenop. Terwijl Efisio met zijn familie aan een bescheiden oudjaarsmaal zit, zien we Giacomo flink uitpakken met een decadent feest. En de paar rotjes die in Sardinië de lucht in gaan steken maar magertjes af tegen de tonnen aan vuurwerk die in Milaan het luchtruim verlichten.
Om Efisio over te halen wordt de hysterische onderaannemer Mariano van stal gehaald. Het is een hondstrouwe charmeur die gaandeweg steeds meer begrip krijgt voor Efisio's standvastigheid, ondanks het feit dat hij met de dag het aanbod om de herder uit te kopen verdubbelt. Met de komst van de euro worden de bedragen nog rianter, maar Efisio houdt voet bij stuk. De dorpelingen zien wel wat in de economische voorspoed en werkgelegenheid die het hotelproject brengt en lijken zich steeds meer in het kamp van het grote geld te scharen.
Al van meet af aan is duidelijk welke richting La Vita Va Così op zal bewegen. Een ander sterk thema is de verbeelding van de valse claims over duurzaamheid die Giacomo verkondigt, maar verrassende wendingen liggen niet in het verschiet. Efisio spreekt alleen een onverstaanbaar oud Sardijns dialect en moet door zijn dochter vertaald worden. Wanneer de bejaarde man contracten van tig pagina's moet doorploegen gaat dat op zijn elfendertigst. Maar, zo wordt onderstreept, dit betekent niet dat de grotendeels ongeschoolde knar dom is. Om dit mogelijke gevaar af te wenden grossiert Efisio in wijsheden.
De lokale bevolking is van mening dat zelfs een priester niet helpt; daar is een exorcist voor nodig. Efisio verdedigt zijn 'furriadroxu', zoals het type boerderij dat hij bewoont heet, met hand en tand. Ondertussen praten de locals en de geldwolven zich de blaren op de tong, wat zorgt voor amusante taferelen. Milani is niet vies van effectbejag en melodrama. Goedkoop en gemakzuchtig is het shot van Efisio's dochter, met op de voorgrond de laadbakken van drie graafmachines.
Zo gaat het leven, wordt in de overmatig sentimentele slotakte regelmatig gepreveld. Dit is dan ook de vertaling van dit dertien-in-een-dozijnverhaal over een gewetenloze industrieel die zichzelf tegenover eeuwenoude tradities en principes plaatst.
Rond de millenniumwisseling was Sardijn Ovidio Marras wereldnieuws, toen hij een verbeten strijd tegen het beton voerde. De familie van de herder van eenvoudige komaf woonde al eeuwen op het Italiaanse eiland en is verknocht aan de boerderij. Maar Sardinië raakte steeds meer in de ban van het toerisme. Projectontwikkelaars zouden er maar wat graag een luxe resort neerzetten, maar stuitten op het onderkomen van Marras. De herder was echter niet van zijn plek te krijgen, hoeveel geld er ook werd geboden.
Marras overleed in het voorjaar van 2024 op drieënnegentigjarige leeftijd. Zijn verhaal verbeeldt de archetypische strijd tussen David en Goliath. In de gefictionaliseerde verfilming van Marras' levensverhaal heet de herder Efisio Mulas, maar de strijdlust is er niet minder om geworden. Elke ochtend drijft Efisio zijn tien runderen naar het zuidelijk gelegen strand Bellasalamanna. Ruim zevenhonderd kilometer noordelijker smeedt projectontwikkelaar Giacomo ambitieuze plannen om een groot resort uit de grond te stampen bij het strand. Die ene herder koopt hij wel af met een paar miljoen lire.
In de verfilming van het waargebeurde verhaal over de vraag of met geld werkelijk alles te koop is wil filmmaker Riccardo Milani de vele tegenstellingen tussen stad en platteland maar al te gretig vet aanzetten. De contrasten mogen overduidelijk zijn; in zijn scènekeuze en montage doet Milani er nog een flinke schep bovenop. Terwijl Efisio met zijn familie aan een bescheiden oudjaarsmaal zit, zien we Giacomo flink uitpakken met een decadent feest. En de paar rotjes die in Sardinië de lucht in gaan steken maar magertjes af tegen de tonnen aan vuurwerk die in Milaan het luchtruim verlichten.
Om Efisio over te halen wordt de hysterische onderaannemer Mariano van stal gehaald. Het is een hondstrouwe charmeur die gaandeweg steeds meer begrip krijgt voor Efisio's standvastigheid, ondanks het feit dat hij met de dag het aanbod om de herder uit te kopen verdubbelt. Met de komst van de euro worden de bedragen nog rianter, maar Efisio houdt voet bij stuk. De dorpelingen zien wel wat in de economische voorspoed en werkgelegenheid die het hotelproject brengt en lijken zich steeds meer in het kamp van het grote geld te scharen.
Al van meet af aan is duidelijk welke richting La Vita Va Così op zal bewegen. Een ander sterk thema is de verbeelding van de valse claims over duurzaamheid die Giacomo verkondigt, maar verrassende wendingen liggen niet in het verschiet. Efisio spreekt alleen een onverstaanbaar oud Sardijns dialect en moet door zijn dochter vertaald worden. Wanneer de bejaarde man contracten van tig pagina's moet doorploegen gaat dat op zijn elfendertigst. Maar, zo wordt onderstreept, dit betekent niet dat de grotendeels ongeschoolde knar dom is. Om dit mogelijke gevaar af te wenden grossiert Efisio in wijsheden.
De lokale bevolking is van mening dat zelfs een priester niet helpt; daar is een exorcist voor nodig. Efisio verdedigt zijn 'furriadroxu', zoals het type boerderij dat hij bewoont heet, met hand en tand. Ondertussen praten de locals en de geldwolven zich de blaren op de tong, wat zorgt voor amusante taferelen. Milani is niet vies van effectbejag en melodrama. Goedkoop en gemakzuchtig is het shot van Efisio's dochter, met op de voorgrond de laadbakken van drie graafmachines.
Zo gaat het leven, wordt in de overmatig sentimentele slotakte regelmatig gepreveld. Dit is dan ook de vertaling van dit dertien-in-een-dozijnverhaal over een gewetenloze industrieel die zichzelf tegenover eeuwenoude tradities en principes plaatst.