'Masters of the Universe': kleurrijke pixelexplosie werkt het best wanneer hij ongegeneerd zichzelf durft te zijn (2026)
Vooral goed te genieten als vleesgeworden tekenfilm vol spierbonken in maffe kostuums die rare wezens in elkaar beuken.
Regie: Travis Knight | Scenario: Chris Butler, Adam Nee, Aaron Nee & Dave Callaham | Cast: Nicholas Galitzine (Adam / He-Man), Camila Mendes (Teela), Jared Leto (Skeletor), Idris Elba (Duncan), Alison Brie (Evil-Lyn), Morena Baccarin (The Sorceress), Kristen Wiig (Roboto), Jóhannes Haukur Jóhannesson (Fisto), Jon Xue Zhang (Ram Man) e.a. | Speelduur: 140 minuten | Jaar: 2026
Verwacht een uit de computer getrokken kleurenexplosie vol spierbonken met zwaarden en lasergeweren die met elkaar vechten om een Krachtzwaard. Masters of the Universe is na Bumblebee de tweede film waarin regisseur Travis Knight een speelgoedlijn met een beroemde tekenfilmserie nieuw leven inblaast. Dat het om een eerste deel gaat, maakt de opdracht een stuk ingewikkelder. Er moet immers meer publiek worden getrokken dan volwassen mannen die speelgoed verzamelen.
Adam leidt in alle openheid een dubbelleven. Hij is een wat uit de kluiten gewassen blonde specialist in personeelscommunicatie, maar tegelijkertijd ook een tienjarige in een volwassen lichaam. Hij vertelt iedereen die wil luisteren over een fantasiewereld, maakt tekeningen van helden en wezens en is op zoek naar een zwaard. Het ding is: hij is écht prins Adam van Eternia. Met behulp van zijn Krachtzwaard wil hij terugkeren naar zijn thuiswereld om de boosaardige Skeletor te verslaan.
Je kunt Masters of the Universe zien als een nieuwe versie van de geflopte Dolph Lundgren-film uit 1987. Je kunt hem ook beschouwen als de opvolger van Barbie, de eerste echt succesvolle verfilming van een beroemde speelgoedlijn uit de Mattel-fabriek. Maar meer dan aan die twee doet de toon denken aan de originele tekenfilm uit de jaren tachtig, waarin He-Man - het alter ego van Adam - de strijd aangaat met kwade krachten. Voor velen onlosmakelijk verbonden met de zaterdagochtenden uit hun jeugd.
Dit actie-avonturenspektakel werkt het beste in de tweede helft, wanneer het heerlijk ongegeneerd en oprecht zijn belachelijke zelf durft te zijn: overdadige spierbonken in maffe kostuums die misvormde monsters in elkaar beuken in een kleurrijke, mythische wereld. Maar de makers van Masters of the Universe lijken ook bang dat niet al het publiek dat gaat pikken. Zeker in het eerste uur ondergraaft de film zijn eigen premisse vaak met grapjes en uitleg.
Barbie had het voordeel dat de meeste fans weinig geven om bestaande folklore rondom het personage. Dat gaf de vrijheid om lekker meta te gaan en stevige keuzes te maken qua toon. Rondom He-Man zijn al allerlei verhalen verteld. Bestaande fans vinden het belangrijk daar trouw aan te blijven. Maar die wereld accuraat tot leven wekken, kost bakken met geld. En om dat rendabel te maken, moet weer een groot publiek komen opdagen. Weg vrijheid. Dus zitten we met een film die zich soms tegen zijn zin lijkt te excuseren voor zijn campgehalte.
Ondanks die lastige spagaat komen er genoeg zaken bovendrijven die werken. Voorop staat Skeletor. Zijn ontwerp komt rechtstreeks uit de tekenfilm, maar is nu lekker onsubtiel met de computer geanimeerd. Hij is bovendien een heerlijk schmierende schurk die van zichzelf weet dat hij kwaadaardig is. Jared Leto rolt zijn tong om de d's in het woord "daddy", zoals Tim Curry dat als duivelse schurk in Legend deed bij de t's in "pretty". Ook Alison Brie laat als zijn rechterhand Evil-Lyn zien dat ze precies weet in welke film ze zit.
Maar ook hoofdrolspeler Galitzine verdient een paar stevige pluimen, want hij klaart zijn ingewikkelde klus. Hij brengt niet alleen zijn innerlijke tienjarige overtuigend naar buiten, maar staat ook zijn mannetje in de potjes krachtpatserij tegen computerpixels. Het ene moment is hij gevoelig en onzeker, het andere een zichzelf verbazende geweldenaar. En ook het barbarenkostuum, bestaande uit borstplaat en lendendoek, weet hij te rocken.
Als Masters of the Universe ergens een les uit had kunnen trekken, dan is het wel uit James Gunns Superman-film van afgelopen jaar. De uitzinnig goedzakkerige superheld verklaart daarin met volle overtuiging dat aardig zijn dezer dagen punk is. Hij legt zijn ziel bloot en stelt zich open voor de hoon van anderen, zonder zichzelf voortdurend uit te leggen of zelfbewust vooruit te lopen op lollige reacties. Gewoon: bam, neem me maar zoals ik ben.
Verwacht een uit de computer getrokken kleurenexplosie vol spierbonken met zwaarden en lasergeweren die met elkaar vechten om een Krachtzwaard. Masters of the Universe is na Bumblebee de tweede film waarin regisseur Travis Knight een speelgoedlijn met een beroemde tekenfilmserie nieuw leven inblaast. Dat het om een eerste deel gaat, maakt de opdracht een stuk ingewikkelder. Er moet immers meer publiek worden getrokken dan volwassen mannen die speelgoed verzamelen.
Adam leidt in alle openheid een dubbelleven. Hij is een wat uit de kluiten gewassen blonde specialist in personeelscommunicatie, maar tegelijkertijd ook een tienjarige in een volwassen lichaam. Hij vertelt iedereen die wil luisteren over een fantasiewereld, maakt tekeningen van helden en wezens en is op zoek naar een zwaard. Het ding is: hij is écht prins Adam van Eternia. Met behulp van zijn Krachtzwaard wil hij terugkeren naar zijn thuiswereld om de boosaardige Skeletor te verslaan.
Je kunt Masters of the Universe zien als een nieuwe versie van de geflopte Dolph Lundgren-film uit 1987. Je kunt hem ook beschouwen als de opvolger van Barbie, de eerste echt succesvolle verfilming van een beroemde speelgoedlijn uit de Mattel-fabriek. Maar meer dan aan die twee doet de toon denken aan de originele tekenfilm uit de jaren tachtig, waarin He-Man - het alter ego van Adam - de strijd aangaat met kwade krachten. Voor velen onlosmakelijk verbonden met de zaterdagochtenden uit hun jeugd.
Dit actie-avonturenspektakel werkt het beste in de tweede helft, wanneer het heerlijk ongegeneerd en oprecht zijn belachelijke zelf durft te zijn: overdadige spierbonken in maffe kostuums die misvormde monsters in elkaar beuken in een kleurrijke, mythische wereld. Maar de makers van Masters of the Universe lijken ook bang dat niet al het publiek dat gaat pikken. Zeker in het eerste uur ondergraaft de film zijn eigen premisse vaak met grapjes en uitleg.
Barbie had het voordeel dat de meeste fans weinig geven om bestaande folklore rondom het personage. Dat gaf de vrijheid om lekker meta te gaan en stevige keuzes te maken qua toon. Rondom He-Man zijn al allerlei verhalen verteld. Bestaande fans vinden het belangrijk daar trouw aan te blijven. Maar die wereld accuraat tot leven wekken, kost bakken met geld. En om dat rendabel te maken, moet weer een groot publiek komen opdagen. Weg vrijheid. Dus zitten we met een film die zich soms tegen zijn zin lijkt te excuseren voor zijn campgehalte.
Ondanks die lastige spagaat komen er genoeg zaken bovendrijven die werken. Voorop staat Skeletor. Zijn ontwerp komt rechtstreeks uit de tekenfilm, maar is nu lekker onsubtiel met de computer geanimeerd. Hij is bovendien een heerlijk schmierende schurk die van zichzelf weet dat hij kwaadaardig is. Jared Leto rolt zijn tong om de d's in het woord "daddy", zoals Tim Curry dat als duivelse schurk in Legend deed bij de t's in "pretty". Ook Alison Brie laat als zijn rechterhand Evil-Lyn zien dat ze precies weet in welke film ze zit.
Maar ook hoofdrolspeler Galitzine verdient een paar stevige pluimen, want hij klaart zijn ingewikkelde klus. Hij brengt niet alleen zijn innerlijke tienjarige overtuigend naar buiten, maar staat ook zijn mannetje in de potjes krachtpatserij tegen computerpixels. Het ene moment is hij gevoelig en onzeker, het andere een zichzelf verbazende geweldenaar. En ook het barbarenkostuum, bestaande uit borstplaat en lendendoek, weet hij te rocken.
Als Masters of the Universe ergens een les uit had kunnen trekken, dan is het wel uit James Gunns Superman-film van afgelopen jaar. De uitzinnig goedzakkerige superheld verklaart daarin met volle overtuiging dat aardig zijn dezer dagen punk is. Hij legt zijn ziel bloot en stelt zich open voor de hoon van anderen, zonder zichzelf voortdurend uit te leggen of zelfbewust vooruit te lopen op lollige reacties. Gewoon: bam, neem me maar zoals ik ben.