Dalecarlians
Recensie

Dalecarlians (2004)

Als de Stockholmse Mia na lange tijd haar geboortestreek weer bezoekt en geconfronteerd wordt met haar ouders en beide zussen, levert dat een enerverende botsing op.

in Recensies
Leestijd: 3 min 1 sec
Regie: Maria Blom | Cast: Sofia Helin (Mia), Kajsa Ernst (Eivor), Ann Petrén (Gunilla), Lars G. Aronson (Ingvar) e.a. | Speelduur: 98 min.

In het hart van Zweden, op een paar uur rijden van Stockholm, ligt de plattelandsprovincie Dalarna, ook wel Dalecarlia. Geen grote afstand gerekend naar het aantal kilometers, maar ver genoeg om Mia (Sofia Helin) een onwennig gevoel te bezorgen als ze na lange tijd weer eens een bezoek brengt aan haar geboortedorp. Haar vader wordt zeventig en dat moet gevierd worden. Net als in het gelouterde Festen vormt juist die feestelijke aangelegenheid een decor waar familiezeer komt bovendrijven.

Dalecarlians is minder sarcastisch dan Festen, maar het gaat er soms even hard aan toe, ditmaal binnen één generatie. Mia heeft twee zussen, Einor en Gunilla, die al hun hele leven in Dalecarlia wonen, terwijl Mia in het buitenland heeft gestudeerd en daarna naar Stockholm is verhuisd. De contrasten zijn stereotiep: Mia is vrijgezel, leidt een individualistisch leven, maar staat open voor de buitenwereld. Haar zussen zijn getrouwd (of alweer gescheiden), hebben kinderen en kijken niet verder dan de provinciegrens. Zus Einor spant de kroon. Ze is koppig, bekrompen en wil voortdurend alles regelen. Halsstarrig probeert ze te voorkomen dat ze de regie verliest, maar ze wijst anderen slinks op hun verantwoordelijkheid. Einor's interesse in Mia is beperkt, maar in omgekeerde richting verwacht ze eindeloos veel begrip. Einor is de verpersoonlijking van de zelfingenomenheid van de Dalecarliaanse gemeenschap en hun misplaatste superioriteitsgevoel. Als Lars von Trier de streek had gekend, had hij Dogville wellicht wat dichter bij huis kunnen situeren.

De moeizame verstandhouding tussen Mia en haar familie uit zich al snel in wederzijds onbegrip, maar het moment waarop de personages elkaar eens echt de waarheid zeggen, laat nog een tijdje op zich wachten. Dat is onderdeel van het spel, want de emoties moeten geleidelijk oplopen. Het begint al goed als Mia een stuk land van haar ouders krijgt aangeboden, bedoeld om daar een (zomer)huisje op te bouwen. Einor vindt uiteraard dat ze meer recht heeft op dat land en ziet Mia als een verwende buitenstaander die het dorp de rug heeft toegekeerd. Daar zit wat in, want Mia toont zich nou niet bepaald erg dankbaar. De streek heeft geen bijzondere aantrekkingskracht op haar en ze voelt zich er niet meer thuis. Bovendien is het contact met haar ouders behoorlijk verwaterd. Ze zijn zichtbaar uit elkaar uitgegroeid.

Geheel volgens Scandinavische filmtraditie is Dalecarlians melancholisch van aard. In dat opzicht verdient de film geen originaliteitsprijs. Zelfmoord, drankmisbruik, moeizame relaties, onuitgesproken gevoelens, het zit er allemaal in. De film is minder aangrijpend dan prachtig vergelijkingsmateriaal zoals Jägarna, Kjærlighetens Kjøtere of Vildspor, maar ook minder zwaarmoedig. Humor en mededogen behoeden de film voor depressiviteit. Het is goed te merken dat regisseuse Blom uit de streek afkomstig is, want ze laat haarfijn zien waar de schoen wringt en veroordelen doet ze niet. Het lijkt alsof ze de taferelen hoofdschuddend gadeslaat en stiekem hoopt dat de personages elkaar wat meer liefde gaan betuigen. Toch blijft de humor wrang, waardoor het schamper lachen is om de dorpsbewoners en hun kleinburgerlijkheid. De opvallendste bijfiguur is Jan-Olof, een volwassen man die nog bij zijn moeder woont, trots is op zijn geel gevlamde sneeuwscooter en al sinds zijn zesde een oogje heeft op Mia. Hij is eigenlijk een beetje zielig, maar er ontstaan mooie scènes rondom zijn persoon. Ook de andere personages zijn verre van perfect en proberen net als echte mensen hun problemen zo goed mogelijk te verbergen. Dalecarlians mogen hun streek dan wel heilig vinden; pas als ze iets openhartiger zouden zijn, wordt het een paradijsje.