'The Mummy: A Lee Cronin Film': meer een geslaagd Exorcist-vervolg dan de reïncarnatie van een klassieker
Recensie

'The Mummy: A Lee Cronin Film': meer een geslaagd Exorcist-vervolg dan de reïncarnatie van een klassieker (2026)

De gemummificeerde Imhotep is nergens te bekennen; wel veel expliciete smerigheid.

in Recensies
Leestijd: 2 min 49 sec
Regie: Lee Cronin | Scenario: Lee Cronin | Cast: Jack Reynor (Charlie Cannon), Laia Costa (Larissa Cannon), May Calamawy (Dalia Zaki), Natalie Grace (Katie Cannon), Shylo Malina (Sebastián Cannon), e.a. | Speelduur: 133 minuten | Jaar: 2026

Bij de titel The Mummy denkt de gemiddelde filmkijker waarschijnlijk in de eerste plaats aan Stephen Sommers' vermakelijke avonturenfilm met Brendan Fraser uit 1999. Lee Cronin gaat met zijn 'reimagining' echter terug naar de horrorwortels van de franchise.

De eerste The Mummy van studio Universal is de horrorklassieker uit 1932 met Boris Karloff als de vervloekte Oud-Egyptische hogepriester Imhotep, die duizenden jaren na zijn mummificatie herrijst uit de dood en achter de reïncarnatie van zijn grote liefde aan gaat. In de jaren veertig produceerde de studio drie vervolgen, die een popcultuuricoon maakten van de mummie als ingezwachtelde zombie.

De remake uit 1999 legt meer de nadruk op avontuur dan op horror en veranderde daarmee de associatie die de titel oproept. Ook de versie uit 2017 met Tom Cruise is een avonturenfilm. Het floppen van die reboot zal Universal waarschijnlijk hebben doen besluiten voor de volgende incarnatie terug te keren naar het horrorgenre.

Om associaties met eerdere versies te vermijden, staat de naam van de regisseur in de titel: dit is niet The Mummy, maar Lee Cronin's The Mummy, of The Mummy: A Lee Cronin Film, zoals de film hier wordt uitgebracht. De horrorfan kent Cronin van The Hole in the Ground (2019) en Evil Dead Rise (2023).

Met laatstgenoemde heeft The Mummy meer gemeen dan met eerdere Mummy-films. Imhotep is in geen velden of wegen te bekennen, en ook zien we geen in verband gewikkelde wandelende dode. Wel zijn er giechelende bezetenen en veel expliciete smerigheid.

De Amerikaanse journalist Charlie Cannon woont met zijn gezin tijdelijk in Egypte voor zijn werk. Als zijn negenjarige dochter Katie spoorloos verdwijnt, staat de politie voor een raadsel. Acht jaar later wordt ze teruggevonden, opgesloten in een sarcofaag in katatonische staat, maar nog in leven. De hereniging met het gezin, inmiddels woonachtig in New Mexico, loopt uit op een nachtmerrie. Katie is veranderd. Dat ze bezeten is door een demon zal voor de horrorliefhebber niet als een verrassing komen.

Het feit dat de teruggevonden Katie in zwachtels is gewikkeld, is eigenlijk de enige rechtvaardiging van de titel The Mummy. De film lijkt eerder op een vervolg van The Exorcist. Er komt geen priester aan te pas, maar er is wel een uitdrijvingsritueel, en de demon reageert agressief op de gebeden van Katies katholieke oma. Natalie Grace treedt in de voetsporen van Linda Blair met een indrukwekkend intense rol.

Wat The Mummy vooral deelt met The Exorcist is het universele thema van de vervreemding tussen ouder en kind. Hoewel het gezinsdrama wat grof is geschetst, wordt duidelijk dat dáár de werkelijke bron van de horror zit, niet in de talloze gruwelijkheden waar Cronin ons met vrolijk sadisme op trakteert.

Cronin houdt van close-ups. Vooral bij de weerzinwekkende taferelen rond bloed, slijm en afgestroopte huid sorteert dat effect. Veel bioscoopbezoekers zullen de nu al beruchte nagelknipscène tussen de vingers door bekijken.

Echt eng wordt het voor de doorgewinterde horrorkijker niet; daarvoor leunt de film te veel op clichés, jumpscares en vervelend bombastische geluidseffecten. Bij vlagen is het alsof je kijkt naar een aflevering van de Conjuring-reeks (ook van coproducent James Wan). Maar gelukkig is The Mummy vooral de film die het zwakke, brave The Exorcist: Believer had kunnen zijn.