'Star Wars: The Mandalorian and Grogu': veilige nostalgietrip zonder eigen smoel (2026)
Jon Favreau kleurt netjes binnen de lijntjes, maar overwegend met grijs.
Regie: Jon Favreau | Scenario: Jon Favreau, Dave Filoni, Noah Kloor | Cast: Pedro Pascal (Mandalorian), Sigourney Weaver (Colonel Ward), Jeremy Allen White (Rotta the Hutt - stem), Steve Blum (Zeb Orrelios), Martin Scorsese (Ardennian fry cook - stem), e.a. | Speelduur: 132 minuten | Jaar: 2026
Het is algemeen bekend dat veel Star Wars-fans nogal strikt zijn in hun overtuigingen over wat Star Wars zou moeten zijn. Disney kiest dan ook bovenal voor veiligheid met de eerste Star Wars-bioscoopfilm van de jaren twintig.
Op Jon Favreau kun je commercieel vertrouwen. De regisseur trapte het Marvel Cinematic Universe af met Iron Man en leverde belangrijke bijdragen aan Disneys remakegolf met The Jungle Book en The Lion King. Voor Star Wars bedacht hij de serie The Mandalorian, duidelijk beïnvloed door de westerns en samoeraifilms die ook George Lucas inspireerden.
Het was een gewiekst uitgangspunt: een gemaskerde premiejager die doet denken aan de iconische Boba Fett, vergezeld door een wezentje dat lijkt op een piepjonge Yoda. Niet alleen speel de serie daarmee in op de allesoverheersende nostalgie van de fans, het is ook handig voor de merchandising: twee hoofdpersonen van wie je altijd poppetjes kunt blijven verkopen, zonder dat je je zorgen hoeft te maken over acteurs.
De serie werd, in elk geval in het eerste seizoen, een van de minst controversiële recente Star Wars-verhalen. De fans die op Reddit hun gal spuwden over de vervolgfilms konden eindelijk weer ouderwets genieten. Favreau kleurde als showrunner braaf binnen de lijntjes, en dat doet hij als regisseur van Star Wars: The Mandalorian and Grogu opnieuw.
Premiejager Din Djarin krijgt de opdracht Rotta the Hutt, de zoon van Jabba, op te sporen. Zijn oom en tante beloven informatie over een hoge pief in ruil voor zijn veilige terugkeer. Rotta is een heel andere Hutt dan zijn vader: een atletische figuur die in gladiatorengevechten de ene na de andere tegenstander met de grond gelijk maakt, maar ook een gevoelige kant blijkt te hebben. Djarin begint te twijfelen of hij er goed aan doet de jongen met zijn familie te herenigen.
The Mandalorian and Grogu biedt geen enkele verrassing. Het episodische scenario voert ons langs variaties op de bekende locaties: een ijslandschap, een moeras, een drukke stad, een ondergrondse kerker. De ontwikkeling van Din Djarin is dezelfde als in de serie: van koel en egocentrisch naar empathischer en heldhaftiger.
Een reeks clichés kan in handen van een geïnspireerd stilist best een onderhoudende film opleveren. Helaas is Favreau in zijn regiecarrière zelden te betrappen geweest op een interessante stijlkeuze of zelfs maar een sfeervol moment. The Mandalorian and Grogu is visueel net zo grauw en kil als zijn Lion King-remake. George Lucas creëerde een iconisch beeld met de dubbele zonsondergang op Tatooine; bij Favreau is de lucht voortdurend bewolkt.
Favreaus belangrijkste bijdrage aan de Star Wars-iconografie is natuurlijk Grogu, ook wel bekend als Baby Yoda. Het aandoenlijke wezentje is in de basis een fysieke pop, waarvan de mimiek digitaal is verfijnd. Zo'n combinatie is doorgaans realistischer dan een volledig geanimeerde creatie. Maar de voornaamste reden dat Favreau voor deze aanpak kiest, lijkt nostalgie: Grogu is een ouderwetse pop, zoals je ze in de eerste Star Wars-films zag. Zijn bewegingsmogelijkheden lijken bewust beperkt gehouden.
Toch is hij veel tastbaarder dan veel andere wezens, zoals de digitaal vormgegeven Zeb Orrelios. De rebel dankt zijn stem en gezichtsuitdrukking aan Steve Blum, maar lijkt geen moment in dezelfde ruimte aanwezig als de andere personages. Ook de CGI-explosies en -voertuigen in de actiescènes overtuigen niet. Alle set-pieces zijn dezelfde slaapverwekkende digitale eenheidsworst die we al jaren in het gros van de Marvel- en DC-producties zien.
Alleen de muziek van Ludwig Göransson, met meer percussie en elektronica dan de scores van John Williams, getuigt van eigenzinnigheid. Er zijn zeker slechtere Star Wars-films gemaakt dan The Mandalorian and Grogu (The Phantom Menace, Solo en The Rise of Skywalker), maar geen enkele had zo weinig persoonlijkheid.
Het is algemeen bekend dat veel Star Wars-fans nogal strikt zijn in hun overtuigingen over wat Star Wars zou moeten zijn. Disney kiest dan ook bovenal voor veiligheid met de eerste Star Wars-bioscoopfilm van de jaren twintig.
Op Jon Favreau kun je commercieel vertrouwen. De regisseur trapte het Marvel Cinematic Universe af met Iron Man en leverde belangrijke bijdragen aan Disneys remakegolf met The Jungle Book en The Lion King. Voor Star Wars bedacht hij de serie The Mandalorian, duidelijk beïnvloed door de westerns en samoeraifilms die ook George Lucas inspireerden.
Het was een gewiekst uitgangspunt: een gemaskerde premiejager die doet denken aan de iconische Boba Fett, vergezeld door een wezentje dat lijkt op een piepjonge Yoda. Niet alleen speel de serie daarmee in op de allesoverheersende nostalgie van de fans, het is ook handig voor de merchandising: twee hoofdpersonen van wie je altijd poppetjes kunt blijven verkopen, zonder dat je je zorgen hoeft te maken over acteurs.
De serie werd, in elk geval in het eerste seizoen, een van de minst controversiële recente Star Wars-verhalen. De fans die op Reddit hun gal spuwden over de vervolgfilms konden eindelijk weer ouderwets genieten. Favreau kleurde als showrunner braaf binnen de lijntjes, en dat doet hij als regisseur van Star Wars: The Mandalorian and Grogu opnieuw.
Premiejager Din Djarin krijgt de opdracht Rotta the Hutt, de zoon van Jabba, op te sporen. Zijn oom en tante beloven informatie over een hoge pief in ruil voor zijn veilige terugkeer. Rotta is een heel andere Hutt dan zijn vader: een atletische figuur die in gladiatorengevechten de ene na de andere tegenstander met de grond gelijk maakt, maar ook een gevoelige kant blijkt te hebben. Djarin begint te twijfelen of hij er goed aan doet de jongen met zijn familie te herenigen.
The Mandalorian and Grogu biedt geen enkele verrassing. Het episodische scenario voert ons langs variaties op de bekende locaties: een ijslandschap, een moeras, een drukke stad, een ondergrondse kerker. De ontwikkeling van Din Djarin is dezelfde als in de serie: van koel en egocentrisch naar empathischer en heldhaftiger.
Een reeks clichés kan in handen van een geïnspireerd stilist best een onderhoudende film opleveren. Helaas is Favreau in zijn regiecarrière zelden te betrappen geweest op een interessante stijlkeuze of zelfs maar een sfeervol moment. The Mandalorian and Grogu is visueel net zo grauw en kil als zijn Lion King-remake. George Lucas creëerde een iconisch beeld met de dubbele zonsondergang op Tatooine; bij Favreau is de lucht voortdurend bewolkt.
Favreaus belangrijkste bijdrage aan de Star Wars-iconografie is natuurlijk Grogu, ook wel bekend als Baby Yoda. Het aandoenlijke wezentje is in de basis een fysieke pop, waarvan de mimiek digitaal is verfijnd. Zo'n combinatie is doorgaans realistischer dan een volledig geanimeerde creatie. Maar de voornaamste reden dat Favreau voor deze aanpak kiest, lijkt nostalgie: Grogu is een ouderwetse pop, zoals je ze in de eerste Star Wars-films zag. Zijn bewegingsmogelijkheden lijken bewust beperkt gehouden.
Toch is hij veel tastbaarder dan veel andere wezens, zoals de digitaal vormgegeven Zeb Orrelios. De rebel dankt zijn stem en gezichtsuitdrukking aan Steve Blum, maar lijkt geen moment in dezelfde ruimte aanwezig als de andere personages. Ook de CGI-explosies en -voertuigen in de actiescènes overtuigen niet. Alle set-pieces zijn dezelfde slaapverwekkende digitale eenheidsworst die we al jaren in het gros van de Marvel- en DC-producties zien.
Alleen de muziek van Ludwig Göransson, met meer percussie en elektronica dan de scores van John Williams, getuigt van eigenzinnigheid. Er zijn zeker slechtere Star Wars-films gemaakt dan The Mandalorian and Grogu (The Phantom Menace, Solo en The Rise of Skywalker), maar geen enkele had zo weinig persoonlijkheid.