Mortal Kombat was in 2021 een bescheiden hit voor het geplaagde Warner Bros. Voor fans van de videogames, maar ook voor de niet-ingewijde kijker die wel van een potje met superkrachten ondersteunde martial arts gediend was, viel er genoeg te genieten aan deze verfilming van de legendarische gametitel. Een sequel was alvast in het script geschreven. Dat getuigt van vertrouwen.
En waarom ook niet? Mortal Kombat had de moves waar de games om bekendstaan, een breed arsenaal aan knappe en/of karakteristieke koppen in de cast, acceptabele CGI en genoeg blood and gore, scheldwoorden en foute grappen om een bepaald publiek te bedienen. Zij kunnen nu aan de tweede ronde beginnen.
In zijn afscheidsscène in de eerste film had de grote slechterik Shang Tsung zijn nobele tegenstanders gewaarschuwd: "Next time I see you, I will not bring fighters, I will bring armies." Nu, vier jaar later, blijft er van die belofte weinig over, want ook Mortal Kombat II blijft een man-tegen-man-aangelegenheid en dat is maar goed ook. Single combat graag! Deze franchise is gebaseerd op een game in het vechtgenre, dus we willen knokpartijen tussen herkenbare personages zien, geen veldslagen tussen generieke legers die tegenwoordig toch enkel uit enen en nullen bestaan.
Herkenbare personages krijgen we zeker. De selectie vechters barst uit zijn voegen, mede doordat een aantal op gruwelijke wijze omgebrachte figuren uit deel één doodleuk weer opstaat uit de dood. Ja, zo'n necromancer is best handig om achter de hand te hebben als je een duistere warlord bent. Ook voor de scriptschrijvers biedt het uitkomst.
Net als tijdreizen is het wel een wat gemakzuchtige en riskante ingreep: zonder dreiging van een écht fatale afloop staat er minder op het spel en verliezen de gevechten aan spanning. In dit geval knijpen we een oogje toe, want de herrezen vechtjassen behoren tot de grappigste en spectaculairste uit de vorige film. De ingewijde lezer weet dan wel wie.
Karl Urban en Adeline Rudolph zijn de belangrijkste nieuwe toevoegingen. Hun personages staan het meest op de voorgrond, maar het is daar wel dringen geblazen. Urbans Johnny Cage en Rudolphs Kitana hebben een voorspelbare, maar onderhoudende verhaallijn en zijn een stuk interessanter dan de nogal saaie Cole Young die in het eerste deel de centrale protagonist was. Vooral Johnny krikt met zijn - naar eigen zeggen - ongelooflijk knappe kop en humor het amusementsgehalte van deze sequel omhoog: "One ring to rule them all, one ring to go fuck yourself!"
Ja inderdaad, ook de popcultuurreferenties vliegen je weer om de oren, net als de afgehakte ledematen, opengespleten rompen en het knalrode CGI-bloed. Deze film, die op een (tegenwoordig bescheiden) budget van tachtig miljoen dollar is gedraaid, weet goed waar zijn kracht ligt en overspeelt zijn hand niet. Dit simpele popcornvermaak neemt de oudere liefhebber mee naar een andere tijd, toen met beperkte middelen gewoon een leuke actiefilm werd geproduceerd met een keur aan kleurrijke personages, geen al te ingewikkeld verhaal, veel lompe humor en lekkere karateposes.
Slaat dat nu nog aan? De verlopen Hollywoodacteur Johnny beweert in de film dat het publiek van tegenwoordig alleen maar geïnteresseerd is in 'gritty' en 'downward' en Keanu Reeves die duizend mannen met een potlood doodt, maar dat is wel erg pessimistisch gedacht. Ook het fonkelende Mortal Kombat II zou best eens een hitje voor Warner Bros kunnen worden. Er is alvast een voorschot genomen op een volgende sequel.