'Ghost Elephants': mythe of werkelijkheid in Werner Herzogs zoektocht naar spookolifanten?
Recensie

'Ghost Elephants': mythe of werkelijkheid in Werner Herzogs zoektocht naar spookolifanten? (2025)

Bioloog zoekt obsessief naar mysterieuze olifanten op de Angolese hoogvlakte, maar de expeditie voelt soms meer als een vakantie.

in Recensies
Leestijd: 2 min 36 sec
Regie: Werner Herzog | Scenario: Werner Herzog | Speelduur: 98 minuten | Jaar: 2025

Volgens de overlevering zwerven gigantische 'spookolifanten' rond op de Angolese hoogvlaktes. Conservatiebioloog Steve Boyes probeert al jaren een glimp van deze mysterieuze dieren op te vangen - een obsessie die naadloos past in het oeuvre van filmmaker Werner Herzog. Diens fictie- en documentairewerk draait vaak om buitenissige types met ongebruikelijke doelen. In Ghost Elephants volgt Herzog dus Boyes de rimboe in.

De expeditie naar Angola oogt soms meer als een vakantietrip. Herzog neemt bij elke stap naar de hoogvlakte de tijd om stil te staan bij de omgeving en de mensen die er leven. Zo vraagt Boyes Namibische meesterspoorzoekers om hulp bij zijn zoektocht, terwijl Herzog zich door hen laat onderwijzen in het maken van gifpijlen. In een van de dorpen slokt een oudere man die de hele dag bezig is met het repareren van een muziekinstrument, zijn aandacht op.

Herzog voorziet de observerende beelden van zijn droge, beschrijvende commentaar. Zijn karakteristieke Engels met zwaar Duits accent maakt het nóg droger. Hij verwondert zich over de gave van de meesterspoorzoekers om het landschap te lezen als een krant, of over hoeveel rustiger het leven in hun dorpen lijkt. Zijn commentaar en het lijzige tempo van de reis scheppen een gevoel van ruimte in Ghost Elephants; ruimte om te verpozen.

Hij waakt er echter voor om de bezochte plaatsen te romantiseren, niet alleen door daarvoor expliciet te waarschuwen. Zo laat een van de meesterspoorzoekers de gifwond zien die hij opliep toen hij een opstootje probeerde te sussen. Herzog toont zonder opsmuk gezichten vol groeven in indringende close-ups die in de verte doen denken aan die uit zijn klassieker Aguirre, over manie in de tropen. In Ghost Elephants maken de doorleefde personages echter een wat opgewektere indruk.

Toch sluit de documentaire af met weemoed, waarbij een laatste close-up een gevoel van onttovering oproept. Aan de ene kant staat de Angolese wildernis met haar mythes, aan de andere kant bezoekt Boyes onderzoekers om DNA-stalen af te geven. Zo wordt wetenschap tegenover mythe geplaatst. Herzog vraagt zich af of de droom om spookolifanten te ontmoeten niet mooier is dan ze daadwerkelijk vinden, een bespiegeling waarin Boyes meegaat.

Maar is dat werkelijk zo? De zoektocht wekt verwondering op over de samenhang tussen wetenschap en traditionele wijsheden. Herzogs registerende, droge stijl behandelt alle handelingen gelijkwaardig: van het doorwaden van rivieren met motorfietsen op draagstokken tot het peuteren van DNA uit olifantenmest. Het vinden van het mythische dier maakt daarin net zo goed indruk, waardoor het verdwijnen van de droom eerder overkomt als een kleine tol om te betalen. Zo oogt Boyes' droom meer als een uit de hand gelopen hobby dan als een allesoverheersende obsessie waarvoor hij veel moest opgeven.

Ghost Elephants brengt dankzij de ontspannen sfeer en Herzogs droge houding iedereen respectvol in beeld, van de koning wiens toestemming nodig is om de hoogvlakte te betreden tot de antropoloog die vertelt over de Angolese burgeroorlog. Tegelijkertijd stipt de documentaire de thema's die uit deze ontmoetingen voortkomen slechts vluchtig aan. Net als de spookolifant zelf, die slechts kort te zien is op een telefoonopname, ergens tussen de takken door.