'Passenger': jong stel pikt een demonische lifter op voor een bekende horrorroute (2026)
Paramount Studios introduceert een nieuw horroricoon dat in theorie makkelijk is uit te melken.
Regie: André Øvredal | Scenario: T.W. Burgess, Zachary Donohue | Cast: Lou Llobell (Maddie), Jacob Scipio (Tyler), Melissa Leo (Diana), e.a. | Speelduur: 94 minuten | Jaar: 2026
Paramount is de oudste filmstudio van Hollywood. In naam dan, want het eigendom is al vele malen van handen gewisseld. Het is de thuishaven van Jason Voorhees, de bovennatuurlijke seriemoordenaar met het iconische ijshockeymasker. Hij heeft de bankrekening van Paramount flink gespekt, dus vanzelfsprekend is de studio al jaren op zoek naar een nieuwe horrorheld met vergelijkbare potentie. Wellicht was dat precies wat Passenger groen licht opleverde.
Maar bijdragen aan een genre is niet hetzelfde als iets toevoegen. Daar gaat deze nieuwe titel aan ten onder, want de demonische lifter is weliswaar een nieuw gezicht, maar de film hangt aan elkaar van uitgekauwde horrorclichés. Hoogstens valt er wat te genieten voor een jong publiek dat het griezeloeuvre nog maar net begint te verkennen.
Maddie en Tyler besluiten hun stationaire leven in te ruilen voor een vrij bestaan in een camper. Ze zijn amper op weg of ze stuiten op een weggebruiker die eerst panisch hun aandacht probeert te trekken en even later tegen een boom rijdt. Ze stoppen om hem te helpen, maar juist daardoor klampt een onaardse entiteit zich aan hen vast. Vanaf dat moment worden hun ritten een stuk onveiliger.
De opening belooft weinig nieuws. Van 'goed gejat' is niet eens sprake, want nagelbijten wordt het nergens. Wel wordt de visuele stijl gezet: regisseur André Øvredal en cameraman Federico Verardi laten de camera graag driehonderdzestig graden draaien. Het levert hooguit milde spanning op.
Keer op keer is het weinig meer dan een opbouw naar een schrikeffect, uitgevoerd op een nauwelijks verrassende manier, waardoor het eerder stoort dan beangstigt. Het uiterlijk van de kwaadaardige figuur wordt redelijk vroeg prijsgegeven, en oogt als een slap aftreksel van engerds die we vijfentwintig jaar geleden met regelmaat tegenkwamen.
Maddie is het enige personage met enige bagage, maar zelfs die is aan de lichte kant. Als kind ging ze van pleeggezin naar pleeggezin, waardoor ze nu snakt naar vastigheid - al rijmt dat niet helemaal met haar keuze voor een nomadenbestaan in een camper. Lou Llobell en Jacob Scipio zijn geen onaardige acteurs, maar slagen er niet in om deze film te dragen. Er is één noemenswaardige bijrol, maar zelfs Oscarwinnaar Melissa Leo kan niet verhullen hoe de film een overbekend pad bewandelt.
De dunne, onderliggende boodschap biedt een oplossing waar niet iedereen achter zal staan: chaos en ellende zijn in deze wereld niet te ontlopen, maar misschien biedt geloof veiligheid. Zelfs de achtergrondmuziek onderstreept dat op lachwekkende wijze: zodra iemand Maddie een flyer voor een kerkdienst overhandigt, slaat de soundtrack om van instrumentale muziek naar kerkkoor. Iemand langs de weg hulp bieden wordt dan weer afgeraden, wat niet zo christelijk is.
Het slot is niet vernieuwend of verrassend, maar voelt wel als een echte climax. De lengte is precies goed en draait niet hysterisch door. Dat wist niet uit dat Passenger biedt wat honderden horrorfilms al eerder boden. De film werkt waarschijnlijk beter als voorstelling waarbij het publiek hardop mag reageren. Genieten is hooguit mogelijk wanneer je live kunt opmerken dat het gewoon dom is om onder een camper te kruipen die op een wankele krik staat.
Paramount is de oudste filmstudio van Hollywood. In naam dan, want het eigendom is al vele malen van handen gewisseld. Het is de thuishaven van Jason Voorhees, de bovennatuurlijke seriemoordenaar met het iconische ijshockeymasker. Hij heeft de bankrekening van Paramount flink gespekt, dus vanzelfsprekend is de studio al jaren op zoek naar een nieuwe horrorheld met vergelijkbare potentie. Wellicht was dat precies wat Passenger groen licht opleverde.
Maar bijdragen aan een genre is niet hetzelfde als iets toevoegen. Daar gaat deze nieuwe titel aan ten onder, want de demonische lifter is weliswaar een nieuw gezicht, maar de film hangt aan elkaar van uitgekauwde horrorclichés. Hoogstens valt er wat te genieten voor een jong publiek dat het griezeloeuvre nog maar net begint te verkennen.
Maddie en Tyler besluiten hun stationaire leven in te ruilen voor een vrij bestaan in een camper. Ze zijn amper op weg of ze stuiten op een weggebruiker die eerst panisch hun aandacht probeert te trekken en even later tegen een boom rijdt. Ze stoppen om hem te helpen, maar juist daardoor klampt een onaardse entiteit zich aan hen vast. Vanaf dat moment worden hun ritten een stuk onveiliger.
De opening belooft weinig nieuws. Van 'goed gejat' is niet eens sprake, want nagelbijten wordt het nergens. Wel wordt de visuele stijl gezet: regisseur André Øvredal en cameraman Federico Verardi laten de camera graag driehonderdzestig graden draaien. Het levert hooguit milde spanning op.
Keer op keer is het weinig meer dan een opbouw naar een schrikeffect, uitgevoerd op een nauwelijks verrassende manier, waardoor het eerder stoort dan beangstigt. Het uiterlijk van de kwaadaardige figuur wordt redelijk vroeg prijsgegeven, en oogt als een slap aftreksel van engerds die we vijfentwintig jaar geleden met regelmaat tegenkwamen.
Maddie is het enige personage met enige bagage, maar zelfs die is aan de lichte kant. Als kind ging ze van pleeggezin naar pleeggezin, waardoor ze nu snakt naar vastigheid - al rijmt dat niet helemaal met haar keuze voor een nomadenbestaan in een camper. Lou Llobell en Jacob Scipio zijn geen onaardige acteurs, maar slagen er niet in om deze film te dragen. Er is één noemenswaardige bijrol, maar zelfs Oscarwinnaar Melissa Leo kan niet verhullen hoe de film een overbekend pad bewandelt.
De dunne, onderliggende boodschap biedt een oplossing waar niet iedereen achter zal staan: chaos en ellende zijn in deze wereld niet te ontlopen, maar misschien biedt geloof veiligheid. Zelfs de achtergrondmuziek onderstreept dat op lachwekkende wijze: zodra iemand Maddie een flyer voor een kerkdienst overhandigt, slaat de soundtrack om van instrumentale muziek naar kerkkoor. Iemand langs de weg hulp bieden wordt dan weer afgeraden, wat niet zo christelijk is.
Het slot is niet vernieuwend of verrassend, maar voelt wel als een echte climax. De lengte is precies goed en draait niet hysterisch door. Dat wist niet uit dat Passenger biedt wat honderden horrorfilms al eerder boden. De film werkt waarschijnlijk beter als voorstelling waarbij het publiek hardop mag reageren. Genieten is hooguit mogelijk wanneer je live kunt opmerken dat het gewoon dom is om onder een camper te kruipen die op een wankele krik staat.