Eind 2024 waren wereldwijd meer dan honderdtwintig miljoen mensen op de vlucht. De verwachting is dat dit aantal alleen maar zal groeien door toenemende economische ongelijkheid, diverse brandhaarden, oorlogen en klimaatverandering. Het zijn overweldigende statistieken, waarbij de mens erachter nog wel eens wordt vergeten. Met name Europese landen worstelen met de opvang van vluchtelingen en het terugdringen van de aantallen, maar achter elke vluchteling gaat een verhaal schuil.
I Was a Stranger is een uitwerking van de korte film Refugee, die activist Brandt Andersen in 2020 maakte. Centraal stond een Syrische arts die met haar dochter naar Europa vlucht. Diezelfde arts, vertolkt door dezelfde actrice, keert terug in Andersens speelfilmdebuut. Samen met vier andere verhaallijnen schetst de regisseur de complexe thematiek van de vluchtelingenproblematiek rond de Syrische burgeroorlog. Uiteindelijk komen de verhaallijnen samen op een gammel bootje richting het Griekse eiland Lesbos.
Dat de verschrikkingen van oorlog en armoede niet eenduidig zijn, wordt duidelijk in de verschillende perspectieven die Andersen op indringende wijze presenteert. Dialoog is hierbij van ondergeschikt belang. Naast de arts maken we onder meer kennis met een militair van het Syrische leger die gewetenswroeging krijgt. Is hij in staat om zijn gevoel opzij te zetten en enkel orders op te volgen? We zien daarnaast een familieman die met zijn gezin een beter bestaan probeert te vinden.
I Was a Stranger maakt zijn titel waar en geeft vluchtelingen een gezicht, een leven en een eigen werkelijkheid. Ze zijn geen vreemdelingen meer. Tegelijkertijd laat de film ook de andere kant zien, in de vorm van mensensmokkelaar Marwan, vertolkt door publiekslieveling Omar Sy, die de bootvluchtelingen louter als handelswaar ziet. De prijslijst: een volwassene kost tweeduizend dollar, een kind vijftienhonderd. Op een klein rubberbootje gepropt luidt het advies om het vaartuig lek te steken; dan komt de Griekse kustwacht je wel redden. En hoe moet een Griekse kapitein zijn werk nog doen met het vooruitzicht van zulke schrijnende taferelen op de Middellandse Zee?
De film toont niet alleen wie moet vluchten, maar ook wie profiteert of moet ingrijpen, en legt zo de morele spanning achter deze migratiestromen bloot. Andersen laat de indringende beelden voor zichzelf spreken en velt geen expliciet oordeel. Met sobere, soms wat triviale dialogen schetst hij krachtige verhalen over het doorzettingsvermogen en de veerkracht van de mens. Zijn personages ondergaan mensonterende ontberingen, maar worden nooit gereduceerd tot zielige slachtoffers. Soms vervalt Andersen in overdreven sentimentaliteit door de strijkers nadrukkelijk in mineur te laten aanzwellen.
Het zijn slechts kleine smetten op een emotioneel vijfluik, waarvan de verhaallijnen elkaar plichtsgetrouw opvolgen om uiteindelijk prachtig samen te vloeien. Er schuilt een wrange maar hoopgevende tegenstrijdigheid in het feit dat de mens zowel elkaars vijand als verlosser kan zijn. Het doet bovendien het besef indalen dat wanneer er weer een nieuwsbericht over Lampedusa of Lesbos voorbijkomt, er altijd een groter menselijk verhaal achter die anonieme aantallen schuilgaat.