Beau is Afraid
Recensie

Beau is Afraid (2023)

Vermoeiende reis door de binnenwereld van een beschadigde man.

in Recensies
Leestijd: 2 min 20 sec
Regie: Ari Aster | Scenario: Ari Aster | Cast: Joaquin Phoenix (Beau Wasserman), Patty LuPone (Mona Wassermann), Amy Ryan (Grace), Nathan Lane (Roger), Parker Posey (Elaine), e.a. | Speelduur: 180 minuten | Jaar: 2023

In 2018 raakte niemand uitgepraat over hoe eigenzinnig en fenomenaal Hereditary was, de horrorfilm van de op dat moment totaal onbekende Ari Aster. Nog geen jaar later draaide de volgende film van het wonderkind in de bioscopen, het hallucinante griezelsprookje Midsommar. Een stuk eigenzinniger dan de voorganger; vooral critici liepen ermee weg. Na vier jaar is Aster terug met Beau is Afraid, een koortsig opus van drie uur dat het publiek nog sterker zal verdelen.

Beau (Joaquin Phoenix in knuffelbare modus) is een getormenteerde man, zoveel is gauw duidelijk. Onderweg van de psychiater naar huis wordt meesterlijk verbeeld hoe hij de buitenwereld beleeft. Op iedere straathoek een doorgeslagen maniak die het op hem gemunt heeft, overal is geweld en moreel verval. Elke stap die hij buiten zijn morsige flatje zet, is een gigantische opgave.

Als Beaus moeder overlijdt en hij genoodzaakt is een lange reis te maken voor haar begrafenis, begint een paranoïde queeste die z'n weerga niet kent. Hoe verder Beau van huis is, hoe dieper we ook afdalen in zijn chaotische binnenwereld. Aanvankelijk is het allemaal bij te benen en leren we via koortsdromen en flashbacks wat hem zo heeft beschadigd: een traumatische eerste liefde en een Freudiaans moedercomplex van heb ik jou daar.

Gaandeweg gaan fysieke ervaringen in het nu, herinneringen aan vroeger en doldwaze zinsbegoochelingen meer en meer door elkaar lopen, waardoor Beau is Afraid steeds verder ontspoort. Dat levert scènes op die zowel grappig als aangrijpend zijn, visueel aantrekkelijk en in toenemende mate psychedelisch, totdat het ronduit grotesk wordt. Na een uur of twee heb je het idee dat Aster willekeurige ideeën aan elkaar rijgt en begin je te snakken naar het einde.

Het ijzer smeden als het heet is, moet Aster gedacht hebben. Na twee bewierookte films kreeg hij van het toonaangevende productiehuis A24 ongetwijfeld carte blanche om zijn wildste dromen naar het grote doek te vertalen. Een speelduur van drie uur? Geen probleem, grootse regisseurs kunnen zich dat permitteren. En als het grote publiek er niks mee kan, bewijst dat niet juist de ondoorgrondelijke genialiteit van de film? Een kans als deze krijgt een filmmaker maar zelden.

Beau is Afraid, door Aster zelfs beschreven als "een Joodse Lord of the Rings", is een megalomaan project geworden dat door velen gehaat en door sommigen op handen gedragen zal worden. In die zin heeft de film wel wat weg van Darren Aronofsky's Mother, ook zo'n wervelende koortsdroom die het publiek tot op het bot verdeelde. Net als die film getuigt Beau is Afraid van durf, een rijkdom aan ideeën en artistieke autonomie. Of dat een kijkbare film oplevert, is een tweede.