Familiehorror is een zeldzaam genre. Daarom is het extra prettig als er eens een geslaagd voorbeeld te zien is: een film die voor kinderen oprecht eng kan zijn en voor volwassenen vooral ontzettend vermakelijk.
De achtjarige Aurora is bang voor het monster onder haar bed. Het zijn maar stofpluisjes, zeggen haar ouders: 'dust bunnies'. Dat is nu juist het probleem. Aurora's monster lijkt aanvankelijk een uit hoopjes stof samengesteld konijntje, maar naarmate het groeit kan het iedereen verslinden die zich op de vloer bevindt. Alleen in bed ben je veilig.
Op een nacht verlaat Aurora stiekem het appartementencomplex om haar mysterieuze buurman te bespioneren. Ze ziet hem een draak verslaan. Wij zien dat hij in Chinatown een aantal criminelen in traditioneel drakenkostuum met de grond gelijk maakt, maar in Aurora's ogen is de man van 5B (hij krijgt geen naam) een echte monsterdoder.
Wanneer haar ouders verdwijnen, wil ze zijn hulp inschakelen. De buurman gelooft niet in monsters, althans, niet in het soort waar Aurora in gelooft. Wel in menselijke monsters: hij is een huurmoordenaar en vermoedt dat Aurora's ouders zijn gedood door concullega's die het op hem gemunt hadden. Uit schuldgevoel neemt hij haar onder zijn vleugels, tot frustratie van zijn opdrachtgever, die vervolgens enkele andere werknemers op haar afstuurt om haar uit de weg te ruimen.
Debuterend regisseur Bryan Fuller is vooral bekend als bedenker en showrunner van de televisieseries Pushing Daisies en Hannibal. In laatstgenoemde serie vertolkte Mads de titelrol, en ook in Dust Bunny geeft hij met koele kalmte gestalte aan een moordenaar. De voornaamste overeenkomst met Fullers televisiewerk is echter visueel van aard.
Fullers series staan bekend om hun uitgekiende esthetiek. Zijn fans zullen blij zijn dat Dust Bunny vol zit met strakke composities in rijk gedetailleerde, pastelkleurige decors. Vooral het art-deco-appartementencomplex vormt een schitterende setting. Tegelijk missen veel shots wel wat diepte door een gebrek aan zwart: deze decors schreeuwen om donkere schaduwen. Ook de wat chaotische vechtscènes leggen Fullers beperkingen als regisseur bloot.
Als visueel verteller maakt hij echter indruk. Het merendeel van Dust Bunny is probleemloos te volgen zonder geluid. Aurora's kinderlogica is direct begrijpelijk. Met een eenvoudige plotbenadering, prachtige decors en verfijnde cinematografie creëert Fuller een overtuigende sprookjeswereld waarin personages van Wes Anderson, Pierre Jeunet en Jacques Demy zich even thuis zouden voelen als die van Guillermo del Toro.
Dust Bunny deelt met veel recente griezelfilms (met The Babadook als meest prominente voorbeeld) het idee dat het monster voortkomt uit de angsten, verlangens of onderdrukte emoties van de hoofdpersoon. Ook het vorig jaar verschenen Sketch maakte dat thema toegankelijk voor kinderen. Dust Bunny mikt op een wat ouder publiek, wat blijkt uit het intensere (en vaak dodelijke) geweld.
De uiteindelijke vorm van het monster onderstreept waarom Bryan Fuller zijn film niet voor niets aankondigde als 'family horror': het beest (deels computeranimatie, deels fysieke pop) is vervaarlijk, maar ook aandoenlijk, en behoort tot de leukste monsters uit de recente filmgeschiedenis.
Fuller zal dan ook niet blij zijn met de R-rating die zijn film in de Verenigde Staten kreeg. In Nederland en België mogen we ons gelukkig prijzen met de Kijkwijzer, die hem inschaalt op twaalf jaar. Dat mag je gerust als negen interpreteren. Dit is een film uit de categorie Gremlins: zo'n zeldzame familiefilm waarmee keuringsdiensten geen raad weten.
Maar ook zonder kinderen is Dust Bunny bijzonder genietbaar. Een familievriendelijke variant op The Babadook in de wereld van John Wick? Dat deze film in het huidige tijdperk überhaupt gemaakt wordt, is al wonderlijk genoeg en maakt de paar schoonheidsfoutjes in de uitwerking meer dan vergeeflijk.