Arrival
Recensie

Arrival (2016)

Een taalprobleem van interplanetaire proporties.

in Recensies
Leestijd: 4 min 3 sec
Regie: Denis Villeneuve | Cast: Amy Adams (Louise Banks), Jeremy Renner (Ian Donnelly), Forest Whitaker (Weber), Michael Stuhlbarg (Halpern), e.a. | Speelduur: 116 minuten | Jaar: 2016

Toen de Canadese cineast Denis Villeneuve tekende voor de regie van het langverwachte vervolg op de sciencefictionklassieker Blade Runner bracht dat nieuws toch een frons op het voorhoofd van vele genrefans teweeg. Villeneuve heeft weliswaar een aantal bijzonder geslaagde, grimmige thrillers op zijn naam staan, maar had nog geen ervaring met scifi. Het is nu aan Arrival om die aarzeling bij de genreliefhebbers weg te nemen. De film zal weinig moeite hebben daarin te slagen, want hij toont aan dat Villeneuve zeer goed in staat is een intelligent en enerverend staaltje wetenschapsfictie af te leveren. Arrival mag zonder schroom bijgezet worden in het rijtje beste sciencefictionfilms van de laatste tien jaar.

De 'aankomst' in kwestie behelst een twaalftal intimiderend grote ruimteschepen die zich volkomen onverwachts aandienen op schijnbaar lukrake locaties verspreid over de hele aardbol. De paniek is groots, want het buitenaardse bezoek plaatst de positie van de mens in het universum in een nieuw daglicht. Het is Villeneuve echter niet te doen om de Grote Vragen, hij zoekt antwoorden op kleinere schaal. Te beginnen met simpele vragen als 'wie zijn jullie?' en 'wat willen jullie hier?'. Het is aan linguïste Louise Banks om samen met een schietgraag militair apparaat en wantrouwende overheidsagenten, antwoorden uit de aliens te krijgen. Dat is een zware opgave, want de bezoekers hebben fysiek noch taalkundig iets met de mens gemeen. Bovendien kampt Louise met haar eigen sores, geplaagd door rouw over haar verloren dochter.

De kwestie omtrent communicatie met buitenaardse wezens is natuurlijk niet nieuw voor het genre, getuige titels als Close Encounters of the Third Kind en Contact. Arrival tilt het communicatiethema echter naar een hoger niveau door het volledig centraal te zetten. Villeneuve geeft een boeiend lesje taalkunde door diep in te gaan op de vraag wat communicatie nu precies inhoudt. Als de aliens een vraag gesteld wordt, zijn ze dan bijvoorbeeld überhaupt wel bekend met het concept 'vraag'? Louise moet bij de absolute basis beginnen om de bezoekers de grondbeginselen van de menselijke taal te onderwijzen, terwijl het haar in respons niet makkelijk gemaakt wordt met het buitenaardse schrift, dat bestaat uit in de lucht getekende cirkelvormige pictogrammen die even snel verschijnen als verdwijnen. Slechts een langzaam proces tot wederzijds begrip overbrugt beide partijen, maar uiteraard kan de gemiddelde mens, laat staan het leger, niet het benodigde geduld opbrengen in het aangezicht van het volslagen onbekende. Zoals meestal geldt in het genre is de angstige mensheid haar eigen ergste vijand.

Villeneuve weeft zo stof tot nadenken moeiteloos samen met de spanning van een tikkende klok. Wie vreest dat de ellenlange beslommeringen over communicatie leiden tot een saaie kijkervaring heeft het mis, want Louises race tegen de tijd, haar strijd tegen de vooroordelen van haar soortgenoten, doet nauwelijks onder voor Villeneuves vorige thrillers. Amy Adams draagt daar effectief haar steentje aan bij in de rol van Louise. Ze houdt uitstekend het midden tussen introvert en openstaand, tussen getekend door verlies en gedreven door hoop. Haar tegenspeler Jeremy Renner komt minder overtuigend uit de verf als natuurkundige, een rol die hem niet zo ligt als de actieheld die we van hem gewend zijn. Desondanks heeft het duo toch voldoende chemie om ons bij de taalles te houden. Gelukkig maar, want taal is hier alles voor Villeneuve, met vergaande gevolgen voor het verloop van de film. Taal is niet slechts communicatie tussen partijen, zo stelt Arrival. Ze is bovenal een uitwisseling van ideeën en verruiming van de geest om tot nieuw inzicht te komen. Dat kan de mensheid goed gebruiken, maar naast de wetenschappers staan weinig mensen in de film ervoor open. Miscommunicatie leidt tot misverstanden, en misverstanden lopen snel uit in gewapend conflict als diverse landen geweld tegen de bezoekers verkiezen boven verdere tijdrovende pogingen tot dialoog.

Want voor taalbegrip is tijd nodig, stelt de filosofie van Arrival. Die samenhang tussen het linguïstische en het temporele vormt de meest originele invalshoek van de film, die borg staat voor een immense plottwist die ongetwijfeld niet iedereen zal bekoren, maar door Villeneuve met voldoende overredingskracht wordt gebracht om ermee weg te komen. Een vergelijking met Interstellar, dat zich eveneens kenmerkte door het beschrijven van een vergelijkbare cirkel tussen het grootse universum en een kleinschalig mensenleven, dringt zich op, maar Arrival wordt niet getekend door overdreven bombast. Spektakel is hier sowieso opzettelijk ondervertegenwoordigd, want voor Villeneuve is sciencefiction nog steeds hoofdzakelijk het overbrengen van intelligente concepten die tot nadenken uitnodigen. Daarbij komt hij bovendien opmerkelijk hoopvoller uit de hoek dan in zijn vorige werk, ondanks een wat zoetsappige, te uitleggerige ontknoping. De meest optimistisch boodschap komt nog het duidelijkst over: hij weet van wanten in het sciencefictiongenre, dus dat vervolg op Blade Runner is heus in goede handen.