Kleinkinderen van de Oost
Recensie

Kleinkinderen van de Oost (2023)

Een persoonlijke, zeer betrokken kijk op het gewicht van een koloniale erfenis.

in Recensies
Leestijd: 3 min 21 sec
Regie: Daan van Citters en Joenoes Polnaija | Scenario: Renko Douze | Cast: Daan van Citters, Joenoes Polnaija, e.a. | Speelduur: 74 minuten | Jaar: 2023

Hoeveel inlevingsvermogen heb je nodig om de geschiedenis van een vroegere generatie te begrijpen? In Kleinkinderen van de Oost stellen Daan van Citters en Joenoes Polnaija, beiden te zien in het veelbesproken oorlogsdrama De Oost van Jim Taihuttu, beladen vragen over de militaire diensttijd van hun grootvaders. De diepe betrokkenheid van het tweetal zorgt voor een eerlijke, urgente documentaire, maar maakt het ook moeilijker om door een breder kader naar hun verhaal te kijken.

Zonder De Oost was het gesprek over de Kleinkinderen van de Oost nooit op gang gekomen. Op de set van de oorlogsfilm kwamen van Citters en Polnaija als soldaten aan Nederlandse zijde "letterlijk in hun grootvaders oorlog terecht", vertellen ze in de documentaire die dáár begon. Op betekenisvolle plekken in het voormalige 'Nederlands-Indië' (een benaming die zich niet laat loskoppelen van het koloniale verleden) bespreken de filmmaker en de acteur de militaire diensttijd van hun voorouders, en verwerken ze de conflicterende gevoelens die deze persoonlijke geschiedenis bij hen oproept.

Een gedeelde geschiedenis, een gedeelde wens om beter te begrijpen; op het eerste oog hebben Van Citters en Polnaija vooral veel gemeen. Toch is er een belangrijk nuanceverschil dat op een aantal momenten in de documentaire duidelijk naar voren komt: waar Van Citters' opa vanuit Nederland naar de archipel reisde, werden de twee Molukse grootvaders van Polnaija geronseld in de eilandomgeving waar ze opgroeiden. Na de zogenoemde Indonesische onafhankelijkheidsoorlog kon Van Citters' opa vrij terugkeren naar Nederland, terwijl veel Molukkers onderdeel werden van een onvrijwillige 'demobilisatie' ("gijzeling, noemen wij dat") en als minderheid werden 'opgenomen' in de Nederlandse samenleving.

De sterke, oprechte band tussen de twee hoofdpersonen zorgt ervoor dat dit onderscheid in onderlinge gesprekken geen moment tot onoplosbare spanningen leidt. Polnaija bevraagt Van Citters wel: hoe komt het dat hij over veel dingen open kan spreken, maar lijkt te verkrampen als het over koloniale geschiedenis gaat? De filmmaker geeft toe dat hij zich schaamt, en komt daarmee direct tot de kern van de documentaire: als het gaat om daders en slachtoffers, is de actuele en beladen vraag uiteindelijk of de generatie van nu verantwoordelijk kan worden gesteld voor het handelen van voorouders.

Het is begrijpelijk dat de hoofdpersonen vanuit hun eigen ervaringen en emoties spreken, maar de film mist hierdoor wel een breder historisch en sociaalmaatschappelijk kader waardoor we hun verhaal in perspectief kunnen plaatsen. De Oost is een intense, straf geacteerde oorlogsfilm, maar in Nederland was er (met name, maar niet alleen) vanuit de veteranenhoek kritiek op de representatie van de elitetroep die oorlogsmisdaden begaat.

Als je die spanning over de weergave van het verleden meeweegt, is het niet alleen jammer, maar ook onzorgvuldig dat Van Citters en Polnaija hun ervaringen in De Oost geen verdere context meegeven. Zoals zij het nu brengen, lijkt het alsof ze de film daadwerkelijk als primaire bron beschouwen, terwijl ze toch op de hoogte zullen zijn van de complexe discussies over representatie en werkelijkheid.

Extra historische toelichtingen en aanvullende gesprekken met mensen op de archipel hadden Kleinkinderen van de Oost net dat beetje context kunnen geven dat de film ook als politiek document doet overtuigen. Hoeveel extra relevantie dat een documentaire nog kan geven, bewees het vorig jaar in Nederland uitgebrachte Beste Meneer Bouterse (over de Decembermoorden), waarin eveneens de beleving en herinnering van volgende generaties centraal staat.

Ananta Khemradj bewees met die film dat het mogelijk is om verschillende 'partijen' aan het woord te laten en tegelijk plaats in te ruimen voor een persoonlijk verwerkingsproces. Een zeldzaam groepsgesprek in Kleinkinderen van de Oost doet vermoeden dat het spreken van betrokkenen en nazaten op de archipel deels ook gewoon tijd nodig heeft: als de onderdrukking van de Molukkers ter sprake komt, kijkt de camera toch weer weg, omdat het voor deze jonge mannen niet volledig veilig is om zich uit te spreken. Het is te hopen dat er in de nabije toekomst steeds minder hoeft te worden gezwegen.