Babi pangang: het populairste 'Chinese' gerecht in Nederland dat men in China niet kent. De Chinees-Nederlandse Julie Ng onderzoekt in haar fascinerende en ontroerende documentaire Meer Dan Babi Pangang de geschiedenis van het gerecht. En passant snijdt ze een flinke portie onderwerpen aan, van culturele identiteit en racisme tot de opkomst en ondergang van Chinees-Indonesische restaurants.
Julie Ng weet zelfs niet eens hoe babi pangang smaakt. Haar vader, vanaf zijn immigratie uit Hongkong naar Nederland restauranthouder, eet het ook nooit. Het is voor de Nederlandse klant. Ng groeide op in het Chinees-Indonesische restaurant van haar vader en werd al op jonge leeftijd geconfronteerd met racisme dat werd afgedaan als humor. Ze schaamde zich daardoor voor haar Chinese afkomst. Thuis kookt ze bijvoorbeeld vooral Nederlandse gerechten. Oftewel: ze 'verkaasde'.
Babi pangang was voor haar een scheldwoord. Toch wilde ze meer weten over de geschiedenis van dat gerecht. Die blijkt nauw vervlochten met de geschiedenis van Chinese immigratie en vestiging in Nederland. Haar onderzoek naar babi pangang is tegelijk een zoektocht naar haar eigen culturele identiteit. Meer Dan Babi Pangang documenteert die reis, die uiteindelijk leidt tot de gelijknamige stichting. Deze probeert babi pangang en het Chinees-Indonesische restaurant te laten registreren als immaterieel cultureel erfgoed van Nederland.
Chinezen vormen vanaf 1911 de eerste niet-westerse bevolkingsgroep die zich in Nederland vestigt, vooral in Rotterdam. Tegenwoordig wordt hun lange aanwezigheid vaak aangehaald als voorbeeld van Nederlandse tolerantie en inclusiviteit. Ng laat echter zien hoe die geschiedenis gepaard ging met een eeuw aan racisme en uitsluiting. Tegelijkertijd raakt de Chinese keuken, drastisch aangepast aan de lokale smaak via het Chinees-Indonesische restaurant, onlosmakelijk verbonden met de Nederlandse eetcultuur.
Zozeer zelfs, dat de huidige teloorgang van deze horecazaken wordt ervaren als verlies voor de Nederlandse cultuur. Wat is een dorp in Friesland zonder Chinees-Indonesisch restaurant? Des te meer reden om officiële erkenning te geven aan dit culturele fenomeen, voordat het helemaal verloren raakt. Voor bepaalde generaties Chinese immigranten met weinig toegang tot de arbeidsmarkt was zo'n restaurant dé manier om te overleven.
Hun in Nederland opgegroeide kinderen hebben inmiddels gelukkig meer opties en kiezen vaak voor iets anders dan het harde horecabestaan. Bovendien is het gros van de menukaart niet eens authentiek Chinees, met babi pangang als bekendste voorbeeld. De naam is Indonesisch en betekent 'geroosterd varken'. In Nederland is het vlees vaak gekookt en daarna gefrituurd.
Slimme, ondernemende Chinese restauranthouders speelden daarmee in op de smaak van de grote groep Nederlanders die na de onafhankelijkheid van Indonesië terugkwam uit de voormalige kolonie. Het gerecht komt, net als de loempia, oorspronkelijk uit de Chinese gemeenschap in Indonesië. Zelfs de kenmerkende zoetzure saus is daar al gedocumenteerd en komt niet, zoals in de film wordt beweerd, uit Brabant.
Dat is het nadeel van de zeer persoonlijke aanpak van Julie Ng: het onderzoek is niet bepaald wetenschappelijk en blijft soms wat anekdotisch. Het voordeel is dat het een ontroerend familierelaas oplevert. De geschiedenis van de Chinese gemeenschap in Nederland, verteld via die van babi pangang, is in handen van Ng geen droge opsomming van historische feiten, maar een persoonlijk verhaal dat raakt en relevant is voor het heden.