Na Uncut Gems hielden Josh Safdie en zijn broer Benny hun samenwerking voor bekeken - naar verluidt praten ze zelfs niet meer met elkaar. Benny ging op solotoer met The Smashing Machine, een melodrama dat vooral memorabel is dankzij de vertolking van Dwayne Johnson. Josh Safdie doet het aanzienlijk beter met Marty Supreme, een grandioze volwassenwordingsdramedie met Timothée Chalamet in een ronduit verbluffende vertolking.
Marty Mauser droomt ervan wereldkampioen tafeltennis te worden. Maar in de VS van de vroege jaren vijftig is die sport nauwelijks populair en Marty zit gevangen in een bekrompen Joods milieu. Zijn moeder en oom Murray dwingen hem om op termijn de familieschoenwinkel over te nemen en eisen volledig toewijding. Marty plant echter een reis naar Londen om deel te nemen aan de British Open en de regerende kampioen te verslaan. Alleen heeft hij geen geld voor een vliegticket.
Voor Marty kan vertrekken, moeten er heel wat hindernissen worden genomen. Hij heeft net zijn gehuwde jeugdvriendin Rachel zwanger gemaakt. Marty lost dat 'probleem' op door te beweren dat het kind niet van hem is en dat hij in tegenstelling tot Rachel wél een levensdoel heeft. Het geld voor de oversteek moet van Murray komen, maar die weigert en dreigt zelfs Marty's moeder in de steek te laten. Marty steelt uiteindelijk het geld, reist naar Londen en laat zich daar meteen kennen als een arrogant ettertje dat zich ontspant door een gewezen filmster te versieren.
Marty Mauser is losjes gebaseerd op Marty Reisman, een excentrieke tafeltenniskampioen die in de jaren vijftig ook naam maakte als showman en op evenementen pingpong speelde met braadpannen en schoenzolen. Sommige elementen uit Reismans leven werden overgenomen, zoals de shownummertjes met een Hongaarse tenniskampioen en Holocaustoverlever en zijn strijd met een Japanse kampioen. De dramatische dynamiek op het thuisfront lijkt echter volledig verzonnen. Geen probleem, het levert uitstekend entertainment op.
Marty Supreme vertoont duidelijke overeenkomsten met het al even schitterende Uncut Gems, eveneens geschreven door Ronald Bronstein en Josh Safdie (met inbreng van Benny). Beide films draaien rond geobsedeerde persoonlijkheden die weigeren toe te geven en zich steeds dieper in de nesten werken. Ze liegen tegen iedereen, maar vooral tegen zichzelf. Verantwoordelijkheid kennen ze niet. Het verschil is dat Howard Ratner een zelfdestructieve adrenalineverslaafde is, terwijl Marty Mauser een ADHD-kind blijft in het lichaam van een volwassen man.
Het verhaal ontvouwt zich als een achtbaan van gebeurtenissen waarin Marty, op zoek naar geld, steeds krankzinnigere beslissingen neemt die hem verder in de miserie duwen. Daarop reageert hij met nog extremere daden die zelfs zijn leven in gevaar brengen. Bronstein en Safdie hebben dit bijzonder slim en strak geconstrueerd, waardoor je ademloos blijft kijken en nooit het gevoel krijgt in een ellenlange film te zitten.
Maar het sublieme aan de prent is echter Timothée Chalamet. Hij zet een perfect afgerond personage neer. Het is een indrukwekkende vertolking: hij is vrijwel onafgebroken in beeld en weet elke geste te vullen met een tomeloze energie en een ontembare overlevings- en overwinningsdrang. Zijn Marty is allerminst sympathiek, maar zijn gedrevenheid en 'ik moet en ik zal'-logica zijn volledig begrijpelijk. Wie niet onder de indruk was van Chalamets eerdere rollen, zal dat nu wel zijn. Hij verdient zonder enige twijfel een Oscar.
Chalamet wordt in de bijrollen bovendien omringd door een indrukwekkende cast, onder wie mensen met weinig acteerervaring, vaak gecast op hun gelaatstrekken. Sommige shots (van de onovertroffen Seven-cameraman Darius Khondji) roepen zelfs associaties op met schilderijen van Jeroen Bosch. Speciale vermelding verdienen regisseur Abel Ferrara als Joodse gangster, de Canadese zakenman Kevin O'Leary als een vulpenmagnaat en Gwyneth Paltrow, in haar interessantste rol sinds Two Lovers, als een actrice die hoopt op een tweede carrière op Broadway.
De film is zo rijk dat je over elk aspect een apart hoofdstuk zou kunnen schrijven. Zo koos Safdie bewust voor een reeks songs uit de jaren tachtig om zijn jaren-vijftigfilm te begeleiden. Dat lijkt vreemd, maar bij nader inzien zit er logica in. De jaren tachtig waren het Reagan-tijdperk, waarin ongebreidelde ambitie en 'greed is good' centraal stonden: een auditieve knipoog naar het karakter van Marty. Je zou ook een essay kunnen schrijven over het milieu dat Safdie schetst: de East Broadway-wereld van ondergrondse biljart- en tafeltennishallen en rommelige Chinese en Joodse winkeltjes. Marty Supreme is nu al een van de absolute toppers van 2026.