'L'Étranger': een kritische spiegel
Recensie

'L'Étranger': een kritische spiegel (2025)

Knap gestileerde en doordachte bewerking van Albert Camus' literaire klassieker.

in Recensies
Leestijd: 3 min 12 sec
Regie: François Ozon | Scenario: Harris Dickinson | Cast: Benjamin Voisin (Meursault), Rebecca Marder (Marie Cardona), Pierre Lottin (Raymond Sintès), Denis Lavant (Salamano), Christophe Vandevelde (Masson), e.a. | Speelduur: 122 minuten | Jaar: 2025

Het verfilmen van een literaire klassieker is nooit een eenvoudige opgave, al is het maar omdat het medium film om een passende beeldende benadering vraagt. François Ozon draait daar zijn hand niet voor om. De geroutineerde regisseur maakt een knap gestileerde bewerking van De Vreemdeling, de moraalfilosofische roman die in oorlogstijd werd neergepend door Albert Camus. Ozon doet recht aan de psychologie van het verhaal, maar laat niet na om de koloniale context kritisch te ontleden.

Op het IFFR draaide de voorbije festivaleditie niet alleen L'Étranger, maar ook het reflexieve drama The Arab. Leunend op het boek Meursault, contre-enquête van Kamel Daoud fantaseert de film over de Arabier die door Camus' 'vreemdeling' werd omgebracht. In de roman uit 1942 kruipen we diep in de gedachten van een man die veroordeeld wordt voor moord, maar we weten vrijwel niets over zijn slachtoffer. Een manco dat ook Ozon op zijn manier recht probeert te zetten.

In de eerste plaats gaat L'Étranger nog altijd over Meursault, een jonge Fransman in het koloniaal bestuurde Algiers van de jaren dertig. Zijn karakter geeft te denken: Meursault is onverschillig, in zichzelf gekeerd en makkelijk te beïnvloeden. Bij de levenslustige Marie vindt de kantoorarbeider de liefde, alleen schat hij die totaal niet op waarde. "Hou je van me?", vraagt zij op een intiem moment. "Het betekent niets", reageert Meursault. "Ik denk het niet".

Dat uitgerekend deze jongeman op een oogverblindende zomerdag afglijdt tot het ultieme kwaad, is niet de uitkomst van een sinister plan. Toch toont Ozon zonder al te grote uitroeptekens een maatschappij waarin een zogenoemde inheemse bewoner in een oogwenk vogelvrij kan zijn. Een propagandajournaal aan het begin van de film zet Algiers neer als een oorspronkelijk bescheiden nederzetting die zijn huidige grootsheid volledig aan Frans bestuur te danken heeft. Maar bij het plaatselijke filmtheater zijn Algerijnen niet welkom.

Om de kern van Camus' moraalfilosofie intact te kunnen houden, moest Ozon vasthouden aan zijn gedoodverfde hoofdpersoon. Toch heeft de Fransman iets anders gedaan dan in de roman. De toevoeging van een extra personage, de rouwende zus van de Arabier, werkt als een spiegel voor het leed dat Meursault zijn slachtoffer berokkent. Ook het ontbreken van de naam van de Arabier wordt op niet mis te verstane wijze onder handen genomen.

Het risico van dergelijke ingrepen kan zijn dat de film belerend wordt, maar daar is geen sprake van. De gesprekken tussen Meursault en Marie, Meursaults tijd in de gevangenis (in het bijzonder een gesprek met een stellige pastoor) en zijn uiteindelijke proces bieden kijkers meer dan voldoende ruimte om zelf op de denkbeelden en daden van de hoofdpersoon te reflecteren. Bovendien is de toedracht van Meursaults uiteindelijke veroordeling complex genoeg om ook vraagtekens te plaatsen bij de autoriteiten die hem verantwoordelijk stellen.

De strakke zwart-witfotografie van Manu Dacosse (die onder meer met Fabrice Du Welz werkte) geeft L'Étranger zijn passende aanblik, en roept warme herinneringen op aan het bekijken van Frantz; ook al een zwart-witdrama dat zich in een andere tijd afspeelt, en nog altijd Ozons beste werk. Het is ook de moeite om met deze bewerking in het achterhoofd nog eens naar de filmbewerking van Luchino Visconti (uit 1967) te kijken, waarin de Death of Venice-regisseur juist voor gebleekte kleurfotografie kiest.

Meursaults morele apathie en de politieke lading van de vertelling maken dat L'Étranger bepaald geen makkelijke film is, maar Ozon bewijst andermaal dat hij het doseren van een dergelijke zwaarte prima beheerst. Eerder deed hij dit voorbeeldig in het misbruikdrama Grâce à Dieu en in het eerder genoemde Frantz. Wie als de dood is voor mislukte bewerkingen van literaire hoogvliegers, mag Ozons doordachte poging op zijn minst een kans geven.