'Dead Man's Wire': geromantiseerd gijzeldrama in Van Sant-stijl
Recensie

'Dead Man's Wire': geromantiseerd gijzeldrama in Van Sant-stijl (2025)

Waargebeurde gijzeling wordt gladgestreken tot een vakkundig verteld en toegankelijk misdaaddrama.

in Recensies
Leestijd: 3 min 16 sec
Regie: Gus Van Sant | Scenario: Austin Kolodney | Cast: Bill Skarsgård (Tony Kiritsis), Dacre Montgomery (Richard Hall), Al Pacino (M.L. Hall), Colman Domingo (Fred Temple), Myha'la (Linda Page), e.a. | Speelduur: 105 minuten | Jaar: 2025

Regisseur Gus Van Sant draait al decennia mee. Met muziekvideo's, de vermakelijke satire To Die For, arthousedrama's Drugstore Cowboy en My Own Private Idaho en het Oscarwinnende Good Will Hunting bewees hij al vroeg dat hij meerdere stijlen aankan. Later volgden de shot-for-shot remake van Psycho en minder toegankelijke titels zoals Elephant en Paranoid Park. In de loop der jaren bouwde hij een trouwe fanbase op, die hij zelden teleurstelt.

Die waardering is deels terecht, want Van Sant levert vrijwel altijd degelijk werk af. Aan de andere kant zijn fans natuurlijk bevooroordeeld; het grote publiek loopt niet altijd warm voor zijn films. 'Tam' is een treffende omschrijving. Dat is opvallend, zeker gezien de pittige onderwerpen die hij soms aansnijdt, zoals de Columbine-moorden. Ook in Dead Man's Wire staat een heftige gebeurtenis centraal: een driedaagse gijzeling.

In de VS gijzelde Tony Kiritsis in 1977 de zoon van de eigenaar van een grote hypotheekmakelaar. Hij bond een draad om diens nek en koppelde die aan de trekker van het geweer dat op hem gericht was, om politie-ingrijpen te voorkomen: een zogeheten dodemansdraad. Dead Man's Wire is de gedramatiseerde verfilming van deze gebeurtenissen, die in grote lijnen volgt wat er echt heeft plaatsgevonden.

Tegelijkertijd is er veel aangepast voor dramatisch en licht humoristisch effect, en voor de algehele sfeer. De film is, passend bij het tijdsbeeld, doorspekt met funky muziek. De oorspronkelijke radionieuwslezer is omgevormd tot een dj met een zwoele stem. Net als in het echt heet hij Fred en raakt hij door Tony bij de situatie betrokken, maar de uitwerking wijkt flink af van de realiteit.

Tony zelf is misschien nog het meest geromantiseerd. Over de echte Tony werd gezegd dat het onverwacht was dat hij tot deze gijzeling overging, omdat hij bekendstond als sympathiek en behulpzaam. Zijn Wikipediapagina vermeldt dat hij een crimineel verleden had - waar hij herhaaldelijk mee wegkwam - en dat hij een heethoofdige einzelgänger was. De Tony in de film heeft geen duister verleden en een meer invoelbare motivatie gekregen.

Volgens de film probeerde de hypotheekmakelaar hem bewust te benadelen. Zijn oorspronkelijke doelwit is de eigenaar van het bedrijf, maar hij moet genoegen nemen met diens meer meelevende zoon. In werkelijkheid was de zoon juist het specifieke doelwit en stond die niet bekend als empathisch. Belangrijker nog: veel wijst erop dat de makelaar Tony helemaal niet probeerde op te lichten, maar dat hij zichzelf in de problemen had gebracht met een mislukte investering.

Bill Skarsgård speelt hem overtuigend. Op zijn minder geslaagde accent na zet hij Tony neer als iemand die enerzijds amicaal overkomt, maar anderzijds duidelijk niet helemaal stabiel is. Waar het scenario dwingt om Tony's kant te kiezen, laat Skarsgård ruimte voor twijfel. Tegenover zijn uitbundige spel staat de meer ingetogen vertolking van Dacre Montgomery, die de uitputting en stress subtieler overbrengt.

Maar niemand maakt zoveel emotie los als Al Pacino. Weliswaar geholpen door een script dat hem neerzet als een meedogenloos en ijskoud figuur, geeft Pacino zijn personage extra gewicht en maakt hem weerzinwekkend realistisch. Hij speelt een harteloze rijke kwal die schaamteloos weigert schuld te erkennen en geen compassie toont voor zijn zoon, die een dubbele loop op zich gericht ziet. Het is allesbehalve subtiel, maar in een Van Sant-film is dat best welkom.

Visueel zit het grotendeels goed in elkaar, al is de opening wat onhandig: er komen archiefbeelden voorbij voordat de media zijn gearriveerd. Later krijgt dat meer context. De echte beelden blijven zoals gebruikelijk bewaard voor het einde.

Uiteindelijk is dit een Gus Van Sant-film die vooral bij zijn fans in de smaak zal vallen, maar ook een breder publiek kan bekoren. Hoewel het sterk geromantiseerd is voor dramatisch effect, zijn de honderd minuten hoe dan ook onderhoudend.