'Resurrection': een ode aan de filmgeschiedenis met de mooiste beelden die dit jaar in de bioscoop te zien zijn (2025)
Uitbundige visuele pracht, gegoten in een lastig concept van zes afzonderlijke delen.
Regie: Bi Gan | Scenario: Bi Gan & Zhai Xiaohui | Cast: Jackson Yee (Deliriant/Qiu Moyun/Mongrel/Jia Sheng Jun/Apollo), Shu Qi (De grote ander/Moeder/Voiceover), Teresa Li (Zhaomei Tao), Mark Chao (Commander), Jue Huang (Mr. Luo), e.a. | Speelduur: 160 minuten | Jaar: 2025
De meeste dromen zijn bedrog, maar de films van Bi Gan zijn prachtige dromen om in verloren te raken en in te zwelgen. Accepteer de droomlogica en geniet van de beelden en de sfeer. In Resurrection is het door de structuur en intellectuelere benadering iets lastiger om in de droom op te gaan, maar esthetisch is het allemaal zeer indrukwekkend.
Na Bi Gans debuut Kaili Blues en vooral het meesterwerk Long Day's Journey Into Night waren de verwachtingen voor zijn derde film hooggespannen. Zeker omdat hij over een veel groter budget kon beschikken, en zijn ambities daarbij leken te passen. Via een gecompliceerd sciencefictionverhaal dat als kapstok dient voor een aantal losse segmenten, reist Bi Gan door de geschiedenis van cinema en China in de twintigste eeuw.
Dat doet hij via een raamvertelling die eigenlijk uit twee hele verschillende delen bestaat, met daartussenin nog vier andere segmenten. Resurrection opent met een ode aan de stille film en specifiek het Duitse expressionisme. Via tussentitels wordt verteld over een nabije toekomst, waarin mensen het vermogen om te dromen hebben opgegeven in ruil voor onsterfelijkheid. Maar er zijn nog zogenaamde 'Deliriants', die nog altijd dromen. Een van hen wordt in zijn dromen opgejaagd door een mysterieuze vrouw.
Die dromen vormen uiteraard de rest van de segmenten, waarin dezelfde acteur telkens een andere rol speelt. Na de stille klopjacht volgt een film noir-/spionagesequentie die tijdens de Chinese Burgeroorlog na de Tweede Wereldoorlog speelt. Af en toe is die visueel indrukwekkend, met onder meer een ode aan de spiegelscène uit zowel The Lady from Shanghai als Enter the Dragon. Maar dit deel is ook lastig te volgen en bevat vrij nare martelscènes.
Daarop volgt een lange scène in de jaren zeventig, in een verlaten tempel, die doet denken aan zowel de films van King Hu uit die tijd als het werk van Tarkovski. Traag, sfeervol, mystiek en met een paar van de mooiste en adembenemendste beelden uit de hele film. Dat wordt afgewisseld met een prozaïscher fabel, waarin een oplichter in de jaren tachtig een kind trucjes leert om zich als helderziende voor te doen.
Dan is het tijd voor Bi Gan om te doen waar Bi Gan goed in is: het ononderbroken shot van minstens een half uur. Niet alleen is dit huzarenstukje indrukwekkend qua planning, techniek en uitvoering, maar het heeft ook nog een functie. Het onwerkelijke verstrijken van tijd (er gaat een hele nacht voorbij in dat half uur) en de bewegingen van mensen in en uit het droomverhaal worden zo extra invoelbaar.
De camera, die de personages telkens op allerlei inventieve manieren langs en door gebouwen volgt, draagt zo bij aan de droomlogica. Bovendien is dit segment een kleurrijke, in regen gedrenkte vampierromance, geïnspireerd op de films van Wong Kar-wai. Was de zonsopgang de slotscène geweest, dan was de film misschien onthaald als een nieuw meesterwerk.
Maar Bi Gan keert terug naar het concept met een afsluitend sciencefictionsegment, dat nu als een koude, verwarrende douche volgt op het beste deel van de film. De uitleg van het concept is onnodig, oninteressant en onduidelijk. En dus ontkomt Resurrection niet aan het klassieke probleem van de anthologiefilm: niet elk deel is even sterk. Twee fantastische sequenties, twee goede en twee teleurstellende.
Dat elk segment verwijst naar een filmgenre of filmstijl, naar een periode in de Chinese geschiedenis én naar een van de zes boeddhistische zintuigen, is interessant en in de meeste gevallen goed uitgewerkt. Maar juist die nadrukkelijke constructie voorkomt dat je volledig opgaat in de dromen. Je moet net te veel nadenken en kunt te weinig voelen.
De meeste dromen zijn bedrog, maar de films van Bi Gan zijn prachtige dromen om in verloren te raken en in te zwelgen. Accepteer de droomlogica en geniet van de beelden en de sfeer. In Resurrection is het door de structuur en intellectuelere benadering iets lastiger om in de droom op te gaan, maar esthetisch is het allemaal zeer indrukwekkend.
Na Bi Gans debuut Kaili Blues en vooral het meesterwerk Long Day's Journey Into Night waren de verwachtingen voor zijn derde film hooggespannen. Zeker omdat hij over een veel groter budget kon beschikken, en zijn ambities daarbij leken te passen. Via een gecompliceerd sciencefictionverhaal dat als kapstok dient voor een aantal losse segmenten, reist Bi Gan door de geschiedenis van cinema en China in de twintigste eeuw.
Dat doet hij via een raamvertelling die eigenlijk uit twee hele verschillende delen bestaat, met daartussenin nog vier andere segmenten. Resurrection opent met een ode aan de stille film en specifiek het Duitse expressionisme. Via tussentitels wordt verteld over een nabije toekomst, waarin mensen het vermogen om te dromen hebben opgegeven in ruil voor onsterfelijkheid. Maar er zijn nog zogenaamde 'Deliriants', die nog altijd dromen. Een van hen wordt in zijn dromen opgejaagd door een mysterieuze vrouw.
Die dromen vormen uiteraard de rest van de segmenten, waarin dezelfde acteur telkens een andere rol speelt. Na de stille klopjacht volgt een film noir-/spionagesequentie die tijdens de Chinese Burgeroorlog na de Tweede Wereldoorlog speelt. Af en toe is die visueel indrukwekkend, met onder meer een ode aan de spiegelscène uit zowel The Lady from Shanghai als Enter the Dragon. Maar dit deel is ook lastig te volgen en bevat vrij nare martelscènes.
Daarop volgt een lange scène in de jaren zeventig, in een verlaten tempel, die doet denken aan zowel de films van King Hu uit die tijd als het werk van Tarkovski. Traag, sfeervol, mystiek en met een paar van de mooiste en adembenemendste beelden uit de hele film. Dat wordt afgewisseld met een prozaïscher fabel, waarin een oplichter in de jaren tachtig een kind trucjes leert om zich als helderziende voor te doen.
Dan is het tijd voor Bi Gan om te doen waar Bi Gan goed in is: het ononderbroken shot van minstens een half uur. Niet alleen is dit huzarenstukje indrukwekkend qua planning, techniek en uitvoering, maar het heeft ook nog een functie. Het onwerkelijke verstrijken van tijd (er gaat een hele nacht voorbij in dat half uur) en de bewegingen van mensen in en uit het droomverhaal worden zo extra invoelbaar.
De camera, die de personages telkens op allerlei inventieve manieren langs en door gebouwen volgt, draagt zo bij aan de droomlogica. Bovendien is dit segment een kleurrijke, in regen gedrenkte vampierromance, geïnspireerd op de films van Wong Kar-wai. Was de zonsopgang de slotscène geweest, dan was de film misschien onthaald als een nieuw meesterwerk.
Maar Bi Gan keert terug naar het concept met een afsluitend sciencefictionsegment, dat nu als een koude, verwarrende douche volgt op het beste deel van de film. De uitleg van het concept is onnodig, oninteressant en onduidelijk. En dus ontkomt Resurrection niet aan het klassieke probleem van de anthologiefilm: niet elk deel is even sterk. Twee fantastische sequenties, twee goede en twee teleurstellende.
Dat elk segment verwijst naar een filmgenre of filmstijl, naar een periode in de Chinese geschiedenis én naar een van de zes boeddhistische zintuigen, is interessant en in de meeste gevallen goed uitgewerkt. Maar juist die nadrukkelijke constructie voorkomt dat je volledig opgaat in de dromen. Je moet net te veel nadenken en kunt te weinig voelen.