The Station Agent
Recensie

The Station Agent (2003)

Hoewel misschien iets te kort, is The Station Agent subtiel, aandoenlijk en buitengewoon grappig.

in Recensies
Leestijd: 3 min 29 sec
Regie: Thomas McCarthy | Cast: Peter Dinklage (Finbar McBride), Bobby Cannavale (Joe Oramas), Patricia Clarckson (Olivia Harris) e.a.

Vaak is heel goed aan te geven waarom een film wel of niet werkt. Er zijn talloze argumenten te verzinnen waarom The Butterfly Effect een slechte film is. En er zijn er evenzoveel waarom je kunt stellen dat Eternal Sunshine of the Spotless Mind wél werkt. Maar met Lost in Translation wordt dit al een stuk lastiger. Want hoewel de dialogen en het acteerwerk dik in orde zijn, schuilt de werkelijke kracht van deze film in het onbenoembare; het is een gevoelskwestie en uiterst subjectief. Met The Station Agent is iets vergelijkbaars aan de hand. Een plot is er nauwelijks en de dialogen zijn spaarzaam. Maar in de lange stiltes tussen de gesprekken in ontstaat iets onbeschrijfelijks, dat vooral appelleert aan het gevoel. Dit raakt je, of niet. En hier zijn geen argumenten voor te vinden. Dit maakt het schrijven van een recensie over The Station Agent dan ook zo lastig. Desalniettemin een poging. En we beginnen met een verhaaltje over katten.

Katten voelen vaak heel goed aan of mensen bang voor hen zijn. Als er in een volle kamer één persoon aanwezig is die bang is voor katten, is de kans groot dat een kat juist bij die persoon op schoot gaat zitten. Het is alsof ze het kunnen ruiken. Fin, de hoofdfiguur uit The Station Agent, is als een persoon met kattenangst. Hij wil het liefst zo weinig mogelijk met mensen ­- de katten uit ons verhaaltje -­ te maken hebben, omdat hij keer op keer door hen gekwetst wordt. Fin is namelijk een dwerg. En bij elk menselijk contact voelt hij de blikken prikken in zijn rug en wordt hij gegeseld door grappen en neerbuigende opmerkingen over zijn postuur. Het ongebruikte treindepot dat hij erft van een overleden vriend komt dan ook als een geschenk uit de hemel. Ver weg van de bewoonde wereld kan hij daar in alle rust doen wat hij het liefst doet: treinen kijken. Maar dan verschijnen er twee 'katten' op het toneel: de praatzieke Joe, die met zijn hotdogkraampje dagelijks tegenover Fins treindepot staat en Olivia, door wie Fin tot twee keer toe bijna wordt overreden. Hoe graag Fin ook alleen wil zijn, Joe en Olivia blijven bij hem aankloppen. En hoe meer hij de twee negeert, hoe harder ze terugkomen. Het is alsof ze het kunnen ruiken. Maar langzaam maar zeker smelt de norse Fin, en ontstaat er een bijzondere vriendschap, net zoals de persoon met kattenangst uiteindelijk moet beamen dat de kat op zijn schoot lang niet zo eng is, en eigenlijk best zacht.

The Station Agent heeft, naast het eerdergenoemde gevoelselement, nog meer overeenkomsten met Lost in Translation. Net als Sofia Coppola¹s film, gaat The Station Agent over totaal verschillende mensen die op elkaar zijn aangewezen en troost vinden in elkaars gezelschap. Fin, Joe en Olivia lezen samen, kijken samen naar treinen, zijn samen stil. Het zijn deze momenten van stilte waarop de vriendschap werkelijk resoneert en je je als toeschouwer haast onderdeel voelt van deze vriendengroep. De personages worden bekenden. Je wilt ze troosten wanneer ze verdriet hebben, je wilt met ze dwalen langs de spoorrails, je wilt een glimlach op hun gezichten toveren. En als een film het voor elkaar krijgt dat je zo om de personages geeft, dan kun je, in al je subjectiviteit, stellen dat hij werkt.

Er is slechts één minpuntje te melden: de film is te kort. Niet op de manier dat hij zo goed is, dat je zou willen dat hij nog uren langer zou duren, maar letterlijk te kort. Hij duurt namelijk maar 88 minuten. Er had gemakkelijk nog een half uur aan vastgeplakt kunnen worden, waarin de relaties tussen de hoofdpersonen meer hadden kunnen uitkristalliseren (zonder overigens uit te monden in een oversentimenteel en clichématig slot). The Station Agent voelt niet helemaal af en laat je een tikkeltje onbevredigd achter. Dit neemt niet weg dat de film als geheel zeer geslaagd te noemen is. Sterker nog, The Station Agent is een van de grootste kleine films van het jaar; subtiel, aandoenlijk, lief en bij vlagen ongelofelijk grappig.