Recensie

Argylle (2024)

Pluspunten voor amusement, minpunten voor de vergezochtheid. De laatste akte gaat echt te ver in onzinnigheid.

in Recensies
Leestijd: 3 min 42 sec
Regie: Matthew Vaughn | Scenario: Jason Fuchs | Cast: Bryce Dallas Howard (Elly), Sam Rockwell (Aidan), Bryan Cranston (Ritter), Catherine O'Hara (Ruth), Henry Cavill (Argylle), e.a. | Speelduur: 139 minuten | Jaar: 2024

Films die zichzelf niet al te serieus nemen, kunnen zich veel veroorloven. Het gaat vaak ten koste van wat diepgang, maar dat is gelukkig geen vereiste voor vertellingen. Maar wanneer een productie zo'n tweehonderd miljoen dollar kost, is het prettig als de kolder het verhaal niet volledig overschaduwt. Met zo'n prijskaartje verwacht je dat de makers op zijn minst hun best doen de kijker emotioneel te raken. Argylle schiet te ver door in onzinnige actie om dat voor elkaar te krijgen.

Elly heeft vier bestsellers geschreven, spionageromans met ene Argylle als hoofdpersonage. Het valt op dat ze haast voorspellende gaven heeft omdat haar verhalen overeenkomen met echte voorvallen binnen de spionagewereld. Zo erg zelfs dat een sinistere organisatie het op haar gemunt heeft om haar inschattingsvermogen in te zetten bij het vinden van een verstopte USB. Gelukkig krijgt ze hulp van geheim agent Aidan om haar in leven te houden terwijl ze het ding opspoort.

De openingssequentie leert ons dit: de actie zal ontzettend over de top zijn en van de makers hoeven de computergegenereerde effecten er helemaal niet strak uit te zien. Heeft Hollywood het nou nog steeds niet geleerd? De lat ligt bij het publiek helemaal niet overdreven hoog, maar een beetje moeite doen om binnen de lijntjes te kleuren is wel zo prettig. Alle matige CGI zit de pret in de weg.

Meer dan tien jaar geleden creëerde men voor Life of Pi een levensechte tijger, maar in 2024 is de kat Alfie te zichtbaar geanimeerd. In de trailer belooft Alfie een leuke aanwezigheid te zijn, die in een tas op Elly's rug mee op avontuur gaat. Maar veel wordt er niet uit dat vaatje getapt. Omdat Alfie toch niet echt is, wordt af en toe zelfs storend ruw met het beestje omgegaan.

In het eerste half uur is de muziekkeuze aan de vreemde kant. De actie blijkt gewoon een visualisering te zijn van Elly die ergens in een winkel haar boek aan het voorlezen is, maar de melancholische klanken gaan evengoed door. Dat het beeld niet past bij de muziek komt in het begin meerdere malen voor. Het zeer recentelijk uitgegeven nieuwe liedje van The Beatles past voor geen meter bij het moment, maar dat blijkt later tenminste nog een functie te hebben.

In Argylle blijft het niet slechts bij de eerdergenoemde premisse, er zijn wendingen. Grote wendingen. Te groot zelfs, want het rammelt aan alle kanten. Hoofdrolspelers Bryce Dallas Howard en Sam Rockwell doen ondertussen hun best om er iets leuks van te maken. Zij is geschikt om een nerveus muurbloempje te spelen dat tegelijkertijd van zich af leert te slaan, Rockwell is sterk in dramatische rollen maar blinkt uit in komedie met zijn droge houding.

De humor zit er namelijk goed in, Howard en Rockwell zijn een vreemde combinatie maar het werkt. Een romantische vonk is er weliswaar niet, maar tijdens het grappen maken spelen ze leuk op elkaar in. De humor is het leukste aspect van de film, want dat speurneuzen en die achtervolgingen kennen we inmiddels wel.

Matthew Vaughn heeft in het verleden al laten zien dat hij prima humor kan combineren met een serieuzere toon, bijvoorbeeld in Kick-Ass. Hij is geenszins verplicht dat met Argylle te evenaren, maar hij gaat hier te ver. Tot en met de tweede akte is het nog allemaal op het randje, maar daarna draait het helemaal door en niet op een amusante manier. De wendingen en de absurde actie moeten met zoveel korrels zout worden genomen dat er weinig andere smaak overblijft.

Het wordt er visueel ook niet mooier op. Hoe meer overdreven nepstunts, hoe meer gebruik wordt gemaakt van die oerlelijke computereffecten. Hiermee gaat Argylle uiteindelijk toch onderuit. Voor een voldoende had de actie niet zo uitbundig moeten zijn en de plottwists minder geforceerd verrassend.

Zelfs halverwege de aftiteling komt nog een extra scène die weer een wending lijkt te bieden. En als dat zo is, dan is de logica helemaal overboord. Het uitgangspunt van een schrijver die belandt in de werkelijkheid van diens fictie is niet nieuw, maar ook weer geen reden om het niet te vertellen. Een verhaal te overdreven vertellen, dat is pas een reden en dit is een goed voorbeeld waarom. Gek mag best maar bigbudget-gek is gewoon flauw, ondanks al die korreltjes zout.