Als The Zone of Interest het ultieme kwaad tot op een steenworp naderde, kruipt Sound of Falling in de onderbuik van een Duitsland dat een dergelijk kwaad niet wist te (h)erkennen. Deze beklemmende familiekroniek speelt zich af op een boerderij op het platteland nabij de Elbe en overspant het leed van vier generaties. Het filmische vernuft van Mascha Schilinski zorgt voor een kijkervaring die tegelijk emotioneel loodzwaar en intellectueel uitdagend is.
In de openingsscène begluurt een jonge vrouw haar oom, die met een geamputeerd been op bed ligt. Later zien we hem in een eerdere tijdlijn, wanneer de wond nog vers is. Ditmaal delen we de blik van de piepjonge Alma, die tijdens de Eerste Wereldoorlog opgroeit in een streng boerengezin.
Sound of Falling vergt van zijn kijkers een bovengemiddelde scherpte. Het niet-chronologische scenario verweeft vier tijdlijnen, maar schuwt de houvast (aangedikte flashbacks, duidelijke hoofdstukken) die in andere historische drama's gangbaar is. De context blijkt uit wat we zien, nauwelijks uit wat we horen zeggen. Stoffige familiefoto's, bloedverwanten met merkwaardige blessures ('werkongelukjes') en angstaanjagende blikken van gekwelde zielen suggereren een diepgeworteld geweld.
De vier centrale vrouwen dwalen elk op eigen manier als geesten door hun bestaan. Die indruk ontstaat deels door het beweeglijke camerawerk - soms lijkt het alsof een extra personage door de boerderij zweeft - en deels door het hardnekkige zwijgen van de vrouwen over hun doorschijnende leed. Op gezette momenten verstomt ook de geluidsband, waarmee Schilinski heel gericht de verstikkende ervaring van de hoofdpersonen spiegelt. "Hoe lang kun je gelukkig spelen zonder dat iemand het doorheeft?", verzucht de vrijzinnige Angelika in de jaren vóór de val van de Muur.
Een hoogtepunt is de scène waarin de familie poseert voor een groepsportret. Angelika staat aan de rand van het kader en kiest op het moment van afdrukken voor haar enige uitweg: ze vlucht. Haar ontsnapping is symbolisch, want op de polaroid zien we op haar plek een wazige gedaante. Een geest.
Sound of Falling ontleedt de anatomie van het kwaad zonder een nadrukkelijk moreel raamwerk aan te reiken. De dood hangt als een dreigende entiteit boven de boerderij; zijn aanwezigheid is bijna tastbaar. Die toonzetting is misselijkmakend, omdat Schilinski geen rationele verklaring kan (en wil) geven voor de ellende die generaties lang doorwerkt.
De eerdere verwijzing naar The Zone of Interest kan misplaatst lijken, omdat het woord 'Holocaust' in Sound of Falling niet valt en de film daar niet expliciet over gaat. Toch doet Schilinski's familiekroniek in zijn benadering van het kwaad denken aan het werk van Jonathan Glazer. Beide films vermijden een directe representatie van het kwaad en gebruiken filmtaal (in het bijzonder geluid) om een hartverscheurend, onbegrijpelijk leed voelbaar te maken.
Heel stil en subtiel lijkt Sound of Falling te betogen dat juist het verstopte familieleed de essentie van de wereldgeschiedenis raakt. In tweeënhalf uur probeert Schilinski te omvatten waar de beroemde serie Heimat ruim vijftig uur voor nodig had. Het resultaat is veeleisend en ongemakkelijk, maar onmiskenbaar indrukwekkend, met pas aan het einde een sprankje hoop. Wie niet terugschrikt voor een uitdagende, schurende kijkervaring mag dit gelaagde epos zeker niet missen.