Trash
Recensie

Trash (2014)

Stephen Daldry’s nieuwste doet denken aan een Braziliaanse variant op Slumdog Millionaire, maar legt de prekerige moraal er veel te dik bovenop.

in Recensies
Leestijd: 3 min
Regie: Stephen Daldry | Cast: Rooney Mara (Olivia), Martin Sheen (Father Juilliard), Wagner Moura (José Angelo), Rickson Tevez (Raphael), Gabriel Weinstein (Rato), Eduardo Luis (Gardo), Selton Mello (Frederico) | Speelduur: 114 minuten | Jaar: 2014

Met Billy Elliot en Extremely Loud and Incredibly Close liet Stephen Daldry al zien aardig uit de voeten te kunnen met het regisseren van jeugdige hoofdrolspelers. Hoewel laatstgenoemde vrij wisselvallige reacties uitlokte onder de critici, mocht de verfilming van de roman van Jonathan Safran Foer toch genoegen nemen met een Oscarnominatie voor beste film. Niet gek dus dat Daldry met zijn nieuwste film een vergelijkbare koers uitzet: opnieuw een boekverfilming waarin een jonge cast en een uitgebreide zoektocht centraal staan. Wel kiest de Britse regisseur dit keer voor een exotischere locatie: de zonnige favela’s van Brazilië.

Toeval of het lot, afhankelijk van hoe je het wilt noemen, speelt een belangrijke factor in het plot van Daldry’s nieuwste film. In een flitsende openingsscène zien we hoe een overheidsambtenaar (Wagner Moura, bekend uit de Tropa de Elite-films) op de vlucht slaat voor een aantal gewapende agenten. Vlak voordat zijn belagers hem te pakken hebben, gooit de man het object waar ze op uit waren in een vuilniswagen. De portemonnee, voorzien van een geheimzinnige inhoud, komt daarmee in de favela’s van Rio in handen van de veertienjarige Raphael. Instinctief voelt de straatarme Raphael het belang van de geheimzinnige codes in de portemonnee al aan. Hij weigert de portemonnee uit te leveren aan de politieagenten in ruil voor een vette beloning. Over toeval gesproken.

In plaats daarvan trekt Raphael er met twee vrienden avontuurlijk op uit om het mysterie van de portemonnee te achterhalen. Langzaamaan wordt via flashbacks het verhaal van de eigenaar van de portemonnee uit de doeken gedaan en komen sporen van corruptie in het burgemeesterskantoor aan het licht. Ondertussen wordt het trio opgejaagd door een bloedhond van een politieagent, maar gelukkig zijn er in de sloppenwijken ook twee westerse vrijwilligerswerkers die de jongens zo nu en dan uit de brand mogen helpen. Echt bijster veel voegen Rooney Mara en Martin Sheen, die beiden weleens in overtuigendere vorm gestoken hebben, niet toe aan de film. Al gauw bekruipt dan ook het vermoeden dat hun namen voornamelijk bovenaan de poster prijken om ook niet-Portugees sprekend publiek naar de bioscoop te lokken.

In marketingtechnisch opzicht zijn de meeste keuzes van Daldry en Richard Curtis (Love Actually), die het script voor zijn rekening nam, dan ook wel te begrijpen. In feite voelt Trash meer aan als een productie uit Hollywood dan Brazilië: de beelden ogen knispervers en er wordt weinig afgeweken van de westerse feelgoodformule. Voor de verhalende structuur wordt zelfs een typische reality-tv-aanpak gehanteerd. Welbekend uit programma’s als Wie is de Mol? of Expeditie Robinson: tegenover een soort ‘biechtcamera’ vertellen de jongens af en toe waar ze mee bezig zijn of hoe zich voelen. Het doet nogal gekunsteld aan, maar gelukkig komt de film een heel eind op de charmes van zijn drie jeugdige hoofdrolspelers.

Als avontuurlijk jongensverhaal levert Trash aanvankelijk nog wel een degelijke prent op, maar over de werkelijke problematiek in het land weet Daldry, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een Tropa de Elite, maar weinig te zeggen. Voor een film die zich hoofdzakelijk afspeelt in de sloppenwijken oogt alles wel erg gelikt. En om de echt schrijnende thema’s en potentieel gewelddadige scènes wordt voorzichtig heen gedanst. Zaken als de corruptie rondom het WK voetbal worden in het einde nog terloops even aangestipt, maar helaas kiest Daldry ervoor om vervolgens af te sluiten met een belerend opgeheven vingertje en een naïeve morele boodschap over naastenliefde.