'I Love Boosters': stapelgekke satire drijft doeltreffend de spot met de modewereld (2026)
Kledingdieven, modekapitalisten en een revolutie vormen absurdistisch feestje met een geforceerde grotere boodschap.
Regie: Boots Riley | Scenario: Boots Riley | Cast: Keke Palmer (Corvette), Naomi Ackie (Sade), Taylour Paige (Mariah), Poppy Liu (Jianhu), Eiza Gonzalez (Violeta), LaKeith Stanfield (Pinky Ring Guy), Will Poulter (Grayson), Don Cheadle (Dr. Jack), Demi Moore (Christie Smith), e.a. | Speelduur: 113 minuten | Jaar: 2026
Is winkeldiefstal een vorm van verzet tegen grote ketens? Rapper en activist Boots Riley stelt met I Love Boosters aanvankelijk deze opstandige vraag. Corvette en haar compagnons stelen dure merkkleding om deze voor een prikkie door te verkopen. Ondertussen droomt ze van een doorbraak met haar eigen ontwerpen, geïnspireerd door maar ook jaloers op modebaas en kwaad genie Christie Smith. Wat begint als satire op de modewereld dijt uit tot een groteske aanklacht tegen het grootkapitaal.
Na afloop blijft het gissen hoe de spotternij kon ontsporen tot zulke bizarre taferelen. In Rileys wereld kan alles en gebeurt het gewoon. De janboel doet enigszins denken aan de gebroeders Marx, maar dan platter. In de ene belachelijke scène openbaart een mysterieuze geliefde zich tijdens de cunnilingus als demon die zielen berooft; in de andere teleporteert Corvette heen en weer tussen China en Californië tijdens een stopmotion-achtige achtervolging. Chaos vormt een constante.
Grofgebekt als de film is, blijft hij opvallend vrolijk en ludiek. Zo speelt de film met de ruimte in Christies scheve appartement en met gesmeerde montagetrucjes. Christies winkelketens sprankelen van de kekke kleuren. In een van de vestigingen amuseert Will Poulter als een lichtgetikte manager die onverstoorbaar de onzinnige marketingverhalen herhaalt. Later moet Corvette vluchten voor een op hol geslagen politieagent die dronken van macht nieuwe technologische foefjes uitprobeert, een minirol die geknipt is voor de ondeugende komiek Eric André.
Die speelsheid krijgt ook een rebelse lading. Deze absurdistische komedie refereert namelijk ook aan een andere Marx. De teleporteermachines blijken nog frappanter in elkaar te steken dan gedacht, wanneer een activistische collega van Corvette de functies uitlegt aan de hand van het dialectisch materialisme. Het leidt tot gemakzuchtige fratsen, maar tegelijkertijd weerklinkt ook een geloof in vooruitgang wanneer alle politiek-economische misstanden worden verholpen. Daarin staat de tirannieke Christie voor de klassieke kapitalist.
Niet voor niets vormt de staking een leidmotief in de film, net nu vakbonden in de Verenigde Staten een heropleving kennen. Riley leent zijn megafoon aan de steeds luidere roep om bestaanszekerheid, terwijl de economische elites zich menen te kunnen verschansen achter kunstmatige intelligentie om zo geen kruimel te hoeven delen. In dat opzicht verschijnt I Love Boosters op een opportuun moment.
Riley lijkt graag olie op het vuur te gooien nu er hoop smeult in de groeiende protestbewegingen van de laatste tijd. In tegenstelling tot de bekende zinsnede van dichter Gil Scott-Heron, wordt de revolutie in deze film wél uitgezonden. De oproep om samen in actie te komen, doet echter wat geforceerd en oppervlakkig aan. Of die grotere boodschap ondanks al het groteske absurdisme doel treft, moet nog blijken.
Is winkeldiefstal een vorm van verzet tegen grote ketens? Rapper en activist Boots Riley stelt met I Love Boosters aanvankelijk deze opstandige vraag. Corvette en haar compagnons stelen dure merkkleding om deze voor een prikkie door te verkopen. Ondertussen droomt ze van een doorbraak met haar eigen ontwerpen, geïnspireerd door maar ook jaloers op modebaas en kwaad genie Christie Smith. Wat begint als satire op de modewereld dijt uit tot een groteske aanklacht tegen het grootkapitaal.
Na afloop blijft het gissen hoe de spotternij kon ontsporen tot zulke bizarre taferelen. In Rileys wereld kan alles en gebeurt het gewoon. De janboel doet enigszins denken aan de gebroeders Marx, maar dan platter. In de ene belachelijke scène openbaart een mysterieuze geliefde zich tijdens de cunnilingus als demon die zielen berooft; in de andere teleporteert Corvette heen en weer tussen China en Californië tijdens een stopmotion-achtige achtervolging. Chaos vormt een constante.
Grofgebekt als de film is, blijft hij opvallend vrolijk en ludiek. Zo speelt de film met de ruimte in Christies scheve appartement en met gesmeerde montagetrucjes. Christies winkelketens sprankelen van de kekke kleuren. In een van de vestigingen amuseert Will Poulter als een lichtgetikte manager die onverstoorbaar de onzinnige marketingverhalen herhaalt. Later moet Corvette vluchten voor een op hol geslagen politieagent die dronken van macht nieuwe technologische foefjes uitprobeert, een minirol die geknipt is voor de ondeugende komiek Eric André.
Die speelsheid krijgt ook een rebelse lading. Deze absurdistische komedie refereert namelijk ook aan een andere Marx. De teleporteermachines blijken nog frappanter in elkaar te steken dan gedacht, wanneer een activistische collega van Corvette de functies uitlegt aan de hand van het dialectisch materialisme. Het leidt tot gemakzuchtige fratsen, maar tegelijkertijd weerklinkt ook een geloof in vooruitgang wanneer alle politiek-economische misstanden worden verholpen. Daarin staat de tirannieke Christie voor de klassieke kapitalist.
Niet voor niets vormt de staking een leidmotief in de film, net nu vakbonden in de Verenigde Staten een heropleving kennen. Riley leent zijn megafoon aan de steeds luidere roep om bestaanszekerheid, terwijl de economische elites zich menen te kunnen verschansen achter kunstmatige intelligentie om zo geen kruimel te hoeven delen. In dat opzicht verschijnt I Love Boosters op een opportuun moment.
Riley lijkt graag olie op het vuur te gooien nu er hoop smeult in de groeiende protestbewegingen van de laatste tijd. In tegenstelling tot de bekende zinsnede van dichter Gil Scott-Heron, wordt de revolutie in deze film wél uitgezonden. De oproep om samen in actie te komen, doet echter wat geforceerd en oppervlakkig aan. Of die grotere boodschap ondanks al het groteske absurdisme doel treft, moet nog blijken.