Carnotstraat 17
Recensie

Carnotstraat 17 (2015)

De rijke historie van de voornaamste bioscoop van België die een toevluchtsoord werd voor illegale immigranten komt in deze docu niet helemaal lekker uit de verf.

in Recensies
Leestijd: 3 min 18 sec
Regie: Klara van Es | Speelduur: 86 minuten | Jaar: 2015

De Carnotstraat nummer 17 in Antwerpen, vlakbij de Zoo en het Centraal Station, kent een bijzondere geschiedenis. Ooit herbergde het pand één van de grootste, mooiste en belangrijkste bioscopen van het land. De Cine Rubens beleefde premières van kaskrakers uit Hollywood zoals Cleopatra, Dr. Zhivago en My Fair Lady. Grote Europese filmsterren maakten hun opwachting bij premières die werden vertoond op het grootste filmdoek dat onze zuiderburen rijk waren. De rij bezoekers liep vaak tot om de hoek. Er werden vier à vijf drukbezochte voorstellingen per avond vertoond. Maar de tijden zijn veranderd. Het gebouw dat voor de jaren twintig van de vorige eeuw dienst deed als arena voor boks- en worstelwedstrijden heeft meerdere functies gekend. Zo werd het halverwege de jaren negentig een kerk. Inmiddels is het een toevluchtsoord voor immigranten.

Filmmaakster Klara van Es geeft een gefragmenteerd beeld van de geschiedenis van de Cine Rubens. Met weinig introductie, het met beeld aanstippen van belangrijke mijlpalen van de bioscoop en cafégangers om de hoek die herinneringen ophalen uit de hoogtijdagen van het pand. Archiefbeelden moeten flarden terug zien te halen van wat ooit een florerende historie was. Van de grondige renovatie in 1953 wordt met geen woord gerept, wat eveneens geldt voor de motieven om de deuren van het filmhuis definitief te sluiten. Een vreemde constatering als je je bedenkt dat Van Es nu juist veel details van het pand heden ten dage in beeld brengt. De vaak schrijnende verhalen van de huidige bewoners worden niet alleen afgewisseld met de bioscoophistorie, maar ook met kennelijk betekenisvolle shots van trappenhuizen, deuren die waar dan ook naartoe leiden en de rudimenten van wat ooit amusant was. Het contrast met de huidige stand van zaken kan haast niet groter zijn. Waar de Carnotstraat 17 ooit de plek was voor amusement, zien en gezien worden en vertier is het nu de semiveilige haven voor veelal illegale vluchtelingen die soms al jaren in onzekerheid verkeren. Hele gezinnen proberen er iets van hun leven te maken. De grote gemene deler is het pand, maar veel meer parallellen worden niet getrokken.

Veel van de tragiek die Van Es voor het voetlicht brengt is een enorme open deur. Je moet wel een hart van steen hebben om niet aangeslagen te raken van het onzekere en onveilige lot van een Armeense familie die nog steeds geen zekerheid heeft over een definitieve status. Invoelbaar zijn ook de pogingen van een Tibetaanse om zo veel mogelijk van haar eigen culturele identiteit in stand te houden, al voelt ze zich er verder van verwijderd dan ooit. De Afrikaanse medewerkers van een kapperszaak in de buurt zijn van mening dat je het geluk zelf moet zoeken door de handen uit de mouwen te steken en aan te pakken. Dit geldt eveneens voor een jonge Afghaan. Maar onder veel van de illegalen heerst ook de stukgeslagen illusie dat het mooie geordende België in de werkelijkheid toch niet het paradijs is dat hen ooit voorgeschoteld werd. We krijgen in deze menselijke documentaire een inkijkje in het leven van dolende zielen die tussen wal en schip zijn beland en zich staande moeten zien te houden in een niemandsland waarin je op niets en niemand kunt vertrouwen behalve op je vrienden en familie.

Van Es heeft duidelijk willen inzoomen op het lot van de immigranten, maar haakt zo veelvuldig aan bij de bioscooptijden van het pand, dat ze zich verplicht om hier meer van te laten zien. Doordat ze zich heeft vastgebeten in het portretteren van de huidige bewoners van het pand slaan de overeenkomsten en contrasten met het verleden dikwijls dood. Dit zit hem met name in het gebrek aan afwisseling en het haast eindeloos lamenteren over de onrechtvaardigheid die ook in de westerse maatschappij schuilt, zij het veelal verborgen. Carnotstraat 17 had veel indringender en scherper kunnen zijn als de filemaakster haar accenten beter had gekozen. Als televisiedocumentaire van een uur had het prima gewerkt, maar als bioscoopfilm mist hij urgentie.