Club Zeus
Recensie

Club Zeus (2011)

Club Zeus is een leuk tussendoortje, maar voor de bioscoop is de film te kort en te klein.

in Recensies
Leestijd: 3 min 8 sec
Regie: David Verbeek | Cast: Ray Zhao (Leonardo), Zheng Qi (Sly) | Speelduur: 75 minuten| Jaar: 2011

Regisseur David Verbeek staat nog maar aan het begin van een toch al geprezen carrière. Zijn R U There beleefde vorig jaar een première op Cannes. In de tijd dat hij moest wachten op de financiering voor die film maakte hij dit veel kleinere Club Zeus, als tussendoortje dat niettemin op het IFFR van dit jaar in première ging, over zogenaamde hostboys in Sjanghai. In de club uit de titel ontvangen jongens vrouwen, niet per se voor seks, vaker voor een goed gesprek. Of zoals hoofdpersoon Leonardo het zelf verwoordt: “We verkopen dromen.”

Het is die quote van Leonardo waarop de film stoelt. Zijn ietwat oudere mentor Sly – Leonardo is zelf negentien – weet beter. Hij is de beste hostboy van Club Zeus, maar hij is het werk zat, samen met het verkopen van leugens, de nachtelijke uren en het vluchten voor het leven dat zich buiten de nacht afspeelt. Verbeek verhaalt over hun vriendschap en idealen en steekt dat af tegen het hectische Sjanghai anno nu, al blijft de stad letterlijk op de achtergrond. Als de jongens in de ochtend naar huis gaan toont de regisseur Sjanghai in de steigers, continue veranderend en nooit op pauze.

Het contrast tussen de stad en het leven van de jongens kan niet groter. Club Zeus is hun toevluchtsoord, hun veilige haven, maar eigenlijk een zeepbel. Vrouwen komen er om een date te veinzen, ze trappen met open ogen in de affectie die ze van de hostboys verlangen. De groene en verlegen Leonardo houdt van dat idee, Sly ziet, waarschijnlijk terecht, geen toekomst in hun nepotisme. De club is, om in de woorden van de Franse filosoof Michel Foucault te spreken, een ‘autre espace’, ofwel een andere werkelijkheid. Het is een plek tussen twee werkelijkheden in, een plek die eigenlijk niet bestaat.

De onmetelijk saaie leegte waarmee Verbeek de jeugd van Sjanghai wilde registreren in zijn film Shanghai Trance is hier gelukkig opgevuld door een aantal aardige scènes in de club zelf. Toch blijft duidelijk dat Club Zeus een klein project betreft. De regisseur schoot hem in tien dagen, een periode waarin de cast veel ruimte kreeg om te improviseren. Dat valt op. Ray Zhao mist de capaciteit om met de fijnheid van zijn personage (het uiterlijk van een jongen, de stem van een man) te spelen. De ruimte die hij krijgt vult hij zichtbaar moeizaam in. Zijn tegenspeler weet beter met die vrijheid om te gaan, maar ook hij laat meer dan eens een steekje vallen.

De regie van Verbeek is pakkender. De scènes die zich binnen Club Zeus afspelen had hij duidelijk anders voor ogen dan de scènes erbuiten. Ze zijn drukker, met de focus op zijn hoofdpersonen. Ook opvallend in deze stukken is zijn feilloze muziekkeuze. De aanwezige deuntjes van elektropop zijn niet overheersend, maar passen prima bij de locatie waar dialoog de hoofdtoon voert. Buiten de club is de wereld van de jongens statischer, bijna monotoon. De leegte van het decor benadrukt hun net zo lege levens. Verbeek slaagt er met deze film een stuk beter in om zijn boodschap over te brengen. Club Zeus voelt echt als een plek die niet bestaat, of louter in een schemerwerkelijkheid.

Het is fijn om te zien dat de filmmaker na zijn Shanghai Trance de leegte, emoties en gevoelens van de Sjanghaise jeugd beter op beeld weet vast te leggen. Op een wat plattere manier gezegd: deze film is tenminste niet zo oeverloos. Anderzijds is dit een overduidelijke zijstap geweest in zijn carrière. Met 75 minuten is de film simpelweg kort. Prima voor een nachtelijke voorstelling op tv, tijdens een verloren weekend, maar een filmtheater is voor Club Zeus eigenlijk te hoog gegrepen.