'EB': moord en mysterie op Ameland tijdens het veelbesproken volksfeest Sunneklaas (2026)
Slordige misdaadthriller raakt verstrikt in zijn eigen plot en onwaarschijnlijkheden.
Regie: Klaas de Jong | Scenario: Lars Boom | Cast: Vajèn van den Bosch (Lynn), Mingus Dagelet (Stefan), Juvat Westendorp (Kevin), Raymond Thiry (Jan), Jord Knotter (Boris), Ellen ten Damme (moeder), Mark Ryan (agent Smith), e.a. | Speelduur: 108 minuten | Jaar: 2026
Er zijn grofweg twee manieren om naar Nederlandse films te kijken: met welwillendheid voor wat van eigen bodem komt, of met de constatering dat er structureel iets misgaat. Uit onderzoek van het Filmfonds blijkt dat Nederland tussen 2012 en 2022 veruit de meeste films produceerde in West-Europa, maar ook veruit de minste buitenlandse belangstelling genoot. EB onderstreept die disbalans.
Producties uit eigen land kunnen lovende kritieken goed gebruiken, maar er mankeert helaas veel aan deze film. Visueel oogt EB als een goedkope televisieserie en het setontwerp laat meerdere steken vallen. Het scenario schiet tekort om in deze vorm verfilmd te worden. Alleen het spel van sommige acteurs is noemenswaardig.
Dat geldt vooral voor hoofdrolspeelster Vajèn van den Bosch, die momenteel in de schijnwerpers staat op West End. Ze speelt Lynn, die na vier jaar afwezigheid terugkeert naar Ameland voor haar werk als ecoloog. Nauwelijks terug op het eiland stuit ze op het stoffelijk overschot van een visser en zoekt ze toenadering tot oude bekende Boris. Wanneer ook Boris kort daarna dood wordt aangetroffen, gaat Lynn op onderzoek uit. De eilanders reageren daar niet bepaald enthousiast op.
De manier waarop informatie wordt overgebracht, is vaak opvallend direct. Dat Lynn vier jaar is weggeweest, spreekt ze letterlijk uit tegen haar broer; dat hij haar broer is, blijkt vervolgens uit zijn begroeting: "Hé, zus." Deze nadrukkelijke vorm van uitleg blijft de film tot het einde kenmerken. De dialogen voelen daardoor onnatuurlijk en missen subtiliteit.
Ook de personages blijven oppervlakkig. Lynn zegt hardop dat ze eigenlijk niet weet waarom ze zich zo vastbijt in de moord op iemand met wie ze pas kort een relatie had. Ook voor de kijkers is het dus gissen naar haar motivatie. Van de aanwezige politie op het eiland lijkt niemand zich werkelijk met de moordzaak bezig te houden.
De politie blijkt te druk met het oprollen van een crimineel netwerk in samenwerking met Interpol. Alsof ze "bovenop drie schaakspellen tegelijk zitten", zoals ze later omschrijven. Het was interessant geweest als de film daar meer van had laten zien. Nu blijft het bij Lynns broer die boze gesprekken voert met Duitse handlangers, van wie er een opvallend Nederlands klinkt. Er is sprake van drugs en er duikt een tas met geld op, maar verdere context ontbreekt. De kijker moet het maar voor lief nemen.
Diepgang ontbreekt eveneens. Er worden verhaallijnen geïntroduceerd die nauwelijks vervolg krijgen of geen duidelijke plek hebben. Zo is er een flashback naar Lynns kindertijd, waarin ze tijdens Sunneklaas hevig schrikt van een gemaskerde man. De scène is ook nog eens weinig creatief gefilmd in zwart-wit. Ook haar werk als natuurbeschermer tegenover de belangen van lokale vissers krijgt weinig gewicht, ondanks een speech die ze om onbegrijpelijke redenen in het Engels houdt. De film weet zulke thema's niet betekenisvol uit te werken of overtuigend in beeld te brengen.
Ook in de uitvoering vallen slordigheden op. Zo heeft Lynn een flashback naar een moment waarop Boris haar in haar slaap een kus geeft. Hoe kan zij zich dit herinneren? Achter hem hangt een klok met een onmogelijke stand: de grote wijzer staat vlak voor de twaalf, de kleine net na de vier. Een ander voorbeeld is het bord aan de buitenkant van de buurtkroeg dat een Italiaans restaurant verraadt. En tijdens Lynns lezing is een protesterende visser net iets te duidelijk te horen: "Ik ben een visser! Ik wil vissen!" Dat klinkt eerder als een regieaanwijzing dan als een realistische protestkreet.
Wanneer de climax nadert, ontstaat de indruk dat de film vooral is opgebouwd rond het idee van een actiescène tijdens de chaos van Sunneklaas. De aanloop naar dat moment brengt het naderende feest vaak ter sprake, maar de uitwerking is mager. De ontknoping is flets gefilmd, de actie zwak en de choreografie onbeholpen.
Er valt veel meer te zeggen over wat er niet werkt. Het enige positieve punt is dat enkele acteurs zichtbaar proberen het beste uit het materiaal te halen. Voor wie Nederlandse cinema graag langs internationale maatstaven legt, is EB opnieuw een teleurstellend voorbeeld van een productie die veel mogelijkheden laat liggen. En wie zich afvraagt waarom wijn zo'n prominente rol heeft, vindt het antwoord in het eerdere regiewerk van Klaas de Jong.
Er zijn grofweg twee manieren om naar Nederlandse films te kijken: met welwillendheid voor wat van eigen bodem komt, of met de constatering dat er structureel iets misgaat. Uit onderzoek van het Filmfonds blijkt dat Nederland tussen 2012 en 2022 veruit de meeste films produceerde in West-Europa, maar ook veruit de minste buitenlandse belangstelling genoot. EB onderstreept die disbalans.
Producties uit eigen land kunnen lovende kritieken goed gebruiken, maar er mankeert helaas veel aan deze film. Visueel oogt EB als een goedkope televisieserie en het setontwerp laat meerdere steken vallen. Het scenario schiet tekort om in deze vorm verfilmd te worden. Alleen het spel van sommige acteurs is noemenswaardig.
Dat geldt vooral voor hoofdrolspeelster Vajèn van den Bosch, die momenteel in de schijnwerpers staat op West End. Ze speelt Lynn, die na vier jaar afwezigheid terugkeert naar Ameland voor haar werk als ecoloog. Nauwelijks terug op het eiland stuit ze op het stoffelijk overschot van een visser en zoekt ze toenadering tot oude bekende Boris. Wanneer ook Boris kort daarna dood wordt aangetroffen, gaat Lynn op onderzoek uit. De eilanders reageren daar niet bepaald enthousiast op.
De manier waarop informatie wordt overgebracht, is vaak opvallend direct. Dat Lynn vier jaar is weggeweest, spreekt ze letterlijk uit tegen haar broer; dat hij haar broer is, blijkt vervolgens uit zijn begroeting: "Hé, zus." Deze nadrukkelijke vorm van uitleg blijft de film tot het einde kenmerken. De dialogen voelen daardoor onnatuurlijk en missen subtiliteit.
Ook de personages blijven oppervlakkig. Lynn zegt hardop dat ze eigenlijk niet weet waarom ze zich zo vastbijt in de moord op iemand met wie ze pas kort een relatie had. Ook voor de kijkers is het dus gissen naar haar motivatie. Van de aanwezige politie op het eiland lijkt niemand zich werkelijk met de moordzaak bezig te houden.
De politie blijkt te druk met het oprollen van een crimineel netwerk in samenwerking met Interpol. Alsof ze "bovenop drie schaakspellen tegelijk zitten", zoals ze later omschrijven. Het was interessant geweest als de film daar meer van had laten zien. Nu blijft het bij Lynns broer die boze gesprekken voert met Duitse handlangers, van wie er een opvallend Nederlands klinkt. Er is sprake van drugs en er duikt een tas met geld op, maar verdere context ontbreekt. De kijker moet het maar voor lief nemen.
Diepgang ontbreekt eveneens. Er worden verhaallijnen geïntroduceerd die nauwelijks vervolg krijgen of geen duidelijke plek hebben. Zo is er een flashback naar Lynns kindertijd, waarin ze tijdens Sunneklaas hevig schrikt van een gemaskerde man. De scène is ook nog eens weinig creatief gefilmd in zwart-wit. Ook haar werk als natuurbeschermer tegenover de belangen van lokale vissers krijgt weinig gewicht, ondanks een speech die ze om onbegrijpelijke redenen in het Engels houdt. De film weet zulke thema's niet betekenisvol uit te werken of overtuigend in beeld te brengen.
Ook in de uitvoering vallen slordigheden op. Zo heeft Lynn een flashback naar een moment waarop Boris haar in haar slaap een kus geeft. Hoe kan zij zich dit herinneren? Achter hem hangt een klok met een onmogelijke stand: de grote wijzer staat vlak voor de twaalf, de kleine net na de vier. Een ander voorbeeld is het bord aan de buitenkant van de buurtkroeg dat een Italiaans restaurant verraadt. En tijdens Lynns lezing is een protesterende visser net iets te duidelijk te horen: "Ik ben een visser! Ik wil vissen!" Dat klinkt eerder als een regieaanwijzing dan als een realistische protestkreet.
Wanneer de climax nadert, ontstaat de indruk dat de film vooral is opgebouwd rond het idee van een actiescène tijdens de chaos van Sunneklaas. De aanloop naar dat moment brengt het naderende feest vaak ter sprake, maar de uitwerking is mager. De ontknoping is flets gefilmd, de actie zwak en de choreografie onbeholpen.
Er valt veel meer te zeggen over wat er niet werkt. Het enige positieve punt is dat enkele acteurs zichtbaar proberen het beste uit het materiaal te halen. Voor wie Nederlandse cinema graag langs internationale maatstaven legt, is EB opnieuw een teleurstellend voorbeeld van een productie die veel mogelijkheden laat liggen. En wie zich afvraagt waarom wijn zo'n prominente rol heeft, vindt het antwoord in het eerdere regiewerk van Klaas de Jong.